
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Narcisfamilie (Amaryllidaceae)
Wilde narcis
Narcissus pseudonarcissus
In andere talen: Jonquille (Français) · Daffodil (English)
Komt in België in het wild voor.
De wilde narcis is de inheemse voorouder van veel tuinnarcissen: een sierlijk bolgewas met één knikkende bloem met lichtgele bloembladen en een donkergele trompet. In het wild groeit hij in vochtige hooilanden, lichte loofbossen en langs beken. In België is hij zeldzaam en vooral te vinden in beekvalleien in het zuiden en oosten van het land; elders gaat het vaak om oude aanplantingen in parken en bossen. Hij bloeit in maart–april, voor de bomen in blad komen, en is dan een vroege bron van nectar en stuifmeel voor hommels. In de tuin verwildert hij prachtig in gras onder loofbomen.
Let op: Alle delen zijn giftig, vooral de bol. Bollen en bladeren kunnen verward worden met uien of prei: bewaar bollen buiten bereik van kinderen. Ook gevaarlijk voor honden, katten, paarden en ander vee. Het sap kan de huid irriteren. In het wild is de wilde narcis zeldzaam: pluk de bloemen niet en graaf nooit bollen uit.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,3 m
hoog, 0,15 m breed
Bloei
maart–april
| Snoeimaanden | juni |
|---|---|
| Hoogte | 0,3 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | maart–april |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Bolgewas van 20–35 cm met een pol smalle bladeren en één bloem per stengel. Na de zaadzetting sterft het blad af en rust de bol tot de herfst.
- Blad
- 4–6 smalle, platte, grijsgroene bladeren van 20–35 cm, rechtstreeks uit de bol.
- Bloem
- Eén knikkende tot horizontale bloem van ongeveer 5 cm: zes lichtgele bloembladen rond een donkergele trompet die ongeveer even lang is; in maart–april.
- Vrucht
- Een driehokkige doosvrucht met zwarte, ronde zaden, rijp in juni.
- Wortels
- Een eironde bol van 2–4 cm met een bruine rok en wortels aan de onderkant; na enkele jaren vormt hij zijbollen.
- Verwarring met
- Tuinnarcissen zijn groter en vaak volledig geel of wit met geel. Bladeren en bollen worden soms verward met prei of uien: narcis ruikt niet naar ui en is giftig.
Bloei: maart–april · Snoeien: juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de eerste bloeiers van het jaar, in maart–april, als er nog weinig te halen valt voor insecten.
- Hommelkoninginnen en vroege bijen bezoeken de bloemen voor nectar en stuifmeel.
- Verwildert jaar na jaar in gras onder bomen en groeit zo uit tot een bloeiend tapijt, zonder veel werk.
- Fijner en natuurlijker dan de grote tuinnarcissen, en daardoor perfect voor een natuurtuin.
- Konijnen, reeën en woelmuizen laten hem meestal met rust, omdat de plant giftig is.
Waar staat een wilde narcis graag?
- In het wild: vochtige hooilanden, lichte loofbossen, bosranden en beekvalleien, vaak op wat zure, humusrijke grond.
- In de tuin: zon of halfschaduw, bijvoorbeeld in gras onder loofbomen die pas na de bloei in blad komen.
- Humusrijke grond die in het voorjaar vochtig is, maar niet drassig: staand water in de winter doet de bollen rotten.
- Ideaal in een bloemenweide, een gazon dat je laat staan tot juni, een bosrand of langs een heg.
Mooi samen met
- Bosanemoon: Witte bloempjes in dezelfde vroege periode, onder loofbomen.
- Sneeuwklokje: Bloeit net ervoor en maakt het voorjaar langer.
- Speenkruid: Glanzende gele sterretjes tussen de narcissen.
- Wilde hyacint: Blauwe tapijten in april, in dezelfde bosrand.
- Pinksterbloem: Neemt in april–mei over in een vochtig hooiland.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een wilde narcis?
- Koop bollen van de echte wilde narcis (Narcissus pseudonarcissus) bij een kwekerij of bollenkweker en vraag naar gekweekte bollen, niet uit de natuur verzameld.
- Plant in september–oktober, zodra de bollen te koop zijn: ze drogen snel uit.
- Plant 10–15 cm diep, met de punt naar boven, op 10–15 cm van elkaar, in losse groepjes.
- In gras: steek met een bollenplanter een gat, zet de bol erin en leg de graszode terug.
- Voor een natuurlijk effect strooi je de bollen losjes uit en plant je ze waar ze vallen.
- Graaf nooit bollen uit in het wild en pluk geen bloemen in natuurgebieden: de wilde narcis is zeldzaam.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig: de regen in herfst en voorjaar volstaat.
- Bemesten
- Niet nodig, zeker niet in gras. Op magere grond blijft hij fijn en wild.
- Maaien
- Maai het gras pas als het blad geel is, op zijn vroegst zes weken na de bloei, meestal vanaf half juni. Het blad maakt de reserves voor volgend jaar.
- Uitgebloeide bloemen
- Laat ze staan als je wilt dat hij zich uitzaait; knip ze anders af, maar laat het blad altijd staan.
- Zaad laten vallen
- Zaailingen hebben enkele jaren nodig om te bloeien, maar zo groeit een groep langzaam uit tot een tapijt.
Tip: Strooi de bollen bij het planten losjes uit en plant ze waar ze vallen: zo lijkt het na een paar jaar alsof ze er altijd gegroeid hebben.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: juni.
Wanneer: Niet snoeien. Het blad pas maaien of wegknippen als het geel is, vanaf half juni.
Hoe:
- Knip uitgebloeide bloemen eventueel af net onder de bloem en laat de steel staan.
- Laat het blad minstens zes weken na de bloei staan, tot het geel wordt en omvalt.
- Knoop of vlecht het blad niet samen: dan maakt het minder voedsel aan.
- Maai een bloemenweide met narcissen vanaf half juni en voer het maaisel af.
Let op: Wie het blad te vroeg afmaait, heeft het jaar erna veel blad en weinig bloemen.
Vermeerderen
- Zijbollen
- Na enkele jaren vormen de bollen klompen. Graaf ze in juni–juli op als het blad afgestorven is, scheid de bollen en plant ze meteen opnieuw.
- Zaad
- Laat de zaaddozen rijpen en zaai vers zaad in juli–augustus in een pot die buiten blijft staan; reken op enkele jaren tot de eerste bloei.
Hoe komt een wilde narcis de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- De bol zit veilig in de grond en is goed winterhard.
- In de loop van de winter, soms al in januari, steken de eerste bladpunten boven de grond.
- Bij strenge vorst buigen knoppen en bloemen door, maar meestal richten ze zich daarna weer op.
Ziektes en plagen
- Narcisvlieg: De larve vreet de bol van binnen leeg; aangetaste planten maken alleen nog smalle, grasachtige bladeren. Graaf zieke bollen op en vernietig ze, en druk de grond aan als het blad afgestorven is, zodat de vlieg de bollen minder makkelijk vindt.
- Bolrot: Op natte grond rotten de bollen. Plant op een plek zonder staand water.
- Geen bloemen: Door te vroeg maaien, te veel schaduw of te dicht opeengepakte bollen. Laat het blad staan en scheid oude klompen.
- Huidirritatie: Het sap uit de stengels kan de huid irriteren bij wie veel narcissen plukt of bollen plant. Draag handschoenen.
Het jaar rond
- Januari: De eerste bladpunten komen boven.
- Februari: De bladeren groeien, de knoppen verschijnen.
- Maart: Begin van de bloei. Hommelkoninginnen op de bloemen.
- April: Volle bloei. Daarna uitgebloeide bloemen eventueel afknippen; het blad laten staan.
- Mei: Blad laten staan, ook al oogt het rommelig. De zaaddozen zwellen.
- Juni: Het blad vergeelt. Vanaf half juni maaien en het maaisel afvoeren.
- Juli: Rust. Klompen eventueel opgraven en scheiden.
- September: Nieuwe bollen planten, 10–15 cm diep.
- Oktober: Planten in gras met een bollenplanter.
- December: Rust in de grond. De wortels groeien.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De narcis is een nationaal symbool van Wales en wordt daar gedragen op Sint-Davidsdag, 1 maart.
- De Engelse dichter William Wordsworth schreef zijn beroemde gedicht over ‘golden daffodils’ na een wandeling langs een meer in het Lake District, waar wilde narcissen bloeiden.
- Vers gesneden narcissen scheiden slijm af dat andere snijbloemen sneller doet verwelken: zet ze eerst een dag apart in water voor je ze bij tulpen zet.