Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Orchideeënfamilie (Orchidaceae)
Gevlekte orchis
Dactylorhiza maculata
In andere talen: Orchis tacheté (Français) · Heath spotted-orchid (English)
Komt in België in het wild voor.
De gevlekte orchis is een inheemse orchidee van vochtige, zure en zeer voedselarme grond: natte heide, heischrale graslanden, blauwgraslanden en randen van venen. In België is hij zeldzaam en sterk achteruitgegaan; je vindt hem vooral nog in de Kempen en in de Ardennen. Hij lijkt op de bosorchis, maar zijn bloemen zijn bleker, wit tot lichtlila met fijne purperen stippen en streepjes, en de lip is breed en rond, met een kleine middenlob. De bladeren zijn smal en meestal klein gevlekt. Hij bloeit in juni–juli, is een teken van gave natuur en is, zoals alle wilde orchideeën, beschermd.
Let op: Beschermde en zeldzame soort: zoals alle wilde orchideeën mag je de gevlekte orchis niet plukken of uitgraven. Koop enkel gekweekte planten bij een gespecialiseerde kwekerij. Uitgegraven wilde planten sterven bovendien bijna altijd.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,3 m
hoog, 0,15 m breed
Bloei
juni–juli
| Snoeimaanden | september |
|---|---|
| Hoogte | 0,3 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Overblijvende orchidee van 15–40 cm, soms hoger, met een slanke, volle stengel. Ondergronds zitten handvormig gedeelde knollen.
- Blad
- Smal lancetvormig en spits, meestal met kleine, ronde tot ovale donkere vlekken; de onderste bladeren zijn smaller dan bij de bosorchis.
- Bloem
- In juni–juli een vrij korte, eerst piramidale, later rondere aar, wit tot bleeklila, fijn gestippeld en gestreept met purper. De lip is breed en rond, met een kleine, korte middenlob die niet of nauwelijks voorbij de zijlobben uitsteekt.
- Vrucht
- Langwerpige doosvruchtjes met duizenden stofjes van zaad.
- Wortels
- Twee handvormig gedeelde knollen en enkele dunne wortels, die samenleven met schimmels in de bodem.
- Verwarring met
- De bosorchis groeit op kalkhoudende tot neutrale grond en heeft een diep drielobbige lip met een grote, puntige middenlob en bredere, stompe onderste bladeren. Beide soorten vormen soms bastaarden.
Bloei: juni–juli · Snoeien: september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een sierlijke orchidee met bleke, fijn getekende bloemen: een juweel van natte heide en heischrale graslanden.
- Een kenmerkende soort van voedselarme, zure en vochtige grond: waar hij groeit, is de natuur nog in goede staat.
- Hommels, bijen en vliegen bezoeken de bloemen; net als de bosorchis lokt hij bestuivers zonder nectar te bieden.
- Hoort bij een rijk plantengezelschap met onder meer dopheide, tormentil en blauwe knoop.
- In een vochtige heidetuin kun je met gekweekte planten een stukje heidenatuur nabootsen.
Waar staat een gevlekte orchis graag?
- In het wild: natte en vochtige heide, heischrale graslanden, blauwgraslanden, randen van venen en open plekken in vochtige, zure bossen.
- Zon tot lichte halfschaduw.
- Vochtige tot natte, zure en zeer voedselarme grond: zand of veen.
- In de tuin: alleen geschikt voor een vochtige heidetuin of een natte, schrale zone met zure grond; op gewone tuingrond houdt hij het niet.
Mooi samen met
- Dopheide: Roze klokjes in de zomer op dezelfde natte, zure grond.
- Tormentil: Kleine gele sterretjes tussen de orchideeën.
- Blauwe knoop: Blauwe bolletjes in de nazomer en waardplant van de moerasparelmoervlinder.
- Klokjesgentiaan: Diepblauwe klokken in augustus–september; ook zeldzaam, dus enkel gekweekte planten.
- Struikhei: Roze bloei in de nazomer op de iets drogere randen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een gevlekte orchis?
- Koop gevlekte orchissen enkel bij een gespecialiseerde kwekerij die ze uit zaad kweekt; haal ze nooit uit de natuur.
- Kies een plek met zure, voedselarme grond die het hele jaar vochtig blijft, zoals een natte heidetuin. Meng er geen compost of potgrond door.
- Plant in september–oktober of in maart, even diep als in de pot, en laat de kluit heel: daarin zitten de bodemschimmels.
- Zet enkele planten 15–20 cm uit elkaar tussen lage heideplanten, niet in hoog gras.
- Geef regenwater als de grond in het voorjaar uitdroogt; leidingwater is vaak te kalkrijk.
- Graaf nooit planten uit in het wild: wilde orchideeën zijn beschermd en uitgegraven planten sterven bijna altijd.
Verzorgen
- Water
- Hou de grond vochtig met regenwater; laat hem in mei–juni nooit uitdrogen.
- Bemesten
- Nooit: zelfs een beetje mest of compost maakt de grond te rijk.
- Maaien
- Maai in september, na de zaadzetting, en voer het maaisel af.
- Opslag
- Hou opschietende grassen, berken, dennen en bramen in toom, zodat de plek open en licht blijft.
- Geduld
- Planten bloeien niet elk jaar. Nieuwe planten uit zaad hebben meerdere jaren nodig.
Tip: Gebruik voor een gevlekte orchis altijd regenwater en nooit compost: hij leeft op zure, zeer arme grond, en kalk of voedingsstoffen uit leidingwater en compost maken die plek snel ongeschikt.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: september.
Wanneer: Niet snoeien. Maaien in september, na de zaadzetting.
Hoe:
- Laat de uitgebloeide aren staan tot de zaaddoosjes bruin en open zijn.
- Maai daarna en voer het maaisel af, zodat de grond arm blijft.
- Markeer de planten met een stokje, zodat je ze niet per ongeluk wegmaait.
- Trek jonge berken en dennen uit voor ze schaduw gaan geven.
Let op: Maai in mei–augustus niet over de planten: dan verlies je de bloemen en het zaad van dat jaar.
Vermeerderen
- Zaad
- In de natuur verspreidt hij zich met stofzaad dat alleen kiemt met een geschikte bodemschimmel. Laat de zaaddoosjes rijpen; op een goede plek verschijnen na enkele jaren nieuwe planten.
- Labo
- Kwekers zaaien orchideeën in het labo op een voedingsbodem. Thuis lukt dat niet, en scheuren raden we af.
Hoe komt een gevlekte orchis de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Na de zaadzetting sterft de plant bovengronds af en overwintert ze als knol.
- Winterhard; een natte winter is geen probleem op een plek die van nature nat is.
- In april–mei verschijnen de nieuwe bladeren.
Ziektes en plagen
- Verdroging: De grootste bedreiging: in een droge lente gaat hij achteruit. Hou de plek vochtig en geef regenwater.
- Vermesting: Mest, compost of kalkrijk water maken de grond ongeschikt. Gebruik enkel regenwater en voer maaisel altijd af.
- Verruiging: Grassen, berk en braam overgroeien de plek. Maai jaarlijks en trek zaailingen van bomen uit.
- Slakken: Ze eten jonge scheuten en knoppen. Controleer in het voorjaar ’s avonds en haal ze weg.
- Verplanten mislukt: Uitgegraven planten missen hun bodemschimmels en sterven bijna altijd. Koop enkel gekweekte planten.
Het jaar rond
- Maart: Gekweekte planten planten. Controleer of de grond vochtig is.
- April: De eerste bladeren verschijnen. Letten op slakken.
- Mei: De bloeiaar groeit. Bij droogte regenwater geven.
- Juni: Bloei. Kijken en fotograferen, niet plukken.
- Juli: Laatste bloemen; de zaaddoosjes rijpen.
- Augustus: Het zaad verspreidt zich.
- September: Maaien en het maaisel afvoeren. Gekweekte planten planten.
- Oktober: Opslag van berk en braam verwijderen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Maculata betekent ‘gevlekt’ en verwijst naar de donkere vlekken op de bladeren.
- De bosorchis werd lang als een ondersoort van de gevlekte orchis beschouwd; nu zien de meeste plantkundigen ze als twee soorten.
- Zoals bij alle orchideeën is het zaad zo fijn als stof en kiemt het alleen met hulp van een bodemschimmel.