
Foto: Joachim Lutz, CC BY-SA 4.0 · bron
Kruidachtige plant · Orchideeënfamilie (Orchidaceae)
Bokkenorchis
Himantoglossum hircinum
In andere talen: Orchis bouc (Français) · Lizard orchid (English)
Komt in België in het wild voor.
De bokkenorchis is een opvallende, inheemse orchidee van 30–80 cm hoog, met een lange aar vol grijsgroene bloemen met paarse vlekjes en een uitzonderlijk lange, gedraaide lip. Hij groeit op zonnige, droge, kalkrijke graslanden, hellingen, bermen, dijken en in oude duinen. In België is hij zeldzaam: je vindt hem vooral in het zuiden van het land, en de laatste decennia duikt hij ook op enkele plekken in Vlaanderen op. Je herkent hem aan de lip, die tot 5 cm lang is en als een lintje of hagedissenstaartje omlaag krult, en aan de sterke bokkengeur van de bloemen. Zoals alle wilde orchideeën is hij wettelijk beschermd, en waar hij groeit, is hij het pronkstuk van een bloemrijk kalkgrasland.
Let op: Beschermde soort: zoals alle wilde orchideeën in België mag je de bokkenorchis niet plukken of uitgraven. Koop enkel planten die op een gespecialiseerde kwekerij uit zaad zijn opgekweekt. Uitgegraven wilde planten sterven bovendien bijna altijd.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Winterhard
tot -18 °C
jonge planten beschermen
Grootte
0,6 m
hoog, 0,2 m breed
Bloei
mei–juli
| Snoeimaanden | augustus |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | mei–juli |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Overblijvende knolplant met een rechte, stevige bloeistengel van 30–80 cm.
- Blad
- Brede, grijsgroene, langwerpige bladeren in een rozet die al in de herfst verschijnt en de winter doorkomt; bij de bloei zijn ze vaak al verwelkt.
- Bloem
- Lange, losse aar met tientallen bloemen, van mei tot juli. Elke bloem heeft een grijsgroene helm met paarse strepen en een lip tot 5 cm lang, die in de knop als een veer is opgerold en daarna uitrolt tot een gedraaid lint met een gespleten punt; de lip is wit tot bruingroen met paarse stippen.
- Geur
- Sterke, onaangename bokkengeur, vooral op warme dagen.
- Wortels
- Twee eironde knollen; zoals alle orchideeën leeft de plant samen met een schimmel in de bodem.
- Verwarring met
- Geen enkele andere inheemse orchidee heeft zo’n lange, gedraaide lip. Niet-bloeiende rozetten lijken op die van andere orchideeën: wacht op de bloei en laat de plant met rust.
Bloei: mei–juli · Snoeien: augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de meest spectaculaire orchideeën van onze streken, met een van de langste lippen van alle inheemse orchideeën.
- De bloemen worden bestoven door wilde bijen, vooral zandbijen, die op de geur afkomen.
- Een kenmerkende soort van waardevol, schraal kalkgrasland: waar hij staat, groeien vaak ook andere zeldzame planten.
- Hij breidt zich de laatste decennia in West-Europa naar het noorden uit, waardoor je hem soms op onverwachte plekken ziet, zoals op dijken of bermen.
- Een mooi voorbeeld van wat laat en ecologisch maaien van bermen en dijken kan opleveren.
Waar staat een bokkenorchis graag?
- In het wild: zonnige, droge en kalkrijke graslanden, hellingen, bermen, dijken, spoorwegtaluds en oude duinen.
- Volle zon en warme, open plekken met een lage, niet te dichte begroeiing.
- Droge, goed doorlatende, kalkhoudende grond die arm is aan voedingsstoffen.
- In de tuin: alleen in een echt kalkrijk, schraal grasland of een rotstuin op een zonnige helling, en zelfs dan is succes onzeker.
Mooi samen met
- Hondskruid: Roze orchidee van hetzelfde kalkrijke, zonnige grasland.
- Kleine pimpernel: Laag, kalkminnend kruid dat het grasland open houdt.
- Wilde marjolein: Paarse bloemen voor vlinders op dezelfde droge kalkgrond.
- Geel zonneroosje: Lage, gele bloempjes in schraal kalkgrasland.
- Gulden sleutelbloem: Gele voorjaarsbloeier die ook van kalkrijk, schraal grasland houdt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een bokkenorchis?
- Koop alleen planten die op een gespecialiseerde kwekerij uit zaad zijn opgekweekt, met een herkomstbewijs; zulke planten zijn zeldzaam en vragen geduld.
- Graaf nooit planten of knollen uit in het wild en pluk geen bloemen: dat is verboden, en uitgegraven orchideeën sterven bijna altijd.
- Plant in de herfst, als de rozet verschijnt, in kalkrijke, schrale en goed doorlatende grond op een zonnige plek.
- Zet de plant even diep als in de pot, druk licht aan en geef alleen water als de grond helemaal uitdroogt.
- Zelf zaaien lukt voor een tuinier bijna nooit: het stofzaad kiemt alleen met een bodemschimmel en wordt in laboratoria opgekweekt.
- Wil je de soort echt helpen, steun dan natuurorganisaties die kalkgraslanden beheren en geef vondsten door aan een natuurvereniging.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig; te veel vocht doet de knollen rotten.
- Bemesten
- Nooit: mest maakt het gras te sterk, en dat verdringt de orchidee.
- Maaien
- Maai het grasland eind augustus, na de zaadzetting en voor de nieuwe rozetten verschijnen, en voer het maaisel af.
- Concurrentie
- Houd het grasland laag en open; ruige grassen en opslag van struiken verdringen hem.
- Rust
- Laat de plek ongemoeid: niet spitten, niet betreden en geen afgevallen bladeren laten liggen op de rozetten.
Tip: Wil je de bokkenorchis zien, ga dan in juni op een warme dag naar een beschermd kalkgrasland en blijf op de paden: je ruikt hem vaak voor je hem ziet.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: augustus.
Wanneer: Eind augustus, na de zaadzetting.
Hoe:
- Laat de bloeistengel staan tot het zaad rijp is en uit de vruchtjes is gestoven.
- Maai het grasland rondom op 5–10 cm en voer het maaisel af.
- Spaar de winterrozetten die vanaf de herfst verschijnen: maai na begin september niet meer.
Let op: Pluk nooit de bloemen: zonder zaadzetting verdwijnt de plant op termijn.
Vermeerderen
- Zaad
- Elke vrucht bevat duizenden stofjes van zaad, die met de wind meewaaien en alleen met de juiste bodemschimmel kiemen. Vermeerderen gebeurt in gespecialiseerde laboratoria; van kieming tot bloei duurt het jaren.
- Knollen
- Een plant maakt elk jaar een nieuwe knol. Zelf opgraven of delen is af te raden en in het wild verboden.
Hoe komt een bokkenorchis de winter door?
Winterhard tot −18 °C: jonge planten beschermen.
- In de herfst verschijnt een rozet van brede, grijsgroene bladeren, die de hele winter groen blijft.
- Daardoor is hij gevoelig voor strenge, langdurige vorst; zachte winters lijken hem te helpen.
- Onder de grond overwintert de knol, met de reserves voor de bloei van het volgende jaar.
Ziektes en plagen
- Verruiging: Zonder maaien of begrazing groeit kalkgrasland dicht met hoge grassen en struiken. Maai jaarlijks eind augustus en voer het maaisel af.
- Plukken en uitgraven: Bloemen worden geplukt en planten uitgegraven. Deel niet zomaar waar hij groeit en laat de plek met rust.
- Slakken: Slakken eten aan de jonge rozetten en de bloemknoppen. Een open, droge plek helpt; gebruik geen gif.
- Strenge vorst: Lange perioden met harde vorst beschadigen de winterrozet. Je kunt er weinig aan doen; een beschutte, zonnige helling helpt.
Het jaar rond
- Januari: De winterrozet is groen; laat de plek ongemoeid.
- Maart: De rozet groeit verder; geen mest, geen werk.
- April: De bloeistengel verschijnt; let op slakken.
- Mei: Eerste bloemen; de lange lippen rollen zich uit.
- Juni: Volle bloei; op een warme dag ruik je de bokkengeur.
- Juli: Laatste bloei; de vruchten zwellen.
- Augustus: Zaad rijp; eind augustus maaien en het maaisel afvoeren.
- Oktober: Nieuwe rozetten verschijnen.
- December: Rust; de rozet overwintert.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Hircinum komt van het Latijnse hircus, bok: de bloemen ruiken naar een bok.
- Himantoglossum betekent ‘riemtong’, naar de lange, lintvormige lip. In het Engels heet hij lizard orchid, omdat de bloem met haar lange lip op een hagedisje lijkt.
- In de knop zit de lip opgerold als een horlogeveer; als de bloem opengaat, rolt hij zich langzaam uit.