
Foto: No machine-readable author provided. Farbenfreude assumed (based on copyright claims)., CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
Hondstong
Cynoglossum officinale
In andere talen: Cynoglosse officinale (Français) · Hound’s-tongue (English)
Komt in België in het wild voor.
Hondstong is een tweejarige plant uit de ruwbladigenfamilie met zacht behaarde, grijsgroene bladeren en dof wijnrode bloemen. In België groeit hij vooral in de kustduinen, waar hij vrij algemeen is; in het binnenland is hij veel zeldzamer, op droge, zandige of kalkrijke graslanden, bosranden en open, verstoorde plekken. Je herkent hem aan de lange, zachte bladeren die op een hondentong lijken, de trossen purperbruine bloemen in mei–juli en de platte nootjes vol haakjes die zich als klitten vastzetten in vacht en kleding. Kneus je een blad, dan ruik je een duidelijke muizengeur. Hommels en andere bijen halen nectar uit de bloemen, maar de plant is giftig, vooral voor grazende dieren: plant hem dus nooit in de buurt van een weide.
Let op: Hondstong is giftig voor mensen en dieren: de hele plant bevat stoffen die de lever beschadigen. Vooral paarden, koeien en andere grazers lopen gevaar, en dan vooral via hooi of kuilvoer: de verse plant laten ze meestal staan, maar in het hooi blijft het gif bewaard. Plant hem nooit in of naast een weide of paddock en zorg dat hij niet in hooi terechtkomt. Kinderen mogen er niet van eten. Draag handschoenen bij het opruimen en kam klitten uit de vacht van honden en katten.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
mei–juli
| Snoeimaanden | juli–augustus |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | mei–juli |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Tweejarige plant: het eerste jaar een bladrozet, het tweede jaar een rechtopstaande, bovenaan vertakte bloeistengel van 30–90 cm. Na de zaadzetting sterft hij af. De hele plant ruikt naar muizen, vooral als je hem kneust.
- Blad
- Grijsgroen, zacht en zijdeachtig behaard, lancetvormig, met een gave rand. De rozetbladeren zijn gesteeld en tot 30 cm lang; de stengelbladeren zijn kleiner en zittend.
- Bloem
- Dof wijnrood tot purperbruin, trechtervormig, ongeveer 1 cm breed, met vijf kroonslippen, in eerst opgerolde, later uitgerekte trossen. Bloei van mei tot juli.
- Vrucht/Zaad
- Vier platte, eironde nootjes van 5–7 mm, dicht bezet met korte stekeltjes met weerhaakjes. Ze haken zich vast in vacht, veren en kleding.
- Wortels
- Een dikke, diepe, donkere penwortel.
- Verwarring met
- Gewone smeerwortel heeft ruwe haren, gevleugelde stengels en hangende, buisvormige bloemen. Slangenkruid heeft blauwe bloemen en stekelig behaarde stengels. Geen van beide heeft de muizengeur en de klitnootjes van hondstong.
Bloei: mei–juli · Snoeien: juli–augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een inheemse duinplant met een ongewone bloemkleur: dof wijnrood tot purperbruin, wat je zelden in een tuin ziet.
- De bloemen in mei–juli worden bezocht door hommels en andere bijen, die er nectar halen.
- Konijnen laten hem staan, waardoor hij in begraasde duinen standhoudt en daar een nectarbron blijft.
- Zijn klitnootjes reizen mee in de vacht van dieren: een schoolvoorbeeld van zaadverspreiding.
- Historisch interessant: hij werd vroeger als geneeskruid gebruikt, wat de soortnaam officinale verklaart.
Waar staat een hondstong graag?
- In het wild: kustduinen, droge, zandige of kalkrijke graslanden, bosranden, open plekken en verstoorde grond, vaak op plekken die door konijnen begraasd worden.
- In de tuin: zon tot lichte halfschaduw.
- Droge, goed doorlatende, zandige of kalkhoudende grond. Op natte grond houdt hij het niet lang uit.
- Geschikt voor een duin- of kusttuin, een droge, ruige hoek of een natuurtuin zonder grazers in de buurt en weg van paden.
Mooi samen met
- Slangenkruid: Blauwe bloemen en een even grote bijenmagneet op droge, zandige grond.
- Echt walstro: Gele, honingachtig geurende pluimen in de zomer; ook een plant van droge duingraslanden.
- Wilde marjolein: Bloeit in juli–september, als hondstong uitgebloeid is, en lokt veel vlinders.
- Muurpeper: Gele kussentjes aan de voet, op hetzelfde droge zand.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een hondstong?
- Plant hem alleen als er geen paarden, koeien, schapen of geiten in de buurt grazen en er geen hooi van je terrein gemaakt wordt.
- Koop zaad of planten bij een kwekerij voor inheemse planten; haal nooit planten uit het wild.
- Zaai in de herfst, in september–oktober, buiten in potten of ter plaatse, 1 cm diep. Het zaad heeft een koude periode nodig en kiemt in het voorjaar.
- Plant jonge planten in het voorjaar of de herfst uit, op 40 cm afstand. Verplant ze jong: door de penwortel slaan oudere planten slecht aan.
- Geef na het planten één keer flink water; daarna is water geven niet nodig.
- Wil je hem elk jaar in bloei zien, zaai dan twee jaar na elkaar, of laat hem zichzelf uitzaaien.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig: hij is gemaakt voor droog duinzand.
- Bemesten
- Niet doen. Op schrale grond blijft hij compact en stevig.
- Zaad laten vallen
- Hij is tweejarig en houdt zich alleen in stand als er zaad valt. Laat een paar planten uitzaaien, maar niet langs paden waar honden lopen.
- Woekeren
- Trek zaailingen waar je ze niet wilt met handschoenen uit als jonge rozet, voor de penwortel te diep zit.
- Grazers
- Houd hem uit weides en hooiland. Steek hem daar uit voor hij zaad zet en geef het maaisel nooit aan dieren.
Tip: Zet hondstong in een droge, ruige hoek weg van paden en weides, en knip na de bloei de meeste stengels af: zo geniet je van de bijzondere bloemen zonder dat je hond vol klitten zit.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: juli–augustus.
Wanneer: In juli–augustus, na de bloei, als je geen zaad wilt.
Hoe:
- Knip uitgebloeide stengels af voor de klitnootjes rijp en bruin worden.
- Wil je dat hij zichzelf uitzaait, laat dan één of twee stengels staan op een plek waar niemand langsloopt.
- Breng stengels met rijpe nootjes naar het restafval, niet naar de composthoop en nooit in de buurt van een weide.
- Laat de rozetten van het eerste jaar ongemoeid: zij bloeien volgend jaar.
Let op: Draag handschoenen: de plant is giftig en de klitnootjes blijven aan kleding en handschoenen hangen.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai rijpe nootjes in september–oktober buiten in een pot of ter plaatse. Na de winterkou kiemen ze in het voorjaar; het tweede jaar bloeit de plant.
- Zelfuitzaai
- Op een geschikte plek zaait hij zichzelf uit. Verplant zaailingen jong, als rozet van een paar bladeren.
Hoe komt een hondstong de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- In het eerste jaar overwintert hij als een grijsgroene bladrozet; in het tweede jaar sterft de plant na de zaadzetting af.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C.
- De dode bloeistengels met klitnootjes blijven tot in de winter staan en haken zich vast aan alles wat langskomt.
Ziektes en plagen
- Klitten in de vacht: De nootjes haken zich vast in de vacht van honden, katten en schapen. Kam ze na een wandeling uit en knip uitgebloeide stengels langs paden tijdig af.
- Giftig voor grazers: Vooral gevaarlijk in hooi en kuilvoer. Steek hem met handschoenen uit in weides en hooiland, voor hij zaad zet.
- Wortelrot: Op natte, zware grond rot de penwortel in de winter. Kies een droge, zandige plek.
- Meeldauw: Soms een wit poeder op het blad in de nazomer; onschuldig, je hoeft niets te doen.
Het jaar rond
- Maart: Overwinterde rozetten groeien weer. Jonge planten uitplanten.
- April: De bloeistengels van tweedejaars planten schieten omhoog.
- Mei: Begin van de bloei: hommels op de wijnrode bloemen.
- Juni: Volle bloei.
- Juli: Laatste bloemen. Uitgebloeide stengels afknippen als je geen zaad wilt.
- Augustus: De klitnootjes rijpen. Stengels langs paden afknippen; zaad oogsten met handschoenen.
- September: Zaaien in potten buiten of ter plaatse. Nieuwe rozetten verschijnen.
- Oktober: Zaaien of jonge rozetten verplanten.
- November: De rozetten overwinteren.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Cynoglossum komt van het Griekse kuōn, hond, en glōssa, tong: de zachte, langwerpige bladeren lijken op een hondentong.
- De hele plant ruikt naar muizen, een geur die je vooral merkt als je een blad kneust.
- De klitnootjes zijn een schoolvoorbeeld van zaadverspreiding door dieren: ze reizen mee in de vacht van konijnen, vossen, schapen en honden.