Foto: Sten Porse (user:Sten), CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Rosaceae
Zilverkruid
Dryas octopetala
In andere talen: Dryade à huit pétales (Français) · Mountain avens (English)
Zilverkruid groeit in de Alpen, de Pyreneeën en rond de noordpool, van Scandinavië en IJsland tot Canada, op kalkrijke rotsen en puin. Botanisch is het een groenblijvende dwergheester die lage, kruipende matten vormt van kleine, gekartelde blaadjes die op mini-eikenblaadjes lijken: donkergroen boven en wit viltig eronder. Van mei tot juli verschijnen witte, schotelvormige bloemen met meestal acht bloemblaadjes en een geel hart. Daarna volgen zilverige, pluimige zaadhoofdjes die minstens zo mooi zijn als de bloemen. Tuiniers gebruiken hem in rotstuinen, op muurtjes en in trogen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -40 °C
Grootte
0,1 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
mei–juli
| Hoogte | 0,1 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juli |
Herkennen
Hoe herken je een zilverkruid?
- Groeivorm
- Kruipende, verhoutende stengels die een mat vormen van 5–10 cm hoog en 50–60 cm breed.
- Blad
- Klein, langwerpig en gekarteld, glanzend donkergroen boven en wit viltig aan de onderkant; groenblijvend.
- Bloem
- Schotelvormig, 2–4 cm, met meestal acht witte bloemblaadjes en een krans gele meeldraden, alleen op korte stelen.
- Vrucht
- Zaadjes met lange, gedraaide, veerachtig behaarde staarten, die samen een zilveren pluim vormen.
- Wortels
- Diep wortelend; de kruipende stengels schieten soms wortel waar ze de grond raken.
Bloei: mei–juli · Planten: maart–april en september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een groenblijvende mat die het hele jaar de grond bedekt en onkruid tussen stenen tegenhoudt.
- Twee keer sier: eerst witte bloemen, daarna zilverige, pluimige zaadpluizen.
- Bijen en andere bestuivers vinden veel stuifmeel in de open bloemen.
- Uitzonderlijk winterhard en sterk op schrale, kalkrijke grond.
- Ideaal om over een muurrand of tussen grote stenen te laten kruipen.
Waar staat een zilverkruid graag?
- Volle zon: in de schaduw bloeit hij nauwelijks en wordt de mat los.
- Schrale, goed drainerende zand- of leemgrond met kalk of steengruis; neutraal tot kalkrijk.
- Droog tot normaal: geen stilstaand water, maar in het eerste jaar ook geen kurkdroge, hete plek.
- Mooi in een rotstuin, op een muurkroon, tussen stapstenen of in een trog.
- Plant op 40–50 cm afstand, zo’n 4–6 planten per m².
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,1 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -40 °C)
Mooi samen met
- Wildemanskruid: Paarse bloemen en ook zilverige pluizen, voor dezelfde zonnige, kalkrijke plek.
- Huislook: Vlezige rozetten tussen de stenen, even sterk tegen droogte.
- Kruiptijm: Nog een geurige bodembedekker, die later in de zomer bloeit.
- Rotsanjer: Blauwgrijze kussens en roze, geurende bloemen in dezelfde periode.
- Steenbreek: Kleine rozetten en fijne bloemen voor een rotstuin of trog.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een zilverkruid?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, uit een pot: hij verdraagt verplanten slecht.
- Maak de grond los en meng in zware grond flink wat grind en kalksteengruis door de bovenlaag.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Houd 40–50 cm afstand tussen de planten.
- Geef water bij het planten en tijdens droge weken in het eerste jaar.
- Leg een laagje grind rond de plant: daarover kruipt de mat, hij blijft droog en onkruid krijgt minder kans.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna alleen bij lange hittegolven, en in een trog wat vaker.
- Bemesten
- Niet nodig. Op zure grond eventueel wat kalk in het voorjaar.
- Wieden
- Houd de mat vrij van grassen en onkruid: dat is het belangrijkste werk, zeker de eerste jaren.
- Bladafval
- Haal in de herfst afgevallen blad van bomen van de mat, zodat hij niet verstikt.
- Zaadpluizen
- Laat ze staan: ze zijn decoratief en blijven lang mooi.
Tip: Leg voor het planten 3–5 cm grind of steengruis rond de plantplek: de mat kruipt eroverheen, blijft droog en onkruid krijgt minder kans.
Wanneer snoei je een zilverkruid?
Wanneer: Zilverkruid wordt nauwelijks gesnoeid. Hooguit knip je na de bloei dode stukjes of een te ver uitgegroeide tak weg.
Hoe:
- Laat de zaadpluizen staan: ze zijn een sieraad en vallen vanzelf af.
- Knip dode of bruine stukjes uit de mat terug tot op gezond blad.
- Wordt de mat te groot, knip dan aan de rand een paar kruipende takken weg in plaats van de hele plant kort te scheren.
Let op: Hij loopt slecht uit oud, kaal hout: knip nooit diep in de mat.
Vermeerderen
- Afleggers
- Kruipende takken wortelen soms vanzelf. Knip in het voorjaar een beworteld stuk los en pot het op in een zanderig mengsel.
- Stekken
- In juli–augustus: neem halfverhoute stekjes van zo’n 5 cm en laat ze wortelen in zanderige grond op een beschutte, lichte plek.
Hoe komt een zilverkruid de winter door?
Winterhard tot −40 °C.
- Een van de meest winterharde tuinplanten, tot ongeveer −40 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Groenblijvend: het blad kan in een strenge winter wat bruin verkleuren, maar de mat loopt in het voorjaar weer uit.
- Natte winters zijn een groter gevaar dan kou: zorg voor een goede drainage en grind rond de voet.
- In een trog: laat hem buiten staan, maar zorg dat het afvoergat niet verstopt raakt.
Ziektes en plagen
- Rot: Bruine, afstervende plekken na een natte winter. Verbeter de drainage met grind of plant hoger.
- Onkruid in de mat: Grassen groeien door de mat en zijn moeilijk te verwijderen. Wied vroeg en geregeld, en gebruik grind als ondergrond.
- Weinig bloei: Te veel schaduw of te rijke grond. Verplaats jonge planten naar een zonnige, schrale plek.
- Uitdrogen van jonge planten: In het eerste jaar kan de kluit uitdrogen voor de wortels diep genoeg zitten. Geef bij droogte water.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Onkruid uit de mat wieden. Grind aanvullen.
- April: Planten. Bewortelde afleggers losknippen en oppotten.
- Mei: Begin van de bloei. Bijen op bezoek.
- Juni: Volle bloei. Jonge planten water geven bij droogte.
- Juli: Laatste bloemen en zilveren zaadpluizen. Stekken nemen.
- Augustus: Zaadpluizen laten staan. Stekken nemen.
- September: Planten. Onkruid wieden.
- Oktober: Planten. Afgevallen blad van de mat halen.
- November: Afgevallen blad van de mat halen.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De Jonge Dryas, een koude periode aan het einde van de laatste ijstijd, is naar deze plant genoemd: zijn resten werden veel gevonden in afzettingen uit die tijd.
- In IJsland werd zilverkruid gekozen tot nationale bloem.
- Dryas verwijst naar de dryaden, de boomnimfen uit de Griekse mythologie, omdat de blaadjes op kleine eikenblaadjes lijken.