
Foto: Henripekka Kallio, CC BY-SA 3.0 · bron
Dwergstruik · Kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)
Linnaeusklokje
Linnaea borealis
In andere talen: Linnée boréale (Français) · Twinflower (English)
Komt in het wild voor in Europa, maar niet in België.
Het linnaeusklokje is een kleine, wintergroene dwergstruik die met lange, kruipende stengels een tapijt vormt op de bosbodem. In het wild groeit het in de naaldbossen van Scandinavië, Schotland, de Alpen en andere koele streken van het noordelijk halfrond, op zure, mosrijke grond. In België komt het niet in het wild voor; je ziet het hier alleen in een enkele tuin of botanische collectie. Je herkent het meteen aan de wit-roze, geurende klokjes die per twee aan een gevorkt steeltje hangen. Het was de lievelingsplant van de Zweedse botanicus Carl Linnaeus, en het draagt zijn naam. In een koele, schaduwrijke rotstuin of heidetuin is het een juweeltje, maar wel een veeleisend.
Let op: Zeldzaam in grote delen van Europa en op veel plaatsen beschermd: pluk of steek nooit planten uit in het wild, ook niet op reis. Koop ze alleen bij een kweker.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,1 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | april |
|---|---|
| Hoogte | 0,1 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Wintergroene dwergstruik van 5–10 cm hoog, met dunne, houtige, kruipende stengels van soms meer dan een meter lang, die op de knopen wortelen.
- Blad
- Klein, rond tot breed eirond, 0,5–1,5 cm, tegenoverstaand, met een paar ondiepe tanden aan de top; glanzend donkergroen en wat behaard.
- Bloem
- Klokjes van ongeveer 1 cm, wit tot lichtroze met roze strepen binnenin, geurend; telkens twee hangende bloemen aan een rechtopstaand, gevorkt steeltje van 5–10 cm, van juni tot augustus.
- Vrucht/Zaad
- Een klein, droog vruchtje met één zaad, omgeven door kleverige klierharen die aan de vacht van dieren blijven hangen. In tuinen zet het zelden vrucht.
- Wortels
- Ondiepe wortels op de knopen van de kruipende stengels, in de bovenste laag strooisel en mos.
- Verwarring met
- Vossenbes heeft ook kleine, glanzende blaadjes en wit-roze klokjes, maar de bloemen staan in trosjes aan de toppen, de blaadjes staan verspreid met een omgekrulde rand, en later volgen rode bessen.
Bloei: juni–augustus · Snoeien: april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Sierlijke, hangende klokjes, altijd per twee, met een zoete geur.
- Een wintergroen tapijt: de kleine, glanzende blaadjes blijven het hele jaar aan de stengels.
- De bloemen worden bezocht door kleine bijen, zweefvliegen en andere vliegjes.
- Een stukje botanische geschiedenis: dit is de plant van Linnaeus, de vader van de wetenschappelijke plantennamen.
- Ideaal voor een koele, zure plek onder naaldbomen of in een schaduwrijke rotstuin, waar weinig andere planten bloeien.
Waar staat een linnaeusklokje graag?
- In het wild: naald- en berkenbossen met veel mos en strooisel, heide en bergbossen in Noord-Europa, de Alpen en Schotland.
- Zure, humusrijke, losse grond die nooit uitdroogt maar ook niet drassig is.
- Halfschaduw tot lichte schaduw; in volle zon verbrandt het blad en droogt de plant uit.
- In de tuin: een koele, beschutte plek onder naaldbomen of rododendrons, in een schaduwrijke rotstuin of in een bak met zure, humusrijke grond.
- Het houdt niet van hitte: in warme zomers doet het het beter aan de noordkant van een muur of struik.
Mooi samen met
- Blauwe bosbes: Houdt van dezelfde zure, humusrijke grond en geeft hoogte boven het tapijt.
- Vossenbes: Een tweede wintergroene dwergstruik, met roze klokjes en rode bessen.
- Dalkruid: Een lage bosplant met witte bloempjes in mei, voor dezelfde koele plek.
- Zevenster: Een tere, witte stervormige bloem uit hetzelfde noordelijke bos.
- Dubbelloof: Een wintergroene varen voor zure, vochtige bosgrond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een linnaeusklokje?
- Koop een plant bij een kweker van alpiene planten of bosplanten; steek nooit planten uit in het wild, ook niet op reis.
- Plant in april of in september, als de grond koel en vochtig is.
- Maak een plantvak met losse, zure grond: meng bladcompost en naaldstrooisel door zandige grond. Gebruik geen kalk en geen verse mest.
- Zet de plant ondiep, met de kruipende stengels plat op de grond, en pin een paar stengels vast met een haakje, zodat ze sneller wortelen.
- Geef regenwater en houd de grond het eerste jaar gelijkmatig vochtig.
- Reken op 30–40 cm tussen de planten; na een paar jaar groeien ze tot een tapijt aan elkaar.
Verzorgen
- Water
- Bij droogte regenwater geven; leidingwater bevat vaak kalk. Laat de grond nooit uitdrogen, zeker niet in de zomer.
- Bemesten
- Niet nodig. Een dun laagje bladcompost of naaldstrooisel in de herfst is genoeg.
- Mulchen
- Strooi in het voorjaar wat naaldstrooisel of bladcompost tussen de stengels: zo blijft de grond koel en vochtig.
- Wieden
- Houd sterke groeiers zoals grassen en brandnetels weg: het linnaeusklokje is zwak en wordt makkelijk overwoekerd.
- Ruimte
- Laat de kruipende stengels vrij uitlopen; ze wortelen op de knopen en vullen zo kale plekken.
Tip: Gebruik voor deze plant alleen regenwater en een mulch van naaldstrooisel: zo boots je de koele, zure bosbodem van Scandinavië na.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: april.
Wanneer: Niet nodig; hooguit in april wat opruimen.
Hoe:
- Knip in april dode of verdroogde stengels weg.
- Stengels die over het pad of over andere planten groeien, mag je inkorten; de afgeknipte stukjes kun je als stek gebruiken.
- Laat het tapijt verder met rust: elke snoeibeurt kost groei.
Vermeerderen
- Afleggers
- De makkelijkste manier: kruipende stengels wortelen vanzelf op de knopen. Snijd in april of september een geworteld stuk los en plant het elders.
- Stekken
- In juni–augustus stekjes van 5–8 cm van de kruipende stengels nemen en in een vochtig mengsel van zand en bladaarde zetten, onder plastic in de schaduw.
- Zaad
- Zelden mogelijk: de plant zet weinig vrucht, zeker als er maar één kloon staat.
Hoe komt een linnaeusklokje de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Wintergroen: de kleine, glanzende blaadjes blijven de hele winter aan de stengels.
- Zeer winterhard: in het noorden van Scandinavië verdraagt het strenge vorst, zeker onder een sneeuwdek.
- Kale vorst zonder sneeuw en uitdrogende oostenwind zijn lastiger: een losse laag dennentakken of droog blad beschermt het tapijt.
Ziektes en plagen
- Uitdrogen: Bruine, verdorde stengels na een warme, droge zomer. Kies een koelere plek, geef regenwater en mulch met strooisel.
- Overwoekeren: Gras en sterke kruiden groeien er snel overheen. Wied met de hand en houd het tapijt open.
- Kalk: Gele blaadjes en weinig groei op kalkrijke grond of bij gieten met hard leidingwater. Gebruik regenwater en zure, humusrijke grond.
- Natte voeten: In stilstaand water rotten de stengels weg. Zorg voor losse, goed doorlatende grond.
- Geen bloemen: Te veel schaduw of te warm. Een plek met ochtendzon en de rest van de dag lichte schaduw helpt.
Het jaar rond
- Maart: Plek nakijken. Bij droog weer al regenwater geven.
- April: Dode stengels wegknippen. Planten of gewortelde stengels losmaken. Mulch van bladcompost of naaldstrooisel.
- Mei: Nieuwe groei. Wieden tussen het tapijt.
- Juni: De eerste klokjes verschijnen. Water geven bij droogte.
- Juli: Volle bloei. Stekken nemen. Regenwater geven als het droog is.
- Augustus: Laatste bloemen. Stekken nemen.
- September: Planten of gewortelde stengels verplanten.
- Oktober: Een dun laagje bladcompost of strooisel tussen de stengels.
- December: Wintergroen tapijt. Bij kale vorst afdekken met dennentakken.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Carl Linnaeus noemde dit plantje zijn lievelingsplant. Zijn collega Jan Frederik Gronovius vernoemde het geslacht Linnaea naar hem, en op veel portretten houdt Linnaeus een takje vast.
- Linnaeus schreef met wat zelfspot dat het een nederig, onopvallend plantje was dat maar kort bloeit, net als hijzelf.
- Het is de provinciebloem van Småland, de Zweedse streek waar Linnaeus geboren werd.