
Foto: Rasbak, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
Hondsdraf
Glechoma hederacea
In andere talen: Lierre terrestre (Français) · Ground-ivy (English)
Komt in België in het wild voor.
Hondsdraf is een kruipende vaste plant uit de lipbloemenfamilie die in België zeer algemeen is: in loofbossen, langs heggen, op dijken, in grazige bermen en in bijna elk gazon onder bomen. Lange, wortelende uitlopers vormen een dicht tapijt van ronde tot niervormige, gekartelde bladeren die sterk kruidig ruiken als je ze kneust. Van maart tot juni staan er blauwpaarse lipbloemetjes met twee of drie samen in de bladoksels, op opstaande stengels van 10–30 cm. Het is een van de eerste nectarbronnen van het jaar voor hommelkoninginnen, sachembijen en wolzwevers. In de natuurtuin is het een makkelijke bodembedekker voor schaduwrijke plekken.
Let op: Hondsdraf kan in grote hoeveelheden schadelijk zijn voor paarden; hou hem uit paardenweides en uit hooi. Aanraken is onschuldig.
Licht
Zon tot schaduw
niet kieskeurig
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,2 m
hoog, 1 m breed
Bloei
maart–juni
| Snoeimaanden | juni |
|---|---|
| Hoogte | 0,2 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | maart–juni |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Kruipende vaste plant met lange, op de knopen wortelende uitlopers en opstaande bloeistengels van 10–30 cm. Vormt dichte matten.
- Blad
- Tegenoverstaand, rond tot niervormig, 1–4 cm, met een gekartelde rand en een lange steel. Ruikt sterk kruidig, wat muntachtig, als je het kneust. In de winter vaak paars aangelopen.
- Bloem
- Blauwpaarse lipbloemen van 1,5–2 cm met donkere vlekjes op de onderlip, met twee of drie samen in de bladoksels. Sommige planten hebben grotere, tweeslachtige bloemen, andere kleinere, alleen vrouwelijke.
- Stengel
- Vierkant, zoals bij alle lipbloemen, vaak roodpaars aangelopen en licht behaard.
- Vrucht/Zaad
- Vier kleine, bruine nootjes onderin de kelk. De plant verspreidt zich vooral met uitlopers.
- Verwarring met
- Kruipend zenegroen heeft langwerpige bladeren en bloemen in een rechtopstaande aar, zonder geur. Paarse dovenetel heeft driehoekige, behaarde topbladeren en roze bloemen, en kruipt niet.
Bloei: maart–juni · Snoeien: juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit al vanaf maart en voedt zo hommelkoninginnen, gewone sachembijen en wolzwevers die net uit hun winterrust komen.
- Een kruipende bodembedekker voor plekken waar gras slecht groeit, zoals onder bomen.
- Verdraagt maaien en betreden, zodat hij in een bloemrijk gazon gewoon mee kan.
- Het blad blijft in zachte winters groen en geeft beschutting aan kleine bodemdiertjes.
- Werd vroeger gebruikt om bier te klaren en op smaak te brengen, nog voor hop algemeen werd.
Waar staat een hondsdraf graag?
- In het wild: vochtige loofbossen, bosranden, heggen, ruigtes, dijken, bermen en grasland, vooral op voedselrijke grond.
- In de tuin: halfschaduw en schaduw onder bomen en heesters, maar ook in de zon als de grond niet uitdroogt.
- Frisse tot vochtige, humusrijke grond; klei en leem zijn ideaal, op droog zand blijft hij klein.
- Heel geschikt voor een bloemrijk gazon onder bomen, een bosrand of als bodembedekker tussen struiken.
Mooi samen met
- Speenkruid: Gele sterretjes in maart, op dezelfde vochtige, schaduwrijke plekken.
- Maarts viooltje: Geurige paarse bloemetjes in maart–april, mooi tussen de blauwe hondsdraf.
- Kruipend zenegroen: Blauwe bloemaren in mei, ook een kruipende bodembedekker.
- Bosanemoon: Witte bloemen in het voorjaar onder bomen.
- Look-zonder-look: Witte bloemen in april boven het tapijt, en waardplant van het oranjetipje.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een hondsdraf?
- Koop een paar planten bij een kwekerij voor inheemse planten of vraag een stukje uitloper aan iemand die hem al in de tuin heeft. Graaf nooit planten uit in het wild.
- Plant in maart–april of in september–oktober, op 30–50 cm van elkaar: de uitlopers vullen de open plekken snel.
- Druk de plant goed aan en leg de uitlopers op de grond; waar een knoop de grond raakt, maakt hij wortels.
- Geef bij het planten water en hou de grond de eerste weken vochtig.
- Zaaien kan ook: zaai in de herfst of in het vroege voorjaar op een open plek en bedek het zaad nauwelijks.
Verzorgen
- Water
- Alleen na het planten en bij lange droogte. In de schaduw redt hij zich meestal.
- Bemesten
- Niet nodig. Op rijke grond groeit hij al stevig genoeg.
- Maaien
- In een gazon kun je gewoon maaien; laat in maart–mei een paar stukken staan zodat hij kan bloeien.
- Woekeren
- Trek uitlopers die de border in kruipen regelmatig uit; ze wortelen ondiep en komen er makkelijk uit.
- Bodembedekker
- Laat hem onder heesters vrij zijn gang gaan: hij houdt de grond bedekt en vochtig.
Tip: Wil je een bloemrijk gazon onder bomen, maai dan een strook pas in juni voor het eerst: zo kunnen hondsdraf, madeliefjes en ereprijs eerst bloeien voor de hommels.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: juni.
Wanneer: Na de bloei, in juni, of wanneer de uitlopers te ver gaan.
Hoe:
- Knip of maai de lange bloeistengels na de bloei kort; de plant wordt dan weer compact en fris.
- Knip uitlopers die over paden of in de border kruipen af en trek ze met wortels en al uit.
- In de winter hoef je niets te doen: het blad blijft deels groen.
Let op: Laat uitgetrokken stukken niet op vochtige grond liggen: elke knoop kan opnieuw wortelen. Op de composthoop mogen ze wel.
Vermeerderen
- Uitlopers
- Knip in het voorjaar of in de vroege herfst een gewortelde uitloper los en plant hem elders. Dat lukt bijna altijd.
- Scheuren
- Steek in maart of september een stuk van de mat met een spade uit en verdeel het in kleinere stukken.
- Zaad
- Zaai in de herfst of in maart op open grond. Het kiemt vrij traag; met uitlopers gaat het sneller.
Hoe komt een hondsdraf de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Het blad blijft in zachte winters groen, vaak paars aangelopen; bij strenge vorst sterft een deel van het blad af.
- Volledig winterhard: de wortels en uitlopers overleven ook strenge vorst.
- De dichte mat beschermt de bodem en geeft beschutting aan kleine bodemdiertjes.
- Al in februari–maart loopt hij weer uit, klaar voor de eerste hommels.
Ziektes en plagen
- Woekeren: In een vochtige border kan hij lagere planten overgroeien. Trek de uitlopers regelmatig uit, vooral in het voorjaar.
- Gallen: Bolletjes of puntjes op het blad zijn gallen van kleine galwespen of galmuggen. Onschuldig, laat ze gerust.
- Roest: Bruine vlekjes op de onderkant van het blad. Meestal onschuldig; knip zwaar aangetaste stengels weg.
- Paarden: Hondsdraf kan in grote hoeveelheden schadelijk zijn voor paarden. Hou hem uit weides en hooi voor paarden.
Het jaar rond
- Februari: Eerste nieuwe blaadjes; de uitlopers groeien weer.
- Maart: Eerste blauwe bloemen. Hommelkoninginnen op bezoek. Planten.
- April: Volle bloei. Gewone sachembijen en wolzwevers vliegen. Bloeiende stukken niet maaien.
- Mei: De bloei loopt door. Uitlopers uit de border trekken.
- Juni: Laatste bloemen. Bloeistengels kort knippen of maaien.
- Juli: Uitlopers groeien. Water geven bij lange droogte.
- September: Planten of gewortelde uitlopers verplanten.
- Oktober: Planten. Het gazon met hondsdraf nog eens maaien.
- December: Rust. Het blad blijft deels groen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Voor hop algemeen werd, gebruikte men hondsdraf om bier te klaren en op smaak te brengen; in het Engels heette hij daarom ook alehoof.
- Er zijn planten met tweeslachtige en planten met alleen vrouwelijke bloemen; die laatste hebben duidelijk kleinere bloemen.
- De Franse naam lierre terrestre betekent ‘aardklimop’, maar de plant is geen familie van klimop: hij hoort bij de lipbloemen, net als munt en salie.