
Foto: Sphl, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae)
Kroontjeskruid
Euphorbia helioscopia
In andere talen: Euphorbe réveil-matin (Français) · Sun spurge (English)
Komt in België in het wild voor.
Kroontjeskruid is een eenjarige wolfsmelk van akkers, moestuinen en bewerkte grond. Je vindt het in heel België, vooral op voedselrijke, losse grond: in akkers, groentetuinen, borders, op braakliggende grond, bouwterreinen en in bermen. Herken het aan de rechtopstaande, vaak roodachtige stengel met spatelvormige, bovenaan fijn gezaagde blaadjes, die eindigt in een plat, geelgroen scherm met vijf stralen, omringd door een krans van vijf brede blaadjes: het ‘kroontje’. Breek je een stengel, dan komt er wit, kleverig melksap uit, en dat sap is giftig en irriterend voor huid en ogen. Van april tot in oktober bezoeken vliegjes, kleine kevers, mieren en bijtjes de open nectarkliertjes. In de moestuin trek je het best met handschoenen uit voor het zaad zet.
Let op: Kroontjeskruid is giftig. Het witte melksap irriteert de huid en kan roodheid en blaartjes geven; in de ogen is het gevaarlijk en kan het een pijnlijke ontsteking veroorzaken. Wie ervan eet, kan braken en diarree krijgen. Kinderen, huisdieren en knaagdieren als konijnen en cavia’s lopen het meeste risico. Draag handschoenen bij het wieden, wrijf nooit in je ogen en was je handen na afloop. Krijg je sap in je oog, spoel dan meteen met veel water en raadpleeg een arts.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,3 m
hoog, 0,2 m breed
Bloei
april–oktober
| Hoogte | 0,3 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | april–oktober |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Eenjarige plant van 10–50 cm, meestal met één rechtopstaande, vaak roodachtige stengel die bovenaan uitloopt in een breed scherm. Bij breken komt er wit melksap uit.
- Blad
- Verspreid, omgekeerd eirond tot spatelvormig, 1,5–3 cm, naar de voet versmald en aan de top fijn gezaagd; geelgroen tot frisgroen.
- Bloem
- Een scherm met vijf hoofdstralen, omringd door een krans van vijf brede, geelgroene blaadjes; elke straal vertakt verder. De eigenlijke bloempjes zijn piepklein en zitten in bekertjes met ovale, gele nectarkliertjes zonder hoorntjes. Bloei van april tot oktober.
- Vrucht/Zaad
- Een gladde, drielobbige doosvrucht van ongeveer 3 mm met drie bruine zaadjes met een netvormig patroon. Rijpe vruchten springen open en schieten de zaadjes weg.
- Wortels
- Een dunne penwortel; de plant laat makkelijk los.
- Verwarring met
- Tuinwolfsmelk is kleiner, heeft gave, niet gezaagde bladeren, een scherm met drie stralen en halvemaanvormige kliertjes met hoorntjes. Kleine wolfsmelk heeft heel smalle bladeren. Kroontjeskruid herken je aan het vijfstralige scherm met de krans van vijf brede, gezaagde blaadjes.
Bloei: april–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit lang, van april tot oktober, met geelgroene schermen die een beetje nectar geven aan vliegen, kleine kevers, mieren en kleine bijen.
- De open nectarkliertjes zijn makkelijk bereikbaar, ook voor insecten met een korte tong.
- Een typisch akkerkruid dat laat zien hoe planten al eeuwenlang met de landbouw meeleven.
- Mooi van dichtbij: de vijf geelgroene blaadjes rond het scherm vormen een echt kroontje.
- Makkelijk in toom te houden: eenjarig en met een dunne wortel, dus snel uitgetrokken.
Waar staat een kroontjeskruid graag?
- In het wild: akkers, moestuinen, tuinen, braakliggende grond, bermen en bouwterreinen.
- Zon tot lichte halfschaduw.
- Voedselrijke, losse grond: leem, klei of zand dat geregeld bewerkt wordt.
- In de tuin: verschijnt vanzelf in de moestuin en in borders met open grond; hooguit een plekje in een akkerbloemenrand, uit de buurt van spelende kinderen.
Mooi samen met
- Korenbloem: Blauwe akkerbloem voor een zonnige akkerrand, veel waardevoller voor bijen en hommels.
- Grote klaproos: Rode bloemen op dezelfde bewerkte grond.
- Gele ganzenbloem: Een gele akkerbloem die lang bloeit.
- Echte kamille: Witte, geurige bloemhoofdjes, ook een plant van akkers en open grond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kroontjeskruid?
- Je hoeft het niet te zaaien: het komt vanzelf op bewerkte, voedselrijke grond.
- Wil je het in een akkerbloemenrand houden, laat dan een paar spontane planten staan, ver van de plek waar kinderen spelen en huisdieren lopen.
- Draag altijd handschoenen als je het uittrekt of verplaatst, en houd het melksap uit je ogen.
- Wil je het juist weren, bedek kale grond dan met mulch of een groenbemester en schoffel kiemplantjes weg.
- Haal nooit planten uit het wild; voor een akkerbloemenrand zaai je liever inheemse akkerbloemen met zaad van een kwekerij.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig.
- Bemesten
- Niet nodig; op rijke grond groeit het juist sterker.
- Wieden
- Trek of schoffel jonge planten weg voor ze bloeien en zaad zetten, en draag daarbij handschoenen.
- Zaad laten vallen
- Laat je een paar planten uitzaaien, weet dan dat het zaad een aantal jaren in de grond kan blijven liggen en telkens opnieuw kiemt.
- Afvoeren
- Uitgetrokken planten zonder vruchtjes mogen op de composthoop; planten met rijpe vruchtjes gaan in de GFT-container.
Tip: Breek bij twijfel een stengeltje: komt er wit melksap uit, dan heb je een wolfsmelk. Trek kroontjeskruid in de moestuin met handschoenen uit voor de vruchtjes rijp zijn, en je hebt er de jaren erna veel minder last van.
Snoeien en maaien
Wanneer: Niet nodig; wieden doe je voor de zaadzetting, van mei tot september.
Hoe:
- Snoeien is niet nodig: het is een eenjarige die na de zaadzetting afsterft.
- Trek planten die je niet wilt helemaal uit, met handschoenen, voor de vruchtjes rijp zijn.
- Knip uitgebloeide schermen af als je de uitzaai wilt beperken, maar zorg dat het melksap niet op je huid komt.
Let op: Draag altijd handschoenen en bij veel werk ook een bril: het melksap irriteert huid en ogen.
Vermeerderen
- Zaad
- Het zaait zichzelf uit: rijpe vruchtjes springen open en schieten de zaadjes weg, en mieren slepen soms zaadjes verder mee. Het zaad kiemt vooral in het voorjaar en de nazomer op bewerkte grond.
Hoe komt een kroontjeskruid de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- De meeste planten sterven in de late herfst af; het zaad overwintert in de bodem.
- Plantjes die in de nazomer kiemen, overleven een zachte winter soms en bloeien dan al vroeg in het voorjaar.
- Het zaad kan een aantal jaren kiemkrachtig in de grond blijven liggen.
Ziektes en plagen
- Melksap: Irriterend voor huid en ogen. Draag handschoenen, was je handen na het werk en wrijf nooit in je ogen.
- Veel zaailingen: Op bewerkte grond komt het telkens terug. Schoffel jong, op een droge dag, en bedek de grond met mulch.
- Huisdieren: Konijnen en cavia’s mogen het niet tussen hun voer krijgen. Wied het weg in de buurt van hokken en rennen, en controleer onkruid dat je als voer plukt.
- Verwarring met wilde groenten: Pluk je wilde groenten zoals vogelmuur, let dan op: jonge wolfsmelkplantjes kunnen ertussen staan. Breek een stengel: wit melksap betekent wolfsmelk.
Het jaar rond
- Maart: De eerste kiemplantjes verschijnen op bewerkte grond.
- April: Eerste bloei. Schoffelen waar je het niet wilt.
- Mei: Volle bloei: vliegjes en kevertjes op de nectarkliertjes.
- Juni: De eerste vruchtjes. Uittrekken met handschoenen voor ze openspringen.
- Juli: Bloei en zaadzetting. Wieden in de moestuin.
- Augustus: Nieuwe kiemplantjes na de oogst van groenten.
- September: De bloei gaat door. Kale grond inzaaien met een groenbemester.
- Oktober: Laatste bloemen. Planten opruimen.
- November: De planten sterven af; het zaad overwintert in de grond.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Helioscopia betekent ‘naar de zon kijkend’: men dacht vroeger dat de schermen met de zon meedraaien.
- De Nederlandse naam kroontjeskruid verwijst naar de krans van vijf blaadjes rond het scherm, die op een kroontje lijkt.
- In de volksgeneeskunde werd het bijtende melksap vroeger op wratten gestipt; doe dat niet na, want het kan de huid beschadigen.