Foto: greffer.net, CC BY 2.5 · bron
Boom · Pruikenboomfamilie (Anacardiaceae)
Terpentijnboom
Pistacia terebinthus
In andere talen: Pistachier térébinthe (Français) · Terebinth (English)
Komt in het wild voor in Europa, maar niet in België.
De terpentijnboom is een bladverliezende struik of kleine boom uit het Middellandse Zeegebied, familie van de pistache. Hij groeit in het wild op droge, zonnige rotshellingen, in garrigue en in lichte eikenbossen, van Portugal en Marokko tot Turkije, en in Zuid-Frankrijk ook landinwaarts in warme kalkstreken. Je herkent hem aan het geveerde, glanzende blad dat sterk naar hars ruikt als je het kneust, aan de roodachtige bloempluimen in het voorjaar en aan de kleine vruchtjes die eerst rood zijn en daarna bruin tot blauwzwart worden. Opvallend zijn ook de lange, hoornvormige gallen die een bladluis op de takken veroorzaakt. In België staat hij alleen aangeplant, als bijzondere struik voor een warme, droge plek.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
5 m
hoog, 4 m breed
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | maart–april |
|---|---|
| Hoogte | 5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Struik of kleine boom van 2–6 m, soms hoger, met een brede, open kroon en een grijze, later gegroefde schors.
- Blad
- Afwisselend, oneven geveerd met 5–11 eironde tot lancetvormige blaadjes en een topblaadje; leerachtig, glanzend donkergroen, met een sterke harsgeur. In de herfst rood.
- Bloem
- Tweehuizig: mannelijke en vrouwelijke bloemen op aparte planten. Kleine bloemen zonder kroonblaadjes in roodachtige tot purperen pluimen, in april–mei, samen met het jonge blad. Bestoven door de wind.
- Vrucht
- Kleine, ronde tot eivormige steenvruchtjes van 5–7 mm in trossen, eerst rood, rijp bruin tot blauwzwart; alleen op vrouwelijke planten.
- Gallen
- Lange, gebogen, hoornvormige gallen tot meer dan 10 cm, eerst groen of rood, later bruin; gemaakt door een bladluis.
- Verwarring met
- Mastiekboom: groenblijvend, met even geveerd blad zonder topblaadje. Echte pistache: grotere blaadjes, meestal 3–5 per blad, en grote vruchten. Fluweelboom: geveerd blad, maar met gezaagde blaadjes en fluwelig behaarde twijgen.
Bloei: april–mei · Snoeien: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een prachtige herfstkleur: het blad kleurt in oktober rood tot purper.
- Verdraagt droogte, hitte en kalk: een struik voor de heetste, droogste plek in de tuin.
- In zijn thuisland eten vogels zoals zwartkoppen en lijsters de vruchtjes en verspreiden zo de zaden.
- Historisch interessant: uit de hars werd vroeger terpentijn gewonnen, en hij wordt nog altijd gebruikt als onderstam voor de echte pistache.
- De vreemde hoornvormige gallen zijn een boeiend stukje natuur: binnenin leeft een hele kolonie bladluizen.
Waar staat een terpentijnboom graag?
- In het wild: droge, zonnige rotshellingen, garrigue, maquis en lichte bossen van donzige eik en steeneik, vaak op kalk.
- Volle zon en warmte; hoe heter de plek, hoe beter hij groeit en kleurt.
- Arme, stenige en goed doorlatende grond, kalkrijk of neutraal; natte, zware grond verdraagt hij niet.
- In België: tegen een zuidmuur, in een grindtuin of op een warme helling, beschut tegen koude oostenwind. Een grote pot kan ook.
Mooi samen met
- Donzige eik: Groeit in het wild vaak samen met de terpentijnboom op warme kalkhellingen.
- Lavendel: Paarse bloemen en geur op dezelfde droge, zonnige grond.
- Zonneroosje: Roze of witte bloemen in de vroege zomer, ook op arme grond.
- Echte salie: Grijs blad en paarse bloemen voor bijen, net zo droogtebestendig.
- Pruikenboom: Een familielid met rokerige pluimen en ook een felle herfstkleur.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een terpentijnboom?
- Koop een plant bij een kwekerij met mediterrane of bijzondere heesters. Haal nooit planten of zaailingen uit het wild, ook niet op vakantie.
- Plant in april–mei, na de strengste vorst, zodat hij een hele zomer heeft om te wortelen.
- Graaf een plantgat dubbel zo breed als de kluit en meng zware grond met grind of grof zand.
- Zet de plant even diep als in de pot en geef meteen flink water.
- Wil je vruchtjes, plant dan een mannelijke en een vrouwelijke plant in elkaars buurt.
- Geef het eerste jaar water bij lange droogte; daarna redt hij zich alleen.
Verzorgen
- Water
- Alleen het eerste jaar bij droogte. Gevestigde planten hebben geen water nodig.
- Bemesten
- Niet nodig: op arme grond blijft hij compact en kleurt hij mooier in de herfst.
- Winterbescherming
- Geef jonge planten de eerste winters bij strenge vorst een laag mulch over de wortels en een vlies over de takken.
- In een pot
- Zet de pot in de winter tegen een beschutte muur en pak hem in, of zet hem koel en vorstvrij; weinig water in de winter.
- Geduld
- Hij groeit traag, zeker de eerste jaren; dat is normaal.
Tip: Plant de terpentijnboom tegen een zuidmuur in een grindbed: de warmte van de muur en de droge voeten maken van een twijfelachtig winterharde struik een stevige plant met een felle herfstkleur.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: maart–april.
Wanneer: Weinig nodig. Vorstschade en storende takken haal je weg in maart–april, als de strengste vorst voorbij is.
Hoe:
- Knip bevroren twijgtoppen terug tot op gezond hout, net boven een knop.
- Haal kruisende of naar binnen groeiende takken weg om de kroon luchtig te houden.
- Wil je een boompje, laat dan één of enkele stammen staan en verwijder geleidelijk de onderste zijtakken.
Let op: Het sap en de hars zijn kleverig en ruiken sterk; draag handschoenen als je een gevoelige huid hebt.
Vermeerderen
- Zaad
- Oogst rijpe, donkere vruchtjes in de herfst, verwijder het vruchtvlees en week de zaden een dag in water. Zaai ze in de herfst in een pot buiten, of bewaar ze een tot twee maanden koud en vochtig in de koelkast en zaai in het voorjaar. Rode vruchtjes zijn vaak leeg.
- Stekken
- Halfhoutige stekken in de zomer wortelen moeilijk; zaaien lukt beter.
Hoe komt een terpentijnboom de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Bladverliezend: na een rode herfstkleur staat hij in de winter kaal.
- Winterhard tot ongeveer −15 °C als hij goed gevestigd is; jonge planten zijn gevoeliger.
- Natte winters zijn gevaarlijker dan droge kou: een goed doorlatende grond is de beste bescherming.
- Oude, bruine gallen blijven soms de hele winter aan de takken hangen.
Ziektes en plagen
- Vorstschade: Bevroren twijgtoppen na een strenge winter. In het voorjaar terugknippen; meestal loopt hij gewoon opnieuw uit.
- Natte grond: Gele bladeren en een kwijnende struik door wortelrot. Plant op een droge, goed doorlatende plek.
- Gallen: De hoornvormige gallen zien er vreemd uit, maar schaden de struik nauwelijks. Laat ze gerust hangen.
- Geen vruchten: Hij is tweehuizig: zonder mannelijke plant in de buurt geeft een vrouwelijke plant geen of alleen lege vruchtjes.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Een pot droog en beschut houden.
- Maart: Vorstschade terugknippen.
- April: Planten. Jong blad en roodachtige bloempluimen verschijnen. Snoeien kan nog.
- Mei: Bloei. Planten in een grindtuin of pot.
- Juni: De eerste gallen worden zichtbaar op de takken.
- Juli: Jonge planten water geven bij lange droogte.
- September: Vruchtjes kleuren van rood naar bruin of blauwzwart.
- Oktober: Rode tot purperen herfstkleur. Rijpe vruchtjes oogsten om te zaaien.
- November: Bladval. Mulch over de wortels van jonge planten.
- December: Rust. Jonge planten beschermen bij strenge vorst.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Op het Griekse eiland Chios werd vroeger een geurige hars uit de stam getapt, de ‘terpentijn van Chios’. Het woord terpentijn komt van terebinthos, de Griekse naam van deze boom.
- De hoornvormige gallen worden gemaakt door een bladluis: binnenin groeit een hele kolonie, die later in het jaar naar de wortels van grassen verhuist.
- In Turkije worden de geroosterde vruchtjes gemalen tot een koffieachtige drank, menengiç kahvesi.