
Foto: Meneerke bloem, CC BY-SA 4.0 · bron
Dwergstruik · Wilgenfamilie (Salicaceae)
Kruidwilg
Salix herbacea
In andere talen: Saule herbacé (Français) · Dwarf willow (English)
Komt in het wild voor in Europa, maar niet in België.
De kruidwilg is een van de kleinste houtige planten ter wereld: een echte wilg die zelden hoger wordt dan een paar centimeter. Zijn takjes kruipen onder de grond of door het mos, en alleen de toppen met twee of drie ronde, glanzende blaadjes steken erboven uit. In het wild groeit hij in het hooggebergte en in het hoge noorden: in de Alpen, de Pyreneeën, Schotland, Scandinavië en de toendra, vaak in sneeuwvelden waar de sneeuw lang blijft liggen. In België komt hij niet in het wild voor, maar tijdens de ijstijden groeiden dwergwilgen zoals deze ook in onze streken. In een alpiene bak of rotstuin is hij een bijzonderheid, al heeft hij het lastig in warme, droge zomers.
Let op: Een kwetsbare plant uit een kwetsbaar landschap: neem nooit planten of stekken mee uit de bergen; in veel natuurgebieden en nationale parken is plukken verboden. Koop hem alleen bij een kweker.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -40 °C
Grootte
0,05 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
mei–juli
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,05 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Bloei | mei–juli |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Kruipende dwergstruik van 1–5 cm hoog, met houtige stengels die grotendeels onder de grond of het mos lopen en daar wortelen.
- Blad
- Bijna rond, 0,5–2 cm, met een fijn gezaagde rand en een duidelijk netwerk van nerven; glanzend groen en kaal, met per takje meestal maar twee of drie blaadjes.
- Bloem
- Tweehuizig: er zijn mannelijke en vrouwelijke planten. Kleine katjes van 0,5–1,5 cm met maar een paar bloemen, aan de toppen van de takjes, kort nadat de sneeuw gesmolten is (mei–juli).
- Vrucht/Zaad
- Roodachtige doosvruchtjes die openspringen en kleine zaden met wit pluis loslaten, die met de wind meegaan.
- Wortels
- Kruipende, houtige stengels en wortels die in de bovenste laag grond en mos een net vormen.
- Verwarring met
- Andere dwergwilgen zoals de kruipwilg zijn groter en hebben langwerpige, vaak behaarde blaadjes. De netwilg heeft ook ronde blaadjes, maar die zijn groter, dikker, aan de onderkant grijswit en diep geaderd.
Bloei: mei–juli · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een levend stukje ijstijd: een plant van toendra en hooggebergte in miniatuur.
- Een echte wilg met katjes, maar dan op zakformaat: leuk om aan kinderen en plantenliefhebbers te tonen.
- In de bergen eten sneeuwhoenders en rendieren van de knoppen en blaadjes; de katjes trekken vliegjes en hommels aan.
- Een groene bodembedekker voor een alpiene bak, tussen stenen en mos.
- In de herfst kleuren de ronde blaadjes geel.
Waar staat een kruidwilg graag?
- In het wild: sneeuwvelden, rotsrichels, bergtoppen en toendra, vooral waar de sneeuw lang blijft liggen.
- Meestal zure, steenachtige grond die koel en vochtig blijft maar goed doorlaat.
- In de tuin: volle zon tot lichte schaduw, in een alpiene bak, een rotstuin of tussen grote stenen, met grond die nooit uitdroogt.
- In de Belgische laaglanden liefst met wat middagschaduw: hij houdt van koele voeten en een koel hoofd.
Mooi samen met
- Stengelloze silene: Een roze kussentje uit dezelfde bergen, voor tussen de stenen.
- Paarse steenbreek: Vroege, paarse bloempjes op een lage mat.
- Zilverkruid: Een kruipende dwergstruik met witte bloemen en pluimige vruchten.
- Voorjaarsgentiaan: Diepblauwe sterretjes in het voorjaar.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kruidwilg?
- Koop hem bij een kweker van alpiene planten; neem nooit planten of stekken mee uit de bergen.
- Plant in maart–april of in september.
- Meng gewone tuingrond met een flinke portie grind of steenslag en wat bladcompost; zorg in een bak voor gaten en een drainagelaag onderaan.
- Zet de plant even diep als in de pot en leg er een laagje grind rond: dat houdt de stengels droog en de wortels koel.
- Geef regenwater en houd de grond het eerste jaar gelijkmatig vochtig, vooral in warme periodes.
- Reken op 20–30 cm tussen de planten; het duurt jaren voor ze een matje vormen.
Verzorgen
- Water
- In de zomer bij droogte regenwater geven; de wortels mogen nooit helemaal uitdrogen. In de winter is te veel nattigheid juist slecht.
- Bemesten
- Niet nodig: arme, steenachtige grond houdt hem compact en gezond.
- Schaduw
- Zet een bak tijdens hittegolven even in de schaduw of span er een schaduwdoek boven.
- Wieden
- Houd mos en onkruid kort: deze minuscule wilg wordt makkelijk overgroeid.
- Grindlaag
- Vul het grind rond de plant elk voorjaar wat aan.
Tip: Leg een paar platte stenen rond de plant: de stengels kruipen eronder, en de wortels blijven koel en vochtig, net als op een berghelling.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Niet nodig; hooguit in maart wat opruimen.
Hoe:
- Knip in maart dode takjes weg.
- Takjes die over de rand van de bak groeien, mag je inkorten en als stek gebruiken.
- Snoei verder niet: de plant groeit heel traag.
Vermeerderen
- Stekken
- Zoals de meeste wilgen wortelt hij makkelijk: neem in mei–juni stekjes van een paar centimeter en zet ze in vochtig, zanderig stekmengsel.
- Afleggers
- Kruipende stengels wortelen vanzelf. Snijd in het voorjaar een geworteld stukje los en zet het in een potje.
- Zaad
- Wilgenzaad blijft maar kort kiemkrachtig: zaai het meteen na het rijpen op vochtige grond. Je hebt een mannelijke en een vrouwelijke plant nodig.
Hoe komt een kruidwilg de winter door?
Winterhard tot −40 °C.
- Bladverliezend: de blaadjes kleuren in de herfst geel en vallen af; de houtige stengels overwinteren onder de grond of in het mos.
- Extreem winterhard: in de bergen en het hoge noorden overleeft hij strenge vorst, meestal beschermd door een dikke sneeuwlaag.
- Wat hij slecht verdraagt, is een natte, zachte winter met stilstaand water: zorg voor een goede afvoer.
Ziektes en plagen
- Hitte en droogte: Bruine blaadjes in een warme zomer. Geef regenwater, zet de bak in de halfschaduw en leg een grindlaag.
- Overgroeien: Mos, gras en sterkere alpiene planten groeien er makkelijk overheen. Regelmatig wieden en hem genoeg ruimte geven.
- Wortelrot: In stilstaand water sterft de plant af. Gebruik grindrijke grond en zorg voor een goede afvoer in de bak.
- Roest: Oranje vlekjes op de blaadjes, zoals bij andere wilgen. Aangetaste blaadjes wegnemen; meestal is het niet erg.
- Bladluis: Soms op de jonge scheuten. Wegspuiten met water.
Het jaar rond
- Maart: Dode takjes wegknippen. Grindlaag aanvullen.
- April: Planten. De eerste blaadjes lopen uit.
- Mei: Katjes verschijnen. Stekken nemen.
- Juni: Bloei. Bij droogte regenwater geven.
- Juli: Laatste katjes en zaadpluis. De bak in de schaduw zetten tijdens hittegolven.
- Augustus: Water geven bij droogte. Wieden.
- September: Planten. De herfstkleur begint.
- Oktober: De gele blaadjes vallen af.
- November: Een bak op een beschutte plek zetten, uit de winterregen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Hij wordt vaak de kleinste boom ter wereld genoemd: een houtige plant van maar een paar centimeter hoog.
- Hij groeit vooral waar de sneeuw lang blijft liggen: soms heeft hij maar een paar maanden per jaar om uit te lopen, te bloeien en zaad te maken.
- Fossiele blaadjes van dwergwilgen tonen aan dat zulke toendraplanten tijdens de laatste ijstijd ook in de Lage Landen groeiden.