Foto: J.claude, CC BY-SA 3.0 · bron
Struik · Rozenfamilie (Rosaceae)
Wilde dwergmispel
Cotoneaster integerrimus
In andere talen: Cotonéaster commun (Français) · Wild cotoneaster (English)
Komt in België in het wild voor.
De wilde dwergmispel is een lage, bladverliezende struik uit de rozenfamilie en een van de weinige dwergmispels die echt wild in België groeien. Je vindt hem alleen op zonnige kalkrotsen en rotshellingen in het zuiden van het land, vooral in de valleien van de Maas en haar zijrivieren, en ook daar is hij zeer zeldzaam. Herken hem aan de kleine, ovale bladeren met een gave rand en een grijs viltige onderkant, de roze-witte bloempjes die half gesloten blijven en de glanzend rode, hangende vruchtjes in de nazomer. Bijen en wespen bezoeken de bloemen, en vogels eten de rode vruchten. In een rotstuin of op een droge, zonnige helling is hij een mooie, inheemse keuze in plaats van de uitheemse dwergmispels uit het tuincentrum.
Let op: De vruchtjes zijn licht giftig: wie er een flinke hoeveelheid van eet, kan buikpijn krijgen en moeten braken. Leer kinderen dat ze er niet van mogen eten en let op honden die op alles kauwen. In het wild is de soort zeer zeldzaam: pluk of graaf er nooit iets van uit.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
1 m
hoog, 1 m breed
Bloei
april–juni
| Snoeimaanden | februari–maart |
|---|---|
| Hoogte | 1 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | april–juni |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Lage, bladverliezende struik van 0,5–2 m, meestal niet hoger dan 1 m, met stijve, wijd uitstaande takken. Jonge twijgen zijn eerst behaard, later bruin en kaal.
- Blad
- Afwisselend, eirond tot bijna rond, 2–5 cm, met een gave rand zonder tandjes. Bovenkant dofgroen en bijna kaal, onderkant grijs viltig behaard.
- Bloem
- Klein, met roze-witte, rechtopstaande kroonbladen die bijna gesloten blijven; met 1–4 samen in kleine, knikkende trosjes, van april tot juni.
- Vrucht
- Bolrond, glanzend helderrood en kaal appeltje van 6–8 mm met een paar harde pitten; rijp in augustus–september, hangend aan korte steeltjes.
- Wortels
- Diep en sterk vertakt: ze dringen tussen rotsspleten door en houden de plant stevig vast op steile hellingen.
- Verwarring met
- De viltige dwergmispel (Cotoneaster tomentosus) heeft groter blad, meer bloemen per trosje en behaarde vruchten. Tuindwergmispels zoals Cotoneaster horizontalis hebben takken als een visgraat en kleine, glanzende bladeren zonder vilt; ze verwilderen soms op dezelfde rotsen.
Bloei: april–juni · Snoeien: februari–maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een echte inheemse soort van onze kalkrotsen: zeldzaam en daarom extra waardevol in een natuurtuin op kalk.
- De bloempjes in april–juni lokken bijen, hommels en wespen, die er nectar en stuifmeel vinden.
- De rode vruchtjes in augustus–september zijn voedsel voor lijsters, merels en roodborstjes.
- Blijft laag en compact: geschikt voor een rotstuin, een keermuurtje of een droge talud.
- Zeer droogtebestendig en volledig winterhard, dus een goede keuze voor een klimaatbestendige tuin.
- Sierlijk in drie seizoenen: roze knopjes in de lente, rode vruchtjes in de nazomer en grijsgroen blad.
Waar staat een wilde dwergmispel graag?
- In het wild: zonnige kalkrotsen, rotsrichels, puinhellingen en de randen van droge kalkgraslanden en struwelen.
- In de tuin: volle zon. Lichte schaduw verdraagt hij, maar dan bloeit hij minder en zet hij minder vruchten.
- Droge, goed doorlatende, kalkrijke tot neutrale grond: steenachtig, zanderig of grindrijk. Natte voeten verdraagt hij niet.
- Mooi in een rotstuin, tussen de stenen van een droge keermuur, op een zonnige talud of in een grindtuin.
Mooi samen met
- Geel zonneroosje: Een laag, geel bloeiend kalkplantje dat dezelfde droge, zonnige plek zoekt.
- Wilde marjolein: Bloeit in de zomer, als de dwergmispel uitgebloeid is, en lokt veel vlinders.
- Grote tijm: Geurige, paarse kussentjes tussen de stenen aan de voet.
- Wondklaver: Gele bloemhoofdjes op schrale kalkgrond; waardplant van het dwergblauwtje.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een wilde dwergmispel?
- Koop hem bij een kwekerij voor inheemse planten of een gespecialiseerde kwekerij en vraag naar plantgoed van wilde, Europese herkomst. Graaf nooit planten uit in het wild: de soort is bij ons zeer zeldzaam.
- Plant in oktober–november of in maart, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Maak de grond goed doorlatend: meng zware grond met grind of steenslag en voeg geen compost of mest toe.
- Zet de plant even diep als in de pot, druk de grond goed aan en geef één flinke gieter water.
- Reken op ongeveer 1 m ruimte per plant; in een groepje plant je ze op 80 cm.
- Geef het eerste jaar alleen bij lange droogte af en toe water; daarna is dat niet meer nodig.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij langdurige droogte. Een gevestigde plant redt zich prima op droge grond.
- Bemesten
- Niet nodig: op arme grond blijft hij compact en gezond. Mest geeft slap, vatbaar hout.
- Onkruid
- Houd de eerste jaren grassen en woekeraars rond de voet weg: hij groeit traag en verdraagt weinig concurrentie.
- Bodembedekking
- Leg grind of steenslag rond de voet in plaats van schors: zo blijft de stamvoet droog en warm.
- Vruchten
- Laat ze hangen voor de vogels; pluk alleen een handvol als je zelf wilt zaaien.
Tip: Geef hem de schraalste, droogste en zonnigste plek die je hebt, liefst tussen stenen: hoe armer de grond, hoe compacter de struik en hoe rijker hij bloeit en vruchten zet.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: februari–maart.
Wanneer: Zelden nodig. Zo nodig in februari–maart, voor het blad uitloopt.
Hoe:
- Knip dode, gebroken en elkaar kruisende takken weg.
- Kort te lange takken in tot net boven een zijtak: zo blijft de natuurlijke, stijve vorm behouden.
- Haal om de paar jaar een oude tak aan de voet weg als de struik te dicht wordt.
- Ontsmet je snoeischaar tussen twee planten, zeker als je bacterievuur vermoedt.
Let op: Hard terugsnoeien kost een paar jaar lang bloemen en vruchten: snoei liever weinig en geleidelijk.
Vermeerderen
- Zaad
- Haal de pitten in de herfst uit rijpe vruchten en zaai ze meteen buiten in een pot met zanderige grond. Ze hebben een koude periode nodig en kiemen vaak pas na één tot twee jaar.
- Stekken
- Halfrijpe stekken van 8–10 cm in juli–augustus, in een mengsel van zand en potgrond onder plastic. Ze bewortelen traag.
- Afleggen
- Pin een lage tak in het voorjaar vast in de grond; na een jaar heeft hij wortels en kun je hem loskoppelen.
Hoe komt een wilde dwergmispel de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Verliest in de herfst zijn blad; de kale, stijve takken tekenen mooi tussen de stenen.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: bescherming is overbodig.
- Vruchten die blijven hangen zijn in de vroege winter nog voedsel voor vogels.
- Natte winters op zware grond zijn gevaarlijker dan vorst: zorg voor een goede afwatering.
Ziektes en plagen
- Bacterievuur: Een bacterieziekte waarbij bloemtrossen en scheuten plots verwelken en bruinzwart kleuren, alsof ze verbrand zijn. Knip aangetaste takken ruim in het gezonde hout weg, ontsmet je schaar en gooi het snoeisel bij het restafval, niet op de composthoop.
- Wortelrot: Op natte, zware grond rotten de wortels. Plant hem hoger, tussen stenen of op een talud.
- Bladluis: Soms op jonge scheuten in het voorjaar. Lieveheersbeestjes en andere natuurlijke vijanden ruimen ze meestal op.
- Overgroeid raken: Snelgroeiende grassen en struiken nemen hem het licht af. Houd de plek open en zonnig.
Het jaar rond
- Februari: Zo nodig licht snoeien: dode en kruisende takken weg.
- Maart: Planten of verplanten. Laatste snoeiwerk voor het blad uitloopt.
- April: Nieuw blad en de eerste roze knopjes.
- Mei: Volle bloei: bijen en wespen op de bloempjes.
- Juni: Laatste bloemen. Onkruid rond de voet weghalen.
- Juli: Halfrijpe stekken nemen. De vruchtjes zijn nog groen.
- Augustus: De vruchten kleuren rood. Water alleen voor jonge planten.
- September: Rijpe vruchten voor de vogels. Zaad oogsten.
- Oktober: Planten. Pitten in een pot buiten zaaien. Het blad valt.
- November: Planten zolang de grond open is.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam integerrimus betekent ‘volkomen gaaf’ en slaat op de bladrand zonder tandjes.
- Cotoneaster komt van het Latijnse cotoneum, kwee, met het achtervoegsel -aster, ‘lijkt een beetje op’: de viltige bladeren doen denken aan die van de kweepeer.
- Net als appel en peer hoort hij bij de rozenfamilie: de rode vruchtjes zijn eigenlijk minuscule appeltjes met harde pitten.