
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruid · Boraginaceae
Gewone smeerwortel
Symphytum officinale
In andere talen: Grande consoude (Français) · Common comfrey (English)
Gewone smeerwortel is een forse, inheemse vaste plant die in het wild groeit langs sloten, beken en in vochtige graslanden. Hij vormt een pol van grote, ruwbehaarde bladeren en draagt van mei tot juli hangende trosjes buisvormige klokjes in crèmewit, roze of paarsviolet. Hommels en bijen vliegen er de hele dag op af. Tuiniers kweken hem ook voor zijn blad: een rijke bron van kalium voor plantengier, mulch en compost. Zijn diepe, zwarte penwortels maken hem wel bijna onuitroeibaar, dus kies zijn plek goed.
Let op: Smeerwortel bevat stoffen die de lever beschadigen: eet het blad niet en gebruik het niet als thee, en let op dat kinderen er niet van eten. Hij is ook schadelijk voor paarden, koeien en andere grazers: zet hem niet in of naast een weide en voeder het blad niet. De ruwe haren kunnen de huid irriteren. Eenmaal geplant krijg je hem moeilijk weg, want elk stukje wortel loopt opnieuw uit.
Licht
Zon tot schaduw
niet kieskeurig
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
1 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
mei–juli
| Snoeimaanden | juli en oktober |
|---|---|
| Hoogte | 1 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | mei–juli |
Herkennen
Hoe herken je een gewone smeerwortel?
- Groeivorm
- Forse pol van 60 cm tot 1 m hoog en ongeveer 60 cm breed, met rechtopgaande, gevleugelde stengels.
- Blad
- Groot en lancetvormig, tot 25 cm lang, ruw en stug behaard; de bladvoet loopt als een vleugel langs de stengel door.
- Bloem
- Buisvormige, hangende klokjes in opgerolde trosjes, crèmewit, roze of paarsviolet, van mei tot juli.
- Wortels
- Dikke, vertakte penwortels, zwart vanbuiten en wit vanbinnen, die tot meer dan een meter diep gaan.
- Zaad
- Vier zwarte nootjes per bloem; hij zaait zich makkelijk uit.
Bloei: mei–juli · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: juli en oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de beste bijenplanten: hommels bezoeken de klokjes van mei tot juli.
- Het blad geeft een kaliumrijke gier voor tomaten, bonen en bloeiende planten.
- Verse bladeren zijn een goede mulch en een snelle starter voor de composthoop.
- Inheems en sterk: groeit in zon en schaduw, ook op natte grond.
- Na een flinke maaibeurt loopt hij snel weer uit, zodat je meerdere keren per jaar blad hebt.
Waar staat een gewone smeerwortel graag?
- Zon, halfschaduw of schaduw; in de zon bloeit hij het rijkst.
- Voedzame grond: zand, leem, klei of veen, licht zuur tot kalkrijk.
- Gewone tot natte grond: ideaal langs een sloot, aan een vijverrand of in een vochtige hoek.
- Geef hem 60–90 cm ruimte op een vaste plek: eenmaal geplant krijg je hem moeilijk weg.
- Licht
- Zon, halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem, klei of veen
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 1 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Fruitbomen: Onder of naast fruitbomen levert hij elk jaar blad voor mulch.
- Kattenstaart: Paarse bloeiaren in de zomer, op dezelfde vochtige plek.
- Koninginnekruid: Bloeit in de nazomer en trekt vlinders aan, ook langs water.
- Moerasspirea: Romige, geurende pluimen voor een natte border.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een gewone smeerwortel?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober.
- Kies een definitieve plek, bijvoorbeeld in een hoek van de moestuin of bij de composthoop.
- Graaf een ruim plantgat en meng er compost of goed verteerde stalmest door: hij is een gulzige groeier.
- Zet de plant even diep als in de pot, of leg een stuk wortel 5 cm diep horizontaal in de grond.
- Houd 60–90 cm tussen de planten.
- Geef ruim water en houd de grond vochtig tot hij goed groeit.
Verzorgen
- Water
- Alleen jonge planten bij droogte water geven; een gevestigde plant haalt vocht diep uit de grond.
- Bemesten
- In het voorjaar een laag compost of stalmest: hoe rijker de grond, hoe meer blad.
- Blad oogsten
- Knip of maai de bladeren tot 5 cm boven de grond als de plant 50–60 cm hoog is; dat kan 2–4 keer per jaar. Draag handschoenen tegen de ruwe haren.
- Gier maken
- Laat ongeveer 1 kg vers blad 2–4 weken trekken in 10 liter regenwater in een afgedekte ton. Verdun de gier 1 op 10 voor gebruik; hij stinkt flink.
- Mulchen
- Leg verwelkte bladeren rond tomaten, bonen en bessenstruiken, of meng ze door de compost.
Tip: Gebruik de bladeren voor gier en mulch, maar plant hem waar hij mag blijven: hij wortelt diep en komt telkens terug. Wie geen zaailingen wil, kiest Russische smeerwortel ‘Bocking 14’, die geen kiemkrachtig zaad vormt.
Wanneer snoei je een gewone smeerwortel?
Snoeimaanden: juli en oktober.
Wanneer: Na de eerste bloei, in juli, kun je de hele plant terugknippen. In oktober ruim je het afgestorven blad op.
Hoe:
- Knip na de bloei alle stengels en bladeren tot 5 cm boven de grond; na een paar weken staat er nieuw blad.
- Laat voor de hommels eventueel een deel van de pol staan en knip dat later terug.
- Knip de bloemstengels af voor het zaad rijp is als je geen zaailingen wilt.
- Ruim in oktober het afgestorven blad op of laat het als mulch liggen.
Let op: Draag handschoenen en lange mouwen: de stugge haren op blad en stengels kunnen de huid irriteren.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april of in oktober: steek met een scherpe spade een stuk van de pol met wortel af en plant het elders.
- Wortelstekken
- In de winter of het vroege voorjaar: leg stukjes wortel van 5 cm horizontaal en 5 cm diep in de grond of in een pot. Ze lopen makkelijk uit.
- Zaad
- Hij zaait zich vanzelf uit; zelf zaaien kan in de herfst of het voorjaar buiten.
Hoe komt een gewone smeerwortel de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −30 °C: bescherming is nooit nodig.
- In de herfst sterft het blad af; in maart loopt de plant opnieuw uit.
- Laat afgestorven blad gerust liggen als mulch, of zet het op de composthoop.
Ziektes en plagen
- Roest: Oranje puistjes op het blad, vooral in het voorjaar. Knip aangetast blad weg en gooi het niet op de compost.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad in een droge nazomer. Knip de plant terug; het nieuwe blad is meestal gezond.
- Slakken: Vreten aan jonge scheuten in het voorjaar. Een gevestigde plant groeit er snel overheen.
- Omvallen: Na regen vallen de hoge stengels om. Terugknippen na de bloei geeft een compactere plant.
- Woekering: Zaailingen en nieuwe scheuten buiten de plek. Steek ze jong met wortel en al uit; elk stukje wortel loopt opnieuw uit.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Compost of stalmest geven.
- April: Planten of scheuren.
- Mei: Bloei. Eerste blad oogsten voor gier.
- Juni: Bloei. Blad oogsten voor gier en mulch.
- Juli: Na de bloei terugknippen tot 5 cm.
- Augustus: Nieuw blad oogsten voor gier en mulch.
- September: Planten. Laatste blad oogsten.
- Oktober: Planten. Afgestorven blad opruimen of laten liggen als mulch.
- December: Rust. Wortelstekken nemen bij zacht weer.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Smeerwortel bevat pyrrolizidine-alkaloïden die de lever ernstig kunnen beschadigen: eet de bladeren niet (ook niet gebakken) en drink er geen thee van. Bovendien worden jonge smeerwortelbladeren verward met die van het zeer giftige vingerhoedskruid. Smeerwortel is wel een prima plant voor de tuin: als groenbemester, in de compost en als vloeibare plantenmest. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Sommige hommels met een korte tong bijten een gaatje onder in de bloem om bij de nectar te komen, zonder de bloem te bestuiven.
- ‘Bocking 14’ is genoemd naar het Engelse dorp Bocking, waar in de jaren 1950 rassen van smeerwortel werden vergeleken op hun bladopbrengst.
- Bij gewone smeerwortel lopen de bladvoeten als vleugels langs de stengel naar beneden: daaraan herken je de soort.