
Foto: No machine-readable author provided. Tom.k assumed (based on copyright claims)., CC BY-SA 2.5 · bron
Eenjarige plant · Asteraceae
Madeliefje
Bellis perennis
In andere talen: Pâquerette (Français) · Daisy (English)
Het madeliefje is een inheemse plant die in heel Europa voorkomt, ook in elk Belgisch gazon en grasland. De wilde vorm heeft kleine, witte bloemhoofdjes met een geel hart, vaak met een roze blos aan de randen, boven een rozet van spatelvormige blaadjes. Voor potten en randen zijn er gevulde tuinvormen, met dichte pomponbloemen of grote bloemen tot 5 cm, in wit, roze en rood. Eigenlijk is het een vaste plant, maar de tuinvormen kweek je als tweejarige: je zaait in de zomer en ze bloeien het volgende voorjaar. Tuiniers houden van het madeliefje omdat het al in maart bloeit, als er nog weinig kleur is.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,15 m
hoog, 0,15 m breed
Bloei
maart–juni
| Hoogte | 0,15 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | maart–juni |
Herkennen
Hoe herken je een madeliefje?
- Groeivorm
- Laag rozetje van 10–15 cm hoog en 15–20 cm breed.
- Blad
- Spatelvormig, licht behaard, in een platte rozet tegen de grond.
- Bloem
- Hoofdjes op een bladloze steel, van maart tot juni: enkel bij de wilde vorm, gevuld of pomponvormig bij tuinvormen.
- Kleur
- Wit met een geel hart bij de wilde vorm; tuinvormen in wit, roze, rood en tweekleurig.
- Wortels
- Kort en vezelig; de rozetten vormen na een tijd kleine pollen die je kan scheuren.
Bloei: maart–juni · Oogst en vruchten: maart–oktober · Zaaien: juni–juli · Planten: maart–april en september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit vroeg, van maart tot juni, als de tuin nog kaal is.
- Een van de eerste bronnen van stuifmeel en nectar voor bijen in het voorjaar.
- Klein en compact: ideaal voor potten, bakken en randjes, ook samen met voorjaarsbollen.
- De bloemen zijn eetbaar en een vrolijke versiering op een salade of een taart.
- De wilde vorm is inheems en hoort thuis in een bloemrijk gazon.
Waar staat een madeliefje graag?
- Zon tot halfschaduw; in volle zon bloeit hij het rijkst.
- Gewone tuingrond: zand, leem of klei; zuur, neutraal of kalkrijk.
- Normaal vochtig: niet te droog, maar zonder natte voeten.
- Plant 15–20 cm uit elkaar; in een pot of bak iets dichter.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,15 m hoog, 0,15 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Vergeet-mij-niet: Een blauwe wolk rond de roze en witte madeliefjes.
- Tulp: Madeliefjes vullen de voet van tulpen in een pot of perk.
- Viooltje: Een andere vroege bloeier in dezelfde kleurenpracht, voor potten en randen.
- Narcis: Geel en wit samen, een vrolijk voorjaarsbeeld.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een madeliefje?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in september–oktober of in maart–april, als de grond niet bevroren is.
- Maak de grond los en meng er wat compost door; in een pot gebruik je gewone potgrond.
- Zet de rozetjes even diep als ze stonden, met het hart net boven de grond.
- Houd 15–20 cm afstand, of zet ze in potten tussen tulpen, narcissen en vergeet-mij-nieten.
- Geef meteen water en houd de grond de eerste weken licht vochtig.
Verzorgen
- Water
- In de grond bij droogte; in potten in het voorjaar geregeld, want kleine potten drogen snel uit.
- Bemesten
- Bij het planten wat compost; in potten in de bloei om de 3–4 weken wat vloeibare mest.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip ze geregeld weg: zo bloeit hij langer en zaait hij zich minder uit.
- Na de bloei
- Tuinvormen worden na een jaar minder mooi; vervang ze of scheur ze in juni.
- Oogsten
- Pluk open bloemen op een droge ochtend en gebruik ze dezelfde dag.
Tip: De gevulde tuinvormen kweek je als tweejarige: zaai in juni–juli en plant in de herfst of het vroege voorjaar in potten en randen. De bloemen zijn eetbaar.
Wanneer snoei je een madeliefje?
Wanneer: Snoeien is niet nodig. Tijdens de bloei, van maart tot juni, knip je uitgebloeide bloemen weg.
Hoe:
- Knip of knijp uitgebloeide bloemhoofdjes met de steel af, net boven het blad.
- Haal gele of rotte blaadjes uit de rozet om schimmels te voorkomen.
- Laat enkele bloemen in het gazon staan als je bijen en een natuurlijk gazon wil.
Vermeerderen
- Zaaien
- In juni–juli in een zaaibak of zaaibed, het fijne zaad nauwelijks afdekken. Verspeen de zaailingen in potjes en plant ze in de herfst uit.
- Scheuren
- Na de bloei, in juni, of in september een pol uitgraven en in losse rozetjes met wortels verdelen. Zo blijven gevulde vormen echt.
Hoe komt een madeliefje de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −20 °C: in Belgische winters is geen bescherming nodig.
- In de herfst geplante rozetjes blijven groen en bloeien al vroeg in het voorjaar.
- In een pot: zorg voor een afvoergat, want natte, bevroren potgrond doet meer kwaad dan de kou.
- Zet potten bij strenge vorst tegen een muur.
Ziektes en plagen
- Slakken: Vreten gaten in blad en bloemen, vooral in natte voorjaren. Controleer ’s avonds en raap ze weg.
- Bladluis: Op bloemstelen en knoppen. Spuit af met water; meestal ruimen natuurlijke vijanden ze snel op.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral bij droogte aan het eind van de bloei. Geef water aan de voet en verwijder aangetast blad.
- Terugval naar enkele bloemen: Zaailingen van gevulde vormen hebben vaak weer enkele bloemen. Vermeerder mooie vormen door te scheuren.
Het jaar rond
- Maart: Begin van de bloei. Planten in potten en randen.
- April: Volle bloei. Uitgebloeide bloemen wegknippen.
- Mei: Bloei. Bloemen plukken voor salade.
- Juni: Laatste bloei. Scheuren of uitgebloeide planten vervangen. Zaaien.
- Juli: Zaaien in een zaaibak of zaaibed.
- Augustus: Zaailingen verspenen in potjes. Water geven bij droogte.
- September: Uitplanten op de bloeiplaats.
- Oktober: Planten, samen met voorjaarsbollen in potten.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Bloemen (maart–oktober)
- Pluk de bloemhoofdjes en de nog gesloten knopjes van maart tot oktober, het liefst uit je eigen gazon dat niet bemest of bespoten is. Ze smaken mild en wat nootachtig, de knopjes iets scherper. Strooi ze over salade, soep en brood, of leg de knopjes in azijn als kappertjes.
- Blad (maart–mei)
- De jonge blaadjes in maart–mei zijn eetbaar en licht bitter: een handje door een gemengde salade.
- Bewaring
- Pluk de bloemen vlak voor gebruik: ze sluiten zich snel. Ingelegde knopjes houden maanden in de koelkast.
Let op: Madeliefjes zijn veilig in gewone hoeveelheden. Wie allergisch is voor composieten (zoals ambrosia of kamille), kan ook op madeliefjes reageren. Pluk niet waar honden komen of waar het gazon behandeld is tegen onkruid of mos.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Madeliefjeskappertjes (Azijn · 1 klein potje · 15 min + 2 weken)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De Engelse naam ‘daisy’ komt van ‘day’s eye’, het oog van de dag: de bloemen openen in het daglicht en sluiten ’s avonds.
- Ook bij regen klappen de bloemhoofdjes dicht, zodat het stuifmeel droog blijft.
- De Franse naam ‘pâquerette’ verwijst naar Pasen, de tijd waarin het madeliefje volop bloeit.