Wilde meekrap (Rubia peregrina)

Foto: Hectonichus, CC BY-SA 3.0 · bron

Klimplant · Sterbladigenfamilie (Rubiaceae)

Wilde meekrap

Rubia peregrina

In andere talen: Garance voyageuse (Français) · Wild madder (English)

Komt in het wild voor in Europa, maar niet in België.

Wilde meekrap is een wintergroene, klimmende vaste plant uit West- en Zuid-Europa, met leerachtige bladeren in kransen en stengels vol fijne, naar beneden gerichte stekeltjes. Met die stekeltjes haakt ze zich vast aan struiken en klautert ze tot 1–2 m hoog door hagen. In het wild groeit ze in struwelen, hagen, bosranden en op rotsige kusthellingen, van Zuid-Engeland, Ierland en West-Frankrijk tot rond de Middellandse Zee; in België komt ze niet in het wild voor. Je herkent haar aan de glanzende, stijve bladkransen, de kleine geelgroene sterbloempjes in de zomer en de zwarte bessen in de herfst en winter. Ze is verwant aan de echte meekrap, die vroeger in Zeeland op grote schaal werd geteeld voor rode verf.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    tot -15 °C

    jonge planten beschermen

  • Grootte

    1,5 m

    hoog, 1 m breed

  • Bloei

    juni–augustus

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart
Hoogte1,5 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Bloeijuni–augustus

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Wintergroene vaste plant met vierkantige, klimmende of liggende stengels van 0,5–2 m, die zich met stekeltjes aan andere planten vasthaken.
Blad
In kransen van 4–6, leerachtig, lancetvormig tot elliptisch, 2–6 cm, glanzend donkergroen; de rand en de middennerf aan de onderkant met fijne, haakvormige stekeltjes.
Bloem
Kleine, geelgroene sterbloempjes van 4–6 mm met vijf spitse slippen, in losse trosjes in de bladoksels, in juni–augustus.
Vrucht/Zaad
Glanzende, zwarte bessen van 4–6 mm, rijp in de herfst en vaak tot in de winter aan de plant.
Wortels
Kruipende, roodachtige wortelstokken.
Verwarring met
Kleefkruid heeft ook bladkransen en haakjes, maar is eenjarig, zacht en lichtgroen, met witte bloempjes in vieren en ronde, kleverige vruchtjes. Echte meekrap sterft in de winter af en heeft dunnere, minder glanzende bladeren.

Bloei: juni–augustus · Snoeien: maart

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Wintergroen: de glanzende bladkransen houden een haag of een kale muurvoet ook in de winter groen.
  • De zwarte bessen worden in de herfst en winter door vogels gegeten.
  • De kleine bloempjes worden bezocht door vliegjes en andere kleine insecten.
  • Een plant met een kleurrijke geschiedenis: net als bij de echte meekrap zit er rode kleurstof in de wortel.
  • Een bijzondere klimmer voor een natuurlijke haag in een zachte, beschutte tuin.

Waar staat een wilde meekrap graag?

  • In het wild: hagen, struwelen, bosranden, kliffen en rotsige hellingen, vaak dicht bij de kust, in een zacht zeeklimaat.
  • Zon tot halfschaduw; liefst met de voet in de schaduw van een struik.
  • Goed doorlatende, matig droge tot frisse grond, vaak kalkrijk of steenachtig.
  • In de tuin: een beschutte plek in een haag of tegen een zonnige muur met struiken, waar ze kan klimmen; in strenge winters liefst wat beschut.

Mooi samen met

  • Wilde liguster: Een halfwintergroene struik waarin ze kan klimmen, ook met zwarte bessen.
  • Hulst: Een wintergroene struik als steun, met rode bessen naast haar zwarte.
  • Klimop: Ook wintergroen: samen maken ze een groene haagvoet in de winter.
  • Hondsroos: Een inheemse roos met rozenbottels, waarin ze graag klautert.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een wilde meekrap?

  1. Koop een plant bij een kweker van wilde of mediterrane planten; neem nooit planten mee uit het wild, ook niet op vakantie.
  2. Plant in april–mei, zodat de plant voor de winter goed geworteld is.
  3. Kies een plek aan de voet van een struik, haag of hek waarin ze kan klauteren.
  4. Zet de plant even diep als in de pot in goed doorlatende grond; meng zware klei met grof zand of grind.
  5. Geef het eerste jaar water bij droogte; daarna kan ze vrij goed tegen droogte.
  6. Zaaien kan ook: zaai de zaden uit rijpe bessen in de herfst in een pot buiten, zodat ze een koude periode krijgen.

Verzorgen

Water
Alleen het eerste jaar bij droogte. Een gevestigde plant kan tegen een droge zomer.
Bemesten
Niet nodig: op magere grond blijft ze compacter.
Steun
Ze haakt zich vast aan struiken. Tegen een muur of hek geef je haar takken of gaas om in te klimmen.
Winterbescherming
In een strenge winter kan ze tot de grond bevriezen; een laag blad over de voet beschermt de wortelstok.
Uitbreiden
Ze breidt zich langzaam uit met wortelstokken. Steek uitlopers aan de rand af als ze te ver gaat.

Tip: Laat haar door een lage, wintergroene struik zoals liguster of hulst klimmen: daar vindt ze steun en beschutting tegen vorst, en haar glanzende bladkransen vallen er mooi op.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: maart.

Wanneer: In maart, na de strengste vorst.

Hoe:

  • Knip bevroren en dode stengels terug tot gezond groen of tot aan de grond.
  • Te lange of verwarde stengels mag je inkorten; ze lopen vanuit de voet opnieuw uit.
  • Laat de bessen tot het eind van de winter hangen voor de vogels.

Let op: Draag handschoenen en lange mouwen: de stekeltjes schuren de huid.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
In de herfst uit rijpe bessen halen, schoonmaken en meteen buiten in een pot zaaien. Kiemt in het voorjaar na een koude winter.
Scheuren
In het voorjaar een stuk wortelstok met scheuten van de rand afsteken en elders planten.

Hoe komt een wilde meekrap de winter door?

Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.

  • Wintergroen in zachte winters: de leerachtige bladkransen blijven aan de stengels.
  • De zwarte bessen hangen vaak tot in de winter aan de plant.
  • Winterhard tot ongeveer −15 °C; bij strengere vorst bevriezen de stengels, maar meestal loopt ze vanuit de wortelstok opnieuw uit.

Ziektes en plagen

  • Vorstschade: Bruine, bevroren stengels na een strenge winter. In maart terugknippen en wachten op nieuwe scheuten.
  • Schrammen: De stekeltjes schuren huid en kleding open. Werk met handschoenen.
  • Natte grond: In zware, natte grond rot de wortelstok in de winter. Zorg voor een goede afvoer.
  • Overgroeid: Tussen hoge, sterke kruiden en woekerende klimmers verliest ze het. Houd de voet wat vrij.

Het jaar rond

  • Maart: Bevroren of dode stengels terugknippen.
  • April: Planten. Nieuwe scheuten lopen uit.
  • Mei: Scheuten naar de struiken of het gaas leiden. Planten.
  • Juni: De bloei begint.
  • Juli: Bloei. Water geven aan jonge planten bij droogte.
  • Augustus: Laatste bloemen; groene bessen.
  • Oktober: Zwarte bessen. Zaad oogsten en buiten zaaien.
  • December: Wintergroen blad en bessen voor de vogels. Bij strenge vorst de voet afdekken met blad.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • ‘Peregrina’ is Latijn voor ‘vreemdeling’ of ‘reiziger’; in het Frans heet ze daarom garance voyageuse.
  • De verwante echte meekrap werd eeuwenlang in Zeeland geteeld: uit de wortels haalde men een rode verfstof voor textiel.
  • De stekeltjes op stengels en bladeren wijzen naar beneden: zo kan ze zonder ranken of hechtwortels door struiken omhoogklauteren.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…