Balsempopulier (Populus balsamifera)

Foto: Lynden Gerdes @ USDA-NRCS PLANTS Database / USDA NRCS. 1995. Northeast wetland flora: Field office g, Public domain · bron

Boom · Wilgenfamilie (Salicaceae)

Balsempopulier

Populus balsamifera

In andere talen: Peuplier baumier (Français) · Balsam poplar (English)

Komt van buiten Europa, maar staat hier veel in tuinen en parken.

De balsempopulier is een grote, snelgroeiende loofboom uit het noorden van Noord-Amerika, van Alaska tot Newfoundland. Daar groeit hij in het wild langs rivieren, op overstromingsvlakten en aan meeroevers, tot aan de boomgrens in het hoge noorden. Je herkent hem in het voorjaar meteen aan zijn grote, kleverige knoppen, die een sterke, zoete balsemgeur verspreiden, en aan de eironde, toegespitste bladeren die van onderen bleek zijn, vaak met roestbruine vlekjes. In België staat hij alleen aangeplant, in parken, langs dreven en als windscherm, vaak als kruising met andere balsempopulieren. Voor een grote, vochtige tuin is het een snelle schaduwboom die rupsen, bijen en spechten iets te bieden heeft.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -45 °C

  • Grootte

    20 m

    hoog, 10 m breed

  • Bloei

    maart–april

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuli–augustus
Hoogte20 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Bloeimaart–april

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Grote boom van 20–25 m, in zijn thuisland soms hoger, met een smalle tot eivormige kroon en opgaande takken. Schors eerst glad en grijsgroen, later donkergrijs en diep gegroefd. Maakt wortelopslag.
Blad
Afwisselend, eirond tot breed lancetvormig, 7–12 cm, met een lange spits en een fijn gekartelde rand. Bovenkant glanzend donkergroen, onderkant bleek witachtig groen, vaak met roestbruine harsvlekjes. Bladsteel rond, niet afgeplat. In de herfst geel.
Knoppen
Groot, tot 2,5 cm, spits, glanzend roodbruin en kleverig van een geelbruine hars met een sterke balsemgeur.
Bloem
Tweehuizig: mannelijke en vrouwelijke katjes aan aparte bomen, in maart–april, voor het blad. Mannelijke katjes roodachtig, vrouwelijke groen. Bestoven door de wind.
Vrucht/Zaad
Kleine doosvruchtjes aan lange katjes, die in mei–juni openspringen en veel zaadjes met wit pluis loslaten; alleen aan vrouwelijke bomen.
Verwarring met
Zwarte populier en Canadese populier: driehoekig blad met een afgeplatte bladsteel en minder geurende knoppen. Ratelpopulier: rond blad met een golvende rand en een afgeplatte steel. Westelijke balsempopulier: zeer gelijkend, maar met grotere bladeren en behaarde doosvruchtjes die in drie kleppen openspringen in plaats van twee.

Bloei: maart–april · Snoeien: juli–augustus

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • De kleverige knoppen geuren in april en mei heerlijk naar balsem, vooral na een regenbui en op zwoele avonden.
  • Honingbijen verzamelen de hars van de knoppen en maken er propolis van, de kit waarmee ze hun kast dichten.
  • Populieren zijn waardplant voor rupsen van onder meer de populierenpijlstaart en de hermelijnvlinder.
  • Groeit erg snel: na enkele jaren heb je al schaduw of een windscherm, ook op natte grond waar weinig andere bomen willen groeien.
  • In het zachte hout van oudere bomen hakken spechten makkelijk nestholen uit, die later door mezen en andere holenbroeders worden gebruikt.
  • Een frisgele herfstkleur in oktober.

Waar staat een balsempopulier graag?

  • In het wild: oevers van rivieren en meren, overstromingsvlakten en natte laagten in het noordelijke naaldwoud, vaak samen met wilgen en berken.
  • Volle zon: als pionier verdraagt hij weinig schaduw.
  • Vochtige tot natte, voedselrijke grond: klei, leem of zand met een hoge grondwaterstand. Korte overstromingen verdraagt hij goed; op droge zandgrond kwijnt hij.
  • Alleen voor een grote tuin, een park of een erf: hou ruim afstand van huizen, riolering, drainagebuizen en vijvers, minstens zo ver als de boom hoog wordt.
  • Goed als windscherm aan de rand van een weiland of erf, alleen of in een rij.

Mooi samen met

  • Zwarte els: Groeit graag op dezelfde natte grond; in de winter eten sijsjes van de zaadjes in de elzenproppen.
  • Schietwilg: Een snelle, inheemse partner langs sloten en vijvers, en waardplant voor dezelfde rupsen.
  • Gewone vlier: Een struik voor de rand van de kroon, met bloemen voor insecten en bessen voor vogels.
  • Moerasspirea: Geurige, roomwitte pluimen in de zomer, op dezelfde vochtige grond.
  • Gele lis: Gele bloemen aan een vijver- of slootrand in de buurt.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een balsempopulier?

  1. Koop een jonge boom of plantsoen bij een boomkwekerij. Neem nooit planten of wortelopslag mee uit het wild of uit andermans aanplant.
  2. Vraag de kweker naar een mannelijke boom: die maakt geen pluis. Populieren worden gestekt, dus het geslacht van een plant is meestal bekend.
  3. Plant in de winterrust, van november tot maart, als de grond niet bevroren is; plantsoen met blote wortels slaat dan het best aan.
  4. Graaf een plantgat dat ruim groter is dan de wortels, zet de boom even diep als hij stond en druk de grond goed aan.
  5. Zet bij een grotere boom een schuine paal aan de windkant en bind hem vast met een brede band, niet met draad.
  6. Geef meteen flink water en het eerste jaar ook bij droogte; op natte grond is dat zelden nodig.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar bij droogte flink water geven. Daarna redt hij zich, zeker op vochtige grond.
Bemesten
Niet nodig: hij groeit al snel genoeg, en extra mest maakt het hout alleen maar zwakker.
Wortelopslag
Scheuten uit de wortels in het gras maai je gewoon mee; in borders knip je ze zo jong mogelijk weg.
Veiligheid
Het hout is zacht en breekbaar. Laat een grote boom om de paar jaar nakijken op dood hout en zwakke takken, zeker naast paden of een terras.
Pluis
Vrouwelijke bomen geven in mei–juni veel wit pluis; dat kan vijverfilters, goten en ventilatieroosters verstoppen.

Tip: Vraag bij aankoop uitdrukkelijk naar een mannelijke boom: die heeft net zo geurige knoppen, maar laat in juni geen witte pluizen door je tuin waaien.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: juli–augustus.

Wanneer: In juli–augustus, als de boom in blad staat en wonden snel dichtgroeien. Vermijd het voorjaar, als de sapstroom op gang komt.

Hoe:

  • Jonge boom: kies één doorgaande hoofdstam en haal concurrerende toppen weg.
  • Kroon geleidelijk opkronen: verwijder per keer enkele onderste zijtakken, nooit meer dan een kwart van de kroon in één jaar.
  • Haal dode, gebroken en schurende takken weg, net buiten de takkraag en zonder een stomp te laten staan.
  • Grote, oude bomen laat je beter door een boomverzorger snoeien.

Let op: Grote zaagwonden genezen slecht en zijn een ingang voor rot en kanker. Snoei liever vaak een beetje dan zelden veel, en kandelaber de boom nooit.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Winterstekken
Heel makkelijk: knip in januari–februari stekken van 20–30 cm van eenjarige twijgen en steek ze voor twee derde in losse, vochtige grond. Ze wortelen in het voorjaar vanzelf.
Wortelopslag
Steek in de winter een scheut met een stuk wortel af en plant hem elders.
Zaad
Zaad blijft maar kort kiemkrachtig. Zaai het in mei–juni meteen op natte, kale grond; het kiemt binnen enkele dagen.

Hoe komt een balsempopulier de winter door?

Winterhard tot −45 °C.

  • Bladverliezend: na een gele herfstkleur staat hij kaal, met opvallende, glanzende en kleverige knoppen.
  • Zeer winterhard: in zijn thuisland overleeft hij temperaturen van −45 °C en kouder.
  • Op zachte dagen eind winter ruik je soms al de balsemgeur van de zwellende knoppen.
  • Holten in oude bomen zijn in de winter een slaapplek voor mezen en spechten.

Ziektes en plagen

  • Kanker: Scheuren, zwellingen en ingezonken plekken op stam en takken, soms met slijm. Knip aangetaste takken in de zomer weg en maak je snoeigereedschap tussendoor schoon.
  • Roest en bladvlekken: Oranje of bruine vlekjes op het blad in de nazomer, door schimmels. Onschuldig voor een gezonde boom; het blad opruimen helpt.
  • Takbreuk: Het zachte, brosse hout breekt bij storm. Laat oude bomen controleren en plant hem niet naast een huis, een parking of een speeltuin.
  • Wortels: De wortels zoeken water en kunnen in riolering en drainage groeien of verhardingen optillen. Hou bij het planten ruim afstand.
  • Opslag en pluis: Wortelopslag in het gazon maai je mee; pluis vermijd je door een mannelijke boom te kiezen.

Het jaar rond

  • Januari: Rust. Winterstekken nemen. Planten bij zacht weer.
  • Februari: Winterstekken nemen en meteen in de grond steken. Planten.
  • Maart: Katjes bloeien aan de kale takken. Laatste kans om met blote wortels te planten.
  • April: Het blad loopt uit; de kleverige knoppen geuren sterk naar balsem.
  • Mei: Vrouwelijke bomen laten wit pluis los. Zaad meteen zaaien.
  • Juni: Laatste pluis. Wortelopslag wegknippen. Rupsen van de populierenpijlstaart zoeken.
  • Juli: Snoeien: dood hout en concurrerende toppen weg.
  • Augustus: Snoeien kan nog. Jonge bomen water geven bij droogte.
  • Oktober: Gele herfstkleur.
  • November: Bladval. Bomen met blote wortels planten.
  • December: Rust. Planten bij zacht weer.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De balsempopulier is een van de noordelijkst groeiende loofbomen van Noord-Amerika: hij komt voor tot aan de boomgrens in Alaska en Noord-Canada.
  • De soortnaam balsamifera betekent ‘balsemdragend’, naar de geurige hars van de knoppen. In Noord-Amerika noemt men de knoppen ook ‘balm of Gilead’.
  • In zijn thuisland eten bevers en elanden graag van de schors en de twijgen.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…