
Foto: Rasbak, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae)
Tuinwolfsmelk
Euphorbia peplus
In andere talen: Euphorbe des jardins (Français) · Petty spurge (English)
Komt in België in het wild voor.
Tuinwolfsmelk is een klein, eenjarig kruid met een frisgroene kleur en een opvallend wit melksap. Het groeit in heel België zeer algemeen in moestuinen, borders, bloempotten, tussen straatstenen en op akkers: overal waar de grond open, los en voedselrijk is. Je herkent het aan de kale, rechtopstaande stengeltjes met kleine, ronde blaadjes en aan de groene ‘bloemetjes’ met maanvormige kliertjes met twee hoorntjes. Breek je een stengel, dan komt er melksap uit dat de huid en vooral de ogen sterk irriteert. In de natuurtuin is het een bescheiden plant: kleine vliegen, sluipwespjes en mieren halen er nectar, en mieren slepen de zaden mee.
Let op: Giftig. Het witte melksap irriteert huid en ogen sterk en kan blaren en een pijnlijke oogontsteking geven; ook opeten is schadelijk. Vooral kinderen die plukken of op de grond spelen, en huisdieren en weidedieren die eraan knabbelen, lopen risico. Draag handschoenen bij het wieden, wrijf nooit in je ogen en was je handen na contact. Krijg je sap in je ogen, spoel dan meteen lang met water en raadpleeg een arts.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
0,25 m
hoog, 0,2 m breed
Bloei
maart–november
| Hoogte | 0,25 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | maart–november |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Eenjarig, 10–30 cm hoog, kaal en lichtgroen; één rechte stengel of al vanaf de voet vertakt.
- Blad
- Klein, eirond tot omgekeerd eirond, 1–3 cm, met een kort steeltje en een gave rand; verspreid langs de stengel.
- Bloem
- Een scherm met drie stralen die zich verder vertakken. Elk ‘bloempje’ is een bekertje (cyathium) met vier groenige, maanvormige klieren met lange, dunne hoorntjes.
- Vrucht/Zaad
- Een kaal doosvruchtje van 2 mm met drie kleppen, elk met twee smalle vleugeltjes op de rug. De grijze zaden hebben putjes en een wit aanhangsel.
- Stengel
- Rond en kaal; breek je hem, dan komt er meteen wit, kleverig melksap uit.
- Verwarring met
- Kroontjeskruid is steviger en geelgroen, met een scherm van vijf stralen, fijngetande bladtoppen en ovale klieren zonder hoorntjes. Kleine wolfsmelk heeft smalle, lijnvormige bladeren. Postelein lijkt er van ver op, maar heeft vlezige bladeren en geen melksap.
Bloei: maart–november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit van het vroege voorjaar tot de late herfst en levert dan nectar voor kleine vliegen, sluipwespjes en mieren.
- Mieren verspreiden de zaden: aan elk zaad zit een wit, voedzaam aanhangsel waar ze op afkomen.
- Een boeiend plantje om de vreemde bloeiwijze van wolfsmelken van dichtbij te bekijken, met een loep.
- Wortelt ondiep en laat zich dus makkelijk wieden waar het niet gewenst is.
- Een goede aanwijzer: waar het welig groeit, is de grond los, open en voedselrijk.
Waar staat een tuinwolfsmelk graag?
- In het wild op open, verstoorde grond: moestuinen, akkers, borders, kwekerijen, plantenbakken en voegen tussen straatstenen.
- Houdt van voedselrijke, losse grond die regelmatig bewerkt wordt; in een gesloten grasmat verdwijnt het.
- Zon tot halfschaduw; het groeit ook in de schaduw van groenten en vaste planten.
- Normale, vochthoudende grond; in droge zomers blijft het klein en zet het snel zaad.
Mooi samen met
- Vogelmuur: Groeit op dezelfde open, voedselrijke grond en geeft zaad voor vinken en mussen.
- Paarse dovenetel: Bloeit ook vroeg in het jaar, met nectar voor hommels en bijen.
- Grote ereprijs: Blauwe bloemetjes in hetzelfde voorjaarsgroen van moestuin en border.
- Herderstasje: Nog zo’n kleine pionier van open grond, met zaad voor vogels.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een tuinwolfsmelk?
- Planten is niet nodig: tuinwolfsmelk komt vanzelf, met potgrond, met gekochte planten en via mieren.
- Wil je het een plekje gunnen, laat dan een paar planten staan in een hoekje met open grond, ver van paden, zandbak en speelplekken.
- Zaaien kan in maart–april of in september: strooi het zaad dun op losse grond en druk het aan. Het kiemt na enkele weken.
- Houd 15–20 cm tussen de planten; water geven is alleen nodig in een pot die uitdroogt.
- Draag handschoenen als je plantjes verzet of wiedt, en was daarna meteen je handen.
- Graaf nooit planten uit in de natuur: neem zaad uit je eigen tuin of van een bekende.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig; het redt zich, ook in droge grond. In droogte blijft het gewoon kleiner.
- Bemesten
- Niet nodig: het groeit al welig op voedselrijke grond.
- Wieden
- Trek of schoffel jonge plantjes weg voor ze bloeien, liefst na een regenbui, als ze makkelijk loskomen. Altijd met handschoenen.
- Woekeren
- Het zaait zich rijk uit en heeft meerdere generaties per jaar. Een mulchlaag van bladcompost, stro of grasmaaisel tussen de groenten houdt het grotendeels weg.
- Zaad laten vallen
- Wil je het houden, laat dan enkele planten zaad zetten in een vast hoekje en wied de rest op tijd.
Tip: Wied tuinwolfsmelk altijd met handschoenen en voor de doosvruchtjes rijp zijn: zo blijven je handen gaaf en blijft de zaadvoorraad in je grond klein.
Snoeien en maaien
Wanneer: Niet snoeien: het is een eenjarige plant. Wied ongewenste planten van maart tot november, voor ze zaad zetten.
Hoe:
- Trek de plant met wortel en al uit; ze wortelt ondiep en komt makkelijk los.
- Doe het voor de doosvruchtjes rijp zijn: die springen open en schieten de zaden weg.
- Leg gewiede planten zonder zaad op de composthoop; planten met rijp zaad horen bij het gft-afval, niet op een koude composthoop.
Let op: Draag handschoenen en raak je ogen niet aan tijdens het wieden: het melksap is bijtend.
Vermeerderen
- Zaad
- Vermeerdert zich alleen met zaad. De doosvruchtjes springen open en mieren slepen de zaden verder mee. Het zaad blijft jaren kiemkrachtig in de grond en kiemt bijna het hele jaar door, zodra de grond bewerkt wordt.
Hoe komt een tuinwolfsmelk de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- In zachte winters blijven de planten groen en bloeien ze zelfs door.
- Strenge vorst doet de planten afsterven, maar het zaad in de grond overleeft en kiemt opnieuw in het voorjaar.
- Veel tuinwolfsmelk in de winter wijst op kale grond: een mulchlaag of groenbemester beschermt de bodem beter en houdt het in toom.
Ziektes en plagen
- Melksap op de huid: Kan roodheid, jeuk en blaren geven, vooral in de zon. Draag handschoenen bij het wieden en was je huid met water en zeep.
- Sap in de ogen: Zeer pijnlijk en schadelijk voor het oog. Wrijf nooit in je ogen met sap aan je handen; spoel meteen lang met water.
- Te veel zaailingen: In moestuin en bloembakken kan het een tapijt vormen. Wied vroeg, mulch de grond en laat geen planten zaad zetten.
- Meegekomen met planten: Duikt vaak op in de pot van gekochte planten. Haal het meteen weg, voor het zaad zet.
- Verwarring met eetbare planten: Jonge plantjes kunnen tussen postelein of sla opduiken. Pluk nooit iets wat je niet kent: wolfsmelk herken je aan het melksap.
Het jaar rond
- Februari: In zachte winters bloeien de eerste planten al.
- Maart: Kiemplanten verschijnen: wied ze tussen de zaaibedden. Zaaien kan, als je een paar planten wilt.
- April: Bloei. Mulch leggen tussen de groenten.
- Mei: Bloei en zaadzetting. Wieden voor de doosvruchtjes rijp zijn.
- Juni: Na schoffelen en oogsten kiemt een nieuwe generatie.
- Juli: Bloei. Wieden met handschoenen.
- Augustus: De doosvruchtjes springen open; mieren slepen het zaad mee.
- September: Bloei. Zaaien kan; laat een paar planten in een hoekje zaad zetten.
- Oktober: Groenbemester zaaien op lege bedden, zodat er minder kiemt.
- November: Laatste bloei tot de eerste vorst.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Wat op één bloempje lijkt, is een cyathium: een bekertje met kliertjes, waarin een groepje sterk vereenvoudigde mannelijke bloemen en één vrouwelijke bloem zitten.
- Het geslacht Euphorbia is genoemd naar Euphorbus, de lijfarts van koning Juba II van Mauretanië, rond het begin van onze jaartelling.
- In de volksgeneeskunde werd het melksap vroeger op wratten gesmeerd. Dat is af te raden: het sap is bijtend.