
Foto: Kristian Peters -- Fabelfroh 19:07, 16 August 2005 (UTC), CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Anjerfamilie (Caryophyllaceae)
Zeepostelein
Honckenya peploides
In andere talen: Pourpier de mer (Français) · Sea sandwort (English)
Komt in België in het wild voor.
Zeepostelein is een laag, vlezig, overblijvend kruid van het strand en de zeereep. Het vormt tapijten van glanzend geelgroene blaadjes in vier rijen op zand en kiezels, net boven de vloedlijn. In België vind je het plaatselijk langs de kust, op stukken strand die nog natuurlijk zijn, vooral op het vloedmerk en in de embryonale duinen, de eerste lage duintjes op het strand. Je herkent het aan de dikke, spitse, tegenoverstaande blaadjes die kruiselings rond de stengel staan, de kleine groenwitte bloemetjes en de ronde, erwtachtige vruchtjes. Met zijn kruipende wortelstokken vangt het stuivend zand en zo helpt het nieuwe duinen bouwen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,15 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
mei–augustus
| Hoogte | 0,15 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | mei–augustus |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Laag, kruipend en overblijvend, 5–25 cm hoog, met lange wortelstokken die dichte matten vormen.
- Blad
- Dik, vlezig, eirond en spits, 6–18 mm lang, glanzend geelgroen; tegenoverstaand en zo dicht opeen dat de stengel in vier rijen bebladerd lijkt.
- Bloem
- Klein, 6–10 mm, met vijf groenwitte kroonblaadjes, van mei tot augustus. Mannelijke en vrouwelijke bloemen staan meestal op aparte planten.
- Vrucht/Zaad
- Ronde, geelgroene doosvrucht van 6–10 mm die op een erwtje lijkt, met enkele vrij grote zaden.
- Stengel
- Vlezige, liggende tot opstijgende stengels die in het zand wortelen en er telkens weer doorheen groeien.
- Verwarring met
- Zeekraal heeft geen echte bladeren en groeit op slikken en schorren. Melkkruid heeft kleine roze bloemetjes en groeit op natte, zilte grond. Postelein uit de moestuin heeft afgeronde bladeren en gele bloemen.
Bloei: mei–augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een echte pionier: het vangt zand en zet zo de eerste stap naar nieuwe duinen.
- Verdraagt zout, zeewind, zandstraling en af en toe een overspoeling door zeewater.
- De kleine bloemetjes leveren nectar voor vliegen en andere kleine insecten op het strand.
- Een mooie, vlezige bodembedekker voor wie aan zee een zandtuin heeft.
- Het blad is eetbaar en werd in noordelijke kuststreken vroeger als groente gegeten; pluk het nooit in de duinen.
Waar staat een zeepostelein graag?
- In het wild: zandstranden en kiezelstranden net boven de vloedlijn, het vloedmerk en de embryonale duinen.
- Volle zon, in de wind.
- Kaal, kalkhoudend zand met wat zout en voedsel uit aangespoeld wier; de wortels reiken tot vocht in de diepte.
- In de tuin: alleen in een zandtuin of een grote bak met grof zand, liefst aan de kust; landinwaarts lukt het moeilijk, vooral door concurrentie en te zware grond.
Mooi samen met
- Biestarwegras: Een andere pionier van de embryonale duinen: samen vangen ze het eerste zand.
- Zeeraket: Lila bloemen op het vloedmerk, in dezelfde kale zandstrook.
- Blauwe zeedistel: Zilverblauwe, stekelige plant voor een droge zandtuin aan zee.
- Helm: Het duingras dat achter de eerste duintjes het zand vastlegt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een zeepostelein?
- Zoek plantjes bij een kwekerij die inheemse kust- en strandplanten kweekt; zaad is zelden te koop.
- Graaf nooit planten uit op het strand of in de duinen: duinen zijn beschermde natuur en de planten houden het zand vast.
- Plant in april–mei in zuiver, grof zand op een zonnige, open plek, 30–40 cm uit elkaar.
- Zet de plant iets dieper dan in de pot: overstuiven met zand verdraagt het goed.
- Geef de eerste weken water bij droogte, daarna alleen nog bij langdurige hitte.
- In een pot of bak: gebruik zand met wat fijn grind, zonder potgrond.
Verzorgen
- Water
- Na het aanslaan zelden nodig, want de wortels gaan diep. Een plant in een pot geef je af en toe water.
- Bemesten
- Niet nodig. Op het strand haalt het voedsel uit aangespoeld wier; meer heeft het niet nodig.
- Zout en wind
- Zout en zeewind zijn geen probleem; op zulke plekken is het juist sterker dan andere planten.
- Wieden
- Houd grassen en andere planten weg: zeepostelein verdraagt weinig concurrentie.
- Zand
- Laat ingestoven zand liggen; de plant groeit er gewoon doorheen.
Tip: Plant zeepostelein in zuiver zand zonder potgrond en laat het zand gerust overwaaien: hoe vaker het bedolven raakt, hoe beter het doorgroeit.
Snoeien en maaien
Wanneer: Niet nodig.
Hoe:
- Laat de plant gewoon groeien; afgestorven stengels verteren in het zand.
- Haal in een tuin alleen aangewaaid afval en onkruid tussen de matten weg.
- Wordt de mat te groot, steek er dan bij het verplanten in het voorjaar een stuk af.
Vermeerderen
- Stekken en delen
- In april–mei een stuk wortelstok met stengels afsnijden van je eigen plant en in vochtig zand zetten; het wortelt vlot.
- Zaad
- Zaai rijp zaad van je eigen planten in de herfst in een pot met zand en zet die buiten; het kiemt in het voorjaar.
Hoe komt een zeepostelein de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- De bovengrondse delen sterven in de herfst grotendeels af; de wortelstokken overwinteren in het zand.
- In het voorjaar lopen nieuwe scheuten uit, vaak door een laag vers ingestoven zand heen.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C; het groeit tot aan de kusten van het noordpoolgebied.
- Winterstormen kunnen een deel van de planten wegslaan; meestal herstellen ze uit de wortelstokken.
Ziektes en plagen
- Betreding: Op drukke stranden wordt het platgetrapt. Volg de paden en laat de duintjes op het strand met rust.
- Strandreiniging: Machinaal schoonmaken van het strand haalt het vloedmerk en de planten weg. Natuurlijke stukken strand zijn daarom belangrijk.
- Concurrentie: In een tuin overgroeien grassen het snel. Wied geregeld rond de plant.
- Te zware grond: Op leem, klei of in potgrond rot het. Gebruik alleen zuiver zand.
Het jaar rond
- Maart: Nieuwe scheuten verschijnen in het zand.
- April: Planten of delen in zuiver zand.
- Mei: Eerste groenwitte bloemetjes.
- Juni: Volle bloei; de matten worden dichter.
- Juli: Bloei en de eerste erwtachtige vruchtjes.
- Augustus: Laatste bloemen; de vruchtjes rijpen.
- September: Rijp zaad van je eigen planten zaaien in een pot met zand.
- November: De stengels sterven af; de wortelstokken rusten in het zand.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het geslacht is genoemd naar de 18de-eeuwse Duitse botanicus Gerhard August Honckeny.
- Zeepostelein groeit langs koude en gematigde kusten van een groot deel van het noordelijk halfrond, tot in het noordpoolgebied.
- De naam postelein verwijst naar de vlezige blaadjes, die doen denken aan postelein uit de moestuin, hoewel de twee planten niet verwant zijn.