
Foto: Wikimedia Commons, CC BY 2.5 · bron
Kruidachtige plant · Lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
Paarse dovenetel
Lamium purpureum
In andere talen: Lamier pourpre (Français) · Red dead-nettle (English)
Komt in België in het wild voor.
Paarse dovenetel is een kleine, eenjarige plant uit de lipbloemenfamilie die je in België overal vindt: in moestuinen, borders en akkers, langs wegranden, op braakliggende grond en aan de voet van muren. Hij wordt 10–25 cm hoog en heeft een vierkante, vaak paarsrode stengel met zacht behaarde, hartvormige blaadjes; de bovenste staan dicht opeen en zijn paars aangelopen. Daartussen zitten kleine, roze-paarse lipbloempjes van 1–1,5 cm. Hij bloeit al vroeg in het voorjaar, vaak vanaf maart en in zachte winters zelfs midden in de winter, en is zo een belangrijke vroege voedselbron voor hommels en bijen. Een bescheiden ‘onkruid’ dat je met een gerust hart mag laten staan.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,2 m
hoog, 0,2 m breed
Bloei
maart–oktober
| Hoogte | 0,2 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | maart–oktober |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Kleine, eenjarige plant van 10–25 cm, vaak vertakt aan de voet, met opstijgende stengels.
- Blad
- Tegenoverstaand, hartvormig tot driehoekig, 1–5 cm, gekarteld en zacht behaard; de bovenste bladeren staan dicht opeen en zijn paars aangelopen.
- Bloem
- Roze-paarse lipbloempjes van 1–1,5 cm met een kapvormige bovenlip, in kransen tussen de bovenste bladeren.
- Stengel
- Vierkant, vaak paarsrood en licht behaard.
- Vrucht/Zaad
- Vier kleine nootjes per bloem, met een voedzaam aanhangsel voor mieren.
- Verwarring met
- Hondsdraf kruipt, heeft ronde, kruidig geurende bladeren en blauwpaarse bloemen. Hoenderbeet heeft stengelomvattende bovenste bladeren en lange, smalle bloembuisjes. Witte dovenetel is groter, overblijvend en wit bloeiend.
Bloei: maart–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de eerste bloeiers van het jaar: hommelkoninginnen, gewone sachembijen en andere vroege bijen halen er nectar en stuifmeel.
- Bloeit maandenlang, van maart tot in de herfst, en in zachte winters soms ook in december en januari.
- Bedekt kale grond in de moestuin in de winter en het voorjaar, zodat de bodem niet uitspoelt.
- De zaden worden door mieren verspreid, die het voedzame aanhangsel opeten.
- Een gratis, makkelijke wilde bloem voor het moestuinpad, de border of een stukje braakliggende grond.
Waar staat een Paarse dovenetel graag?
- In het wild: akkers, moestuinen, borders, wegranden, braakliggende grond, erven en de voet van muren.
- Zon tot halfschaduw, op open, losse grond waar regelmatig gewerkt wordt.
- Frisse, voedselrijke grond; leem en klei zijn ideaal, maar hij groeit op bijna elke tuingrond.
- Hij heeft open grond nodig om te kiemen: in een dichte grasmat verdwijnt hij.
Mooi samen met
- Speenkruid: Gele sterretjes in maart: samen een vroeg feest voor de eerste bijen.
- Bosvergeet-mij-nietje: Hemelsblauwe bloemetjes in april–mei, die zich net zo makkelijk uitzaaien.
- Grote klaproos: Rode bloemen in juni op dezelfde open, losse grond.
- Madeliefje: Kleine witte bloemetjes in het gazon langs de border, ook al heel vroeg in bloei.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Paarse dovenetel?
- Meestal hoef je niets te doen: hij komt vanzelf op open grond in moestuin en border. Wil je hem gericht zaaien, koop dan zaad bij een kwekerij voor inheemse planten. Graaf nooit planten uit in het wild.
- Zaai in september–oktober op losse, open grond: de zaailingen overwinteren als kleine plantjes en bloeien al vroeg in het voorjaar.
- Je kunt ook in maart–april zaaien; dan bloeit hij vanaf het late voorjaar.
- Strooi het zaad dun, hark het licht in en hou de grond vochtig tot het kiemt.
- Laat daarna elk jaar een paar planten zaad zetten, dan komt hij steeds terug.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig: hij groeit vooral in de natte maanden van het jaar.
- Bemesten
- Niet nodig.
- Zaad laten vallen
- Laat een deel van de planten uitbloeien en zaad zetten, zodat er volgend jaar nieuwe zijn.
- Wieden
- Te veel? Trek of schoffel de overtollige plantjes weg; ze hebben maar een klein worteltje.
- Moestuin
- Laat hem in de winter als bodembedekker staan en neem hem pas weg als je groenten zaait of plant.
Tip: Wied niet alles weg in maart: laat in de moestuin en de border een paar plekjes paarse dovenetel staan tot na de bloei, dan hebben de eerste hommels iets te eten.
Snoeien en maaien
Wanneer: Niet nodig: het is een eenjarige plant. Overtollige planten trek je weg wanneer het je uitkomt.
Hoe:
- Snoeien of terugknippen is niet nodig.
- Trek uitgebloeide planten pas uit als ze zaad gezet hebben, zodat er volgend jaar nieuwe komen.
- Laat de plantjes in de moestuin staan tot je de grond nodig hebt; schoffel ze dan onder of leg ze op de composthoop.
Vermeerderen
- Zaad
- Hij vermeerdert zich vanzelf met zaad. Zaai zelf in september–oktober of in maart–april op open grond.
- Zelf uitzaaien
- Laat een paar planten staan tot de zaden rijp zijn; mieren dragen ze verder weg.
Hoe komt een Paarse dovenetel de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Zaailingen van de herfst overwinteren als kleine, groene plantjes.
- In zachte winters bloeit hij soms gewoon door, een welkome nectarbron voor hommels die op zachte dagen vliegen.
- Verdraagt gewone Belgische winters goed; bij strenge vorst sterven sommige plantjes af, maar het zaad in de grond overleeft.
- Een groen tapijt van paarse dovenetel beschermt kale grond tegen uitspoelen.
Ziektes en plagen
- Te veel in de moestuin: Op losse, rijke grond kan hij een tapijt vormen. Schoffel of trek weg wat je niet wilt, liefst voor hij zaad zet.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad bij droogte. Onschuldig voor een eenjarige plant.
- Bladluis: Soms luizen op de toppen. Meestal ruimen lieveheersbeestjes en larven van zweefvliegen ze op.
- Hij verdwijnt: Komt hij niet terug? Hij heeft open grond nodig: laat een stukje onbedekt of krabbel de grond in de herfst wat los.
Het jaar rond
- Januari: In zachte winters de eerste bloempjes.
- Maart: Volle bloei. Hommelkoninginnen en sachembijen op bezoek.
- April: Bloei. Zaaien op open grond kan nog.
- Mei: Eerste zaad. Mieren slepen de zaden weg.
- Juni: Overtollige planten wegnemen nadat ze zaad gezet hebben.
- September: Zaaien op losse grond. Nieuwe kiemplantjes verschijnen.
- Oktober: Zaaien. Late bloemen.
- November: Jonge plantjes overwinteren als groen tapijt.
- December: Rust; in zachte winters enkele bloempjes.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Paarse dovenetel kiemt vaak in de herfst, overwintert als klein plantje en bloeit en zaait uit in het voorjaar: een zogenaamde wintereenjarige.
- De soortnaam purpureum verwijst naar de paarse kleur van de bovenste bladeren en de bloemen.
- Ondanks zijn naam is hij geen familie van de brandnetel: dovenetels horen bij de lipbloemen, net als munt en tijm.