
Foto: Rasbak, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Sterbladigenfamilie (Rubiaceae)
Kleefkruid
Galium aparine
In andere talen: Gaillet gratteron (Français) · Cleavers (English)
Komt in België in het wild voor.
Kleefkruid is een eenjarige klimmer die met duizenden kleine haakjes over hagen, brandnetels en struiken klautert. Het is in heel België zeer algemeen in bosranden, heggen, ruigtes, akkers en tuinen, vooral op voedselrijke grond. Je herkent het meteen: stengels, bladeren en vruchtjes blijven aan je kleren plakken. De smalle blaadjes staan in kransen van zes tot acht rond een vierkante stengel, en de witte bloempjes zijn piepklein. Kinderen gooien het als ‘plakkers’ naar elkaar, en voor de rupsen van verschillende nachtvlinders, waaronder enkele pijlstaarten, is het een waardplant.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
1 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
mei–september
| Snoeimaanden | mei–juni |
|---|---|
| Hoogte | 1 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | mei–september |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Eenjarige, liggende of klimmende plant met slappe stengels van 30–150 cm, die steun zoekt in hagen en tussen andere planten.
- Blad
- Smal lancetvormig, 1–5 cm, met een stekelpuntje, in kransen van 6–8 rond de stengel. Rand en middennerf dragen haakjes die naar achteren wijzen.
- Bloem
- Piepkleine witte bloempjes van ongeveer 2 mm met vier kroonslipjes, in kleine groepjes op steeltjes uit de bladkransen, van mei tot september.
- Vrucht/Zaad
- Twee bolletjes van 3–5 mm naast elkaar, bezet met haakvormige borstels, die aan vacht, kleren en sokken blijven hangen.
- Stengel
- Vierkant, met stugge haakjes op de ribben: voelt ruw en kleverig aan.
- Verwarring met
- Glad walstro heeft gladde, niet-klevende stengels en grote, losse pluimen witte bloempjes. Lievevrouwebedstro groeit in bossen, heeft bredere bladeren in kransen, kleeft niet en ruikt gedroogd naar hooi.
Bloei: mei–september · Snoeien: mei–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Waardplant voor de rupsen van verschillende nachtvlinders, waaronder het groot avondrood en de kolibrievlinder.
- Vormt samen met brandnetels een dichte ruigte waar insecten, spinnen en kleine vogels schuilen en voedsel zoeken.
- De piepkleine witte bloempjes worden bezocht door vliegjes en andere kleine insecten.
- Een plezier voor kinderen: het plakt aan alles, en de vruchtjes blijven aan sokken en vacht hangen.
- In het Engels heet het ook goosegrass, ‘ganzengras’: ganzen en kippen eten het graag.
Waar staat een kleefkruid graag?
- In het wild: bosranden, heggen, ruigtes met brandnetels, akkerranden, oevers en kustduinen.
- Zon tot halfschaduw.
- Vochtige, voedselrijke grond, vooral waar veel stikstof is, zoals naast een composthoop.
- In de tuin: onder een haag, in een wilde hoek of in een houtkant, waar het mag klimmen zonder andere planten te verstikken.
Mooi samen met
- Grote brandnetel: Samen een rijke ruigte vol rupsen en insecten, in een wilde hoek.
- Look-zonder-look: Waardplant van het oranjetipje, in dezelfde haagzoom.
- Fluitenkruid: Witte schermen in mei langs dezelfde haag.
- Hondsdraf: Een lage, blauwe bodembedekker in de halfschaduw onder de haag.
- Eenstijlige meidoorn: Een inheemse haag om in te klimmen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kleefkruid?
- Planten is meestal niet nodig: kleefkruid komt in bijna elke tuin vanzelf, via vogels, dieren en kleding.
- Wil je het toch in een wilde hoek, koop dan zaad bij een kwekerij voor inheemse planten of vraag rijpe vruchtjes van een plant in een tuin in de buurt. Graaf nooit planten uit in de natuur.
- Zaai in september–oktober ter plaatse en hark het zaad licht in; het kiemt in de herfst en in het vroege voorjaar.
- Kies een plek aan de voet van een haag of tussen brandnetels, waar het steun vindt en geen kleine planten overgroeit.
- Water geven is niet nodig.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig.
- Bemesten
- Nooit: het groeit al uitbundig op voedselrijke grond.
- Woekeren
- Kan jonge planten en lage struiken overgroeien en neertrekken. Trek het in mei–juni uit, voor de vruchtjes rijp zijn: de wortels zitten ondiep en laten makkelijk los.
- Zaad laten vallen
- In een wilde hoek mag het zaad vallen; in de border en de moestuin trek je het uit voor de vruchtjes bruin worden.
- Composteren
- Uitgetrokken planten zonder rijpe vruchtjes mogen op de composthoop. Met rijpe vruchtjes liever bij het groenafval, want in een koele composthoop overleeft het zaad.
Tip: Trek kleefkruid uit voor eind juni: de plant laat dan nog makkelijk los en er hangen nog geen rijpe vruchtjes die in je kleren en je composthoop belanden.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: mei–juni.
Wanneer: In mei–juni, voor de vruchtjes rijp zijn, als je de verspreiding wil beperken.
Hoe:
- Trek de slingers voorzichtig los uit de haag of de border en trek de plant met wortel en al uit.
- Laat in een wilde hoek een deel staan voor rupsen en andere insecten.
- Afgestorven planten verdwijnen in de nazomer vanzelf; opruimen is niet nodig.
Let op: Draag handschoenen en lange mouwen: bij gevoelige mensen kunnen de haakjes jeuk of rode vlekjes op de huid geven.
Vermeerderen
- Zaad
- De enige manier: het zaait zich vanzelf uit, en dieren en mensen nemen de klevende vruchtjes mee. Kiemt in de herfst en in het vroege voorjaar.
Hoe komt een kleefkruid de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Herfstkiemers overwinteren als kleine, groene plantjes met kransjes blaadjes; die zie je in januari al tussen het dode blad.
- Het zaad overleeft de winter in de grond en kiemt in het voorjaar.
- De oude planten sterven in de zomer af, na de zaadzetting.
Ziektes en plagen
- Verstikken: Vormt over jonge planten, rozen en lage struiken een dicht, zwaar net. Trek het tijdig uit, in april–juni, voor het hoog klimt.
- Plakkende vruchtjes: Blijven in de vacht van honden en katten hangen. Borstel je dier na een wandeling en houd de plant weg van paden waar je hond loopt.
- Zaailingen in de moestuin: Kiemt massaal op kale, voedselrijke grond. Mulchen en vroeg wieden houden het onder controle.
- Jeukende huid: De haakjes kunnen bij gevoelige mensen jeuk geven. Draag handschoenen.
Het jaar rond
- Januari: Jonge plantjes van herfstkiemers, in kransjes tussen het blad.
- Maart: Snelle groei. Zaailingen in de moestuin wieden.
- April: Klimt in hagen. Wieden waar het jonge planten overgroeit.
- Mei: Begin van de bloei. Uittrekken voor de vruchtjes rijp zijn.
- Juni: Bloei en eerste vruchtjes. Laatste kans om uit te trekken voor de zaadval.
- Juli: De vruchtjes rijpen en plakken aan alles.
- Augustus: De eerste planten sterven af; late planten bloeien nog.
- September: Zaaien in een wilde hoek. Laatste bloemen.
- Oktober: Herfstkiemers verschijnen onder hagen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Kleefkruid hoort bij dezelfde familie als de koffiestruik. De geroosterde vruchtjes werden vroeger soms als koffievervanger gebruikt.
- De haakjes op stengels en blaadjes wijzen allemaal naar achteren: zo kan de plant omhoog klauteren zonder terug te glijden.
- De vruchtjes reizen mee in de vacht van dieren: zo raakt de plant over grote afstanden verspreid.