Pinksterbloem (Cardamine pratensis)

Foto: AnRo0002, CC0 · bron

Vaste plant · Brassicaceae

Pinksterbloem

Cardamine pratensis

In andere talen: Cardamine des prés (Français) · Cuckooflower (English)

De pinksterbloem is een inheemse vaste plant uit de kruisbloemenfamilie die in het voorjaar natte hooilanden, bermen, slootkanten en vochtige bosranden lila kleurt. Uit een lage rozet van geveerde blaadjes met ronde deelblaadjes groeien in april en mei stengels van 20–40 cm met trosjes bleeklila tot bijna witte bloemen met vier kroonblaadjes. De naam verwijst naar de bloei rond Pinksteren. Natuurtuiniers planten hem vooral als waardplant van het oranjetipje, een van de eerste vlinders van het voorjaar. Er bestaat ook een gevuldbloemige vorm, ‘Flore Pleno’.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Leem, klei of veen

    zuur tot neutraal

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -35 °C

  • Grootte

    0,4 m

    hoog, 0,2 m breed

  • Bloei

    april–mei

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuni–juli
Hoogte0,4 m
Inheems in BelgiëJa
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen en vlinders
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeiapril–mei

Herkennen

Hoe herken je een pinksterbloem?

Groeivorm
Lage bladrozet met rechtopgaande, weinig vertakte bloemstengels van 20–40 cm; ongeveer 20 cm breed.
Blad
De rozetbladeren zijn geveerd met ronde tot ovale deelblaadjes; de stengelbladeren hebben smalle, lijnvormige slipjes.
Bloem
Vier kroonblaadjes, bleeklila tot bijna wit met fijne, donkere adertjes, 1–2 cm, in trosjes aan de stengeltop, in april en mei.
Vrucht
Smalle, rechtopstaande hauwen van 2–4 cm met kleine zaden.
Wortels
Korte wortelstok; op natte grond vormen de deelblaadjes soms kleine plantjes die zelf wortel schieten.

Bloei: april–mei · Oogst en vruchten: maart–mei · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: juni–juli

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Waardplant van het oranjetipje en het klein geaderd witje: hun rupsen eten van de plant.
  • Een vroege nectarbron in het voorjaar voor bijen, hommels en de eerste vlinders.
  • Zachte lila bloemen in april en mei, als het gras nog kort is.
  • Ideaal voor een vochtig grasveld, een bloemenweide, een slootkant of de rand van een vijver.
  • Inheems, zeer winterhard en heel weinig werk.

Waar staat een pinksterbloem graag?

  • Zon of halfschaduw; onder bladverliezende bomen krijgt hij in het voorjaar genoeg licht.
  • Vochtige tot natte, voedzame leem-, klei- of veengrond, zuur tot neutraal.
  • De grond mag in de zomer niet langdurig uitdrogen; in droge grond verdwijnt hij snel.
  • Plant in groepjes op 20–25 cm afstand, of verspreid in een vochtig grasveld.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Leem, klei of veen
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Vocht
Normaal of nat
Grootte
0,4 m hoog, 0,2 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -35 °C)

Mooi samen met

  • Echte koekoeksbloem: Roze, gerafelde bloemen in mei–juni in hetzelfde natte hooiland.
  • Dotterbloem: Glanzend gele bloemen in het vroege voorjaar, in dezelfde natte grond.
  • Look-zonder-look: Ook een waardplant van het oranjetipje, voor een schaduwrijkere, drogere hoek.
  • Kruipend zenegroen: Blauwe bloemaren in april–mei op dezelfde vochtige, halfbeschaduwde plek.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een pinksterbloem?

Planten in maart–april en september–oktober.

  1. Plant in maart–april of in september–oktober.
  2. Steek in een grasveld een gat van een spadesteek uit, zodat het gras de jonge plant niet meteen verstikt.
  3. Zet de plant even diep als in de pot, met het hart van de rozet op grondniveau.
  4. Hou 20–25 cm tussen de planten; in groepjes van vijf of meer valt hij het best op.
  5. Giet goed aan en hou de grond vochtig tot de plant is aangeslagen.

Verzorgen

Water
Alleen bij droogte in het eerste jaar; op een natte plek nooit nodig.
Bemesten
Niet doen: mest maakt het gras sterker, en dat verdringt de pinksterbloem.
Maaien
Maai pas na half juni en laat een strook ongemaaid tot het volgende voorjaar: de poppen van het oranjetipje overwinteren aan stengels.
Uitgebloeide bloemen
Laat ze staan: de rupsen van het oranjetipje eten van de jonge hauwen, en zo kan hij zich ook uitzaaien.
Maaisel
Voer het maaisel na een paar dagen af, zodat de grond niet te voedselrijk wordt.

Tip: Plant hem in een vochtig stuk gras dat je pas na half juni maait: zo kan het oranjetipje zijn hele levenscyclus afmaken.

Wanneer snoei je een pinksterbloem?

Snoeimaanden: juni–juli.

Wanneer: De plant zelf hoef je niet te snoeien. In een grasveld of weide maai je pas na half juni, in juni of juli, na de bloei en de zaadzetting.

Hoe:

  • Laat de uitgebloeide stengels staan tot de hauwen rijp zijn en het zaad is uitgevallen.
  • Maai daarna mee met het gras, liefst met een zeis of bosmaaier en niet te kort.
  • Laat een strook of een paar plekken ongemaaid tot het volgende voorjaar, voor de overwinterende poppen van het oranjetipje.
  • Voer het maaisel na een paar dagen af, zodat de grond schraal blijft.

Let op: Maai je voor half juni, dan verdwijnen de eitjes en rupsen van het oranjetipje mee met het maaisel.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Hij zaait zich op vochtige, open plekken vanzelf uit. Je kunt rijp zaad in juni–juli ook in een pot met vochtige zaaigrond zaaien en de jonge plantjes in de herfst uitplanten.
Bladstekken
Leg in het voorjaar een rozetblad op natte zaaigrond en druk het lichtjes aan; aan de deelblaadjes groeien kleine plantjes met wortels.
Delen
In september–oktober grotere pollen voorzichtig in stukken verdelen en meteen terugplanten.

Hoe komt een pinksterbloem de winter door?

Winterhard tot −35 °C.

  • Zeer winterhard, tot ongeveer −35 °C: geen bescherming nodig.
  • Na de bloei blijft er alleen een kleine bladrozet over, die in de winter vaak groen blijft.
  • Laat een paar ongemaaide plekken staan: de poppen van het oranjetipje overwinteren aan stengels.

Ziektes en plagen

  • Koekoeksspog: Wit schuim op de stengels in mei. Daarin leven de larven van schuimcicaden; onschuldig, laat ze gerust.
  • Verdwijnen: In droge grond of in dicht, bemest gras verdwijnt hij. Niet bemesten, maaisel afvoeren en een vochtige plek kiezen.
  • Slakken: Jonge rozetten worden in het voorjaar aangevreten. ’s Avonds rapen; in een grasveld valt de schade meestal mee.
  • Rupsen op de hauwen: Groene rupsen in mei–juni: dat zijn de rupsen van het oranjetipje. Laat ze: daarvoor plant je hem.

Het jaar rond

  • Maart: Planten. De rozetten lopen uit.
  • April: Bloei. Het oranjetipje vliegt en legt eitjes op de bloemstelen.
  • Mei: Bloei. Koekoeksspog op de stengels.
  • Juni: Rupsen op de hauwen. Pas na half juni maaien.
  • Juli: Maaien en het maaisel afvoeren; een strook laten staan.
  • September: Planten of delen.
  • Oktober: Planten. De bladrozetten blijven klein en groen.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Bloemen (april–mei)
In april en mei bloeien de lila bloempjes. Ze smaken mild pittig en zijn mooi op een salade, een soep, eitjes of een boterham met verse kaas. Pluk telkens maar een paar bloemtrosjes per plant, en nooit een stengel met een oranje eitje: daarop groeit de rups van het oranjetipje, en die heeft de bloemstelen en de hauwen nodig.
Blad (maart–mei)
Pluk van maart tot mei de jonge blaadjes van de rozet en de bovenste stengelblaadjes. Ze smaken pittig en scherp, zoals waterkers of tuinkers. Gebruik ze rauw en in kleine hoeveelheden: fijngesneden in een salade, op een boterham met kaas of ei, in kwark of kruidenboter. Bij verwarmen verdwijnt de scherpte grotendeels. Neem per plant maar een paar blaadjes, zodat ze kan bloeien.
Bewaring
Gebruik blad en bloemen vers: ze worden snel slap. In een vochtig keukenpapiertje in een doosje blijven ze een dag of twee goed in de koelkast. Drogen heeft geen zin, want dan verdwijnt de smaak; kruidenboter kan je wel invriezen, tot 3 maanden.

Let op: Eet pinksterbloem met mate, als kruid: net als waterkers en mosterd bevat ze mosterdolie, die scherp smaakt en in grote hoeveelheden de maag kan irriteren. Pluk enkel in je eigen tuin. In natte weiden waar schapen of runderen grazen, kan het blad, net als wilde waterkers, leverbot dragen, en in natuurgebieden is plukken verboden. Verwar de bladrozet niet met die van boterbloemen, die in hetzelfde vochtige gras groeien en giftig zijn: pluk enkel van planten die je zeker herkent, bijvoorbeeld omdat je ze vorig jaar zag bloeien.

Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.

Recepten

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Vlinders
Nectar voor dagvlinders.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Het oranjetipje legt telkens één eitje op een bloemsteel; het eitje kleurt na een paar dagen oranje, en de rups eet vooral van de jonge hauwen.
  • Het witte schuim dat je in mei op de stengels ziet, heet koekoeksspog: het beschermt de larve van een schuimcicade tegen uitdroging en vijanden.
  • In het Engels heet hij cuckooflower, omdat hij bloeit wanneer de koekoek terugkomt.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…