Dubbelloof (Blechnum spicant)

Foto: Wikimedia Commons, Public domain · bron

Varen · Blechnaceae

Dubbelloof

Blechnum spicant

In andere talen: Blechne en épi (Français) · Hard fern (English)

Dubbelloof is een inheemse, groenblijvende varen uit de vochtige, zure bossen en heiden van Europa, ook in België. Hij vormt een lage rozet van leerachtige, donkergroene bladeren die als de tanden van een kam zijn ingesneden en in een krans uitwaaieren. In de zomer verschijnen in het midden rechtopstaande sporenbladeren met heel smalle slippen: die twee soorten blad maken hem makkelijk herkenbaar. Tuiniers waarderen hem omdat hij het hele jaar groen blijft en kalkarme, schaduwrijke hoeken vult waar weinig anders wil groeien. Hij is volledig winterhard en vraagt nauwelijks verzorging.

  • Licht

    Halfschaduw of schaduw

    verdraagt weinig zon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Zand of veen

    zuur

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    0,4 m

    hoog, 0,5 m breed

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart
Hoogte0,4 m
Inheems in BelgiëJa
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend

Herkennen

Hoe herken je een dubbelloof?

Groeivorm
Lage, open rozet van 30–40 cm hoog en tot 50 cm breed, uit een korte, rechtopstaande wortelstok.
Blad
Smal, leerachtig en glanzend donkergroen, diep ingesneden in smalle slippen als de tanden van een kam; uitgespreid tot boogvormig.
Sporenbladeren
Vanaf de zomer staan in het midden rechtopstaande bladeren met heel smalle slippen, met de sporen aan de onderkant. Ze sterven in de loop van de winter af.
Wortels
Een compacte wortelstok met fijne wortels; hij vormt geen uitlopers.
Bloem
Geen: varens bloeien niet en vermeerderen zich met sporen.

Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Het hele jaar groen: ook in de winter blijft de rozet van glanzend blad mooi.
  • Een inheemse soort die past in een natuurlijke tuin of een bostuin.
  • Groeit graag in de schaduw en op zure grond, waar veel planten het moeilijk hebben.
  • Een sierlijk contrast tussen het uitgespreide, kamvormige blad en de rechtopstaande sporenbladeren.
  • Blijft compact en woekert niet: geschikt voor kleine tuinen, randen en potten.
  • Vrijwel geen werk: één keer per jaar oude bladeren wegknippen volstaat.

Waar staat een dubbelloof graag?

  • Halfschaduw tot schaduw; in de volle zon verbrandt het blad en droogt de grond te snel uit.
  • Zure, humusrijke grond: zand- of veengrond met veel bladaarde. Kalk verdraagt hij niet.
  • Vochtig tot nat, maar niet in stilstaand water; de grond mag nooit helemaal uitdrogen.
  • Een beschutte plek onder bomen of struiken, uit de droge wind.
  • Reken op 40–50 cm tussen de planten; in groepjes van drie of vijf komt hij het best tot zijn recht.
Licht
Halfschaduw en schaduw
Grondsoort
Zand of veen
Zuurtegraad
Zuur
Vocht
Normaal of nat
Grootte
0,4 m hoog, 0,5 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -25 °C)

Mooi samen met

  • Rododendron: Dezelfde zure, humusrijke grond; de varen vult de kale voet van de struik.
  • Lavendelheide: Een groenblijvende struik voor zure grond, met trossen witte bloemen in het voorjaar.
  • Bosanemoon: Een inheemse voorjaarsbloeier die wit tussen de varens bloeit.
  • Dalkruid: Een lage, inheemse bodembedekker van zure bossen, met witte bloempjes in mei.
  • Struikheide: Aan de zonnigere rand van een heidetuin, op dezelfde zure grond.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een dubbelloof?

Planten in maart–mei en september–oktober.

  1. Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond vochtig is en niet bevroren.
  2. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng er bladaarde of rododendronaarde door.
  3. Zet de plant even diep als in de pot: het hart met de jonge, opgerolde bladeren moet net boven de grond blijven.
  4. Druk aan en geef meteen een flinke gieter water, liefst regenwater.
  5. Leg een laag van 5 cm bladcompost, naaldenstrooisel of fijne schors rond de plant.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar regelmatig gieten bij droogte. Gebruik bij voorkeur regenwater: kalkrijk leidingwater verhoogt de pH.
Bemesten
Niet nodig. Een laag bladcompost in het voorjaar geeft genoeg voeding.
Mulchen
Laat afgevallen bladeren van bomen rond de varen liggen of strooi elk voorjaar wat bladaarde of naaldenstrooisel.
Oude bladeren
Knip in maart beschadigde of bruine bladeren aan de voet weg, voor de nieuwe bladeren zich ontrollen.
Verplanten
Kan in het voorjaar of de herfst met een flinke kluit; hij slaat dan snel weer aan.

Tip: Giet in droge zomers met regenwater en mulch met naaldenstrooisel of bladaarde: zo blijft de grond zuur en vochtig, en het blad mooi groen.

Wanneer snoei je een dubbelloof?

Snoeimaanden: maart.

Wanneer: In maart, net voor de nieuwe bladeren zich ontrollen. Een echte snoei is niet nodig: je ruimt alleen oud blad op.

Hoe:

  • Knip bruine, kapotte of platgedrukte bladeren vlak bij de voet weg.
  • Laat gezonde groene bladeren staan: ze blijven nog een seizoen mooi en beschermen het hart.
  • Haal de afgestorven sporenbladeren van vorig jaar weg.
  • Pas op voor de opgerolde jonge bladeren in het hart: die breken makkelijk af.

Let op: Knip nooit de hele plant in één keer kaal en blijf van het hart af: daar komen de nieuwe bladeren uit.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Scheuren
In april een oudere pol met meerdere harten uitgraven en met een spade of mes verdelen in stukken met elk een hart en wortels. Meteen terugplanten en goed water geven.
Sporen
In de late zomer of de herfst rijpe sporenbladeren in een papieren zak laten drogen. Strooi de sporen op vochtige, zure zaaigrond, dek af met glas of plastic en zet het bakje licht, maar niet in de zon. Na enkele maanden verschijnt een groen laagje; de jonge varens volgen later.

Hoe komt een dubbelloof de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: in België is geen bescherming nodig.
  • Het blad blijft in de winter groen; laat ook verkleurde bladeren tot maart staan, want ze beschermen het hart.
  • Een laag afgevallen bladeren rond de voet houdt de grond vochtig en beschermt tegen strenge vorst.
  • In een pot: zet hem in een beschutte hoek en geef af en toe water als het niet vriest, want ook in de winter mag de kluit niet uitdrogen.

Ziektes en plagen

  • Bruine bladranden: Teken van droogte, felle zon of droge wind. Geef water, mulch en kies een schaduwrijkere plek.
  • Gele bladeren: Vaak een teken van kalk in de grond of in het gietwater. Giet met regenwater en mulch met zure bladaarde of naaldenstrooisel.
  • Trage groei: Op schrale, droge zandgrond blijft hij klein. Werk elk jaar bladcompost in de bovenlaag.
  • Taxuskever: In potten vreten de larven aan de wortels: de plant verwelkt zonder duidelijke reden. Aaltjes tegen de larven helpen, in het voorjaar of eind van de zomer.

Het jaar rond

  • Maart: Oude en bruine bladeren aan de voet wegknippen. Bladcompost strooien. Planten.
  • April: De nieuwe bladeren ontrollen zich. Planten of scheuren.
  • Mei: Planten. Water geven bij droogte.
  • Juni: De eerste sporenbladeren verschijnen in het midden.
  • Juli: Water geven bij droogte, liefst met regenwater.
  • Augustus: Rijpe sporen verzamelen om te zaaien.
  • September: Planten. Rijpe sporen verzamelen en zaaien.
  • Oktober: Planten. Afgevallen bladeren rond de voet laten liggen.
  • December: Rust. Het groene blad siert de wintertuin.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam dubbelloof verwijst naar de twee soorten bladeren: uitgespreide, onvruchtbare bladeren en rechtopstaande sporenbladeren.
  • Hij groeit ook in het wild aan de westkust van Noord-Amerika, waar hij ‘deer fern’ heet.
  • Botanici plaatsen hem tegenwoordig vaak in een eigen geslacht, als Struthiopteris spicant.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…