Klein hoefblad (Tussilago farfara)

Foto: User:TeunSpaans, CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Composietenfamilie (Asteraceae)

Klein hoefblad

Tussilago farfara

In andere talen: Tussilage (Français) · Colt’s-foot (English)

Komt in België in het wild voor.

Klein hoefblad is een van de eerste bloeiers van het jaar: al in februari of maart steken de gele bloemhoofdjes uit de kale grond, nog voor er een blad te zien is. Je vindt het algemeen in heel België op open, vaak kleiige of omgewoelde grond: taluds, spoorwegbermen, groeves, braakliggende terreinen en oevers. De bloemen lijken op kleine paardenbloemen, maar staan op geschubde, roodachtige stengels zonder melksap. Pas na de bloei verschijnen de grote, hoefvormige bladeren met een witviltige onderkant. Voor hommelkoninginnen en vroege bijen is het een belangrijke eerste voedselbron.

Let op: Klein hoefblad bevat pyrrolizidine-alkaloïden, die de lever kunnen beschadigen. Gebruik de plant niet als thee of in de keuken, ook al gebeurde dat vroeger. Houd jonge kinderen en huisdieren in het oog als je hem in de tuin hebt.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    0,2 m

    hoog, 0,5 m breed

  • Bloei

    februari–april

Feiten op een rij
Hoogte0,2 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeifebruari–april

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Lage, overblijvende plant met kruipende wortelstokken. Bloeistengels 10–25 cm, bladeren tot 30 cm hoog.
Bloem
Eén goudgeel hoofdje van 2–3 cm per stengel, met veel smalle lintbloemen rond een gele schijf. Gaat ’s avonds en bij slecht weer dicht.
Stengel
Bloeistengels wollig behaard en bezet met roodbruine, schubvormige blaadjes. Geen melksap.
Blad
Verschijnt na de bloei: rond tot hoefvormig, 10–30 cm breed, met een hoekig getande rand; bovenkant groen, onderkant wit vervilt.
Vrucht/Zaad
Na de bloei hangt het hoofdje even, daarna richt het zich op tot een witte pluizenbol. Elk zaadje heeft een pluis van witte haren.
Verwarring met
Paardenbloem heeft bladeren tijdens de bloei, gladde holle stengels en wit melksap. Groot hoefblad heeft roze bloemaren en veel grotere bladeren. Gewoon speenkruid heeft glanzende bladeren en stervormige bloemen.

Bloei: februari–april

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de eerste nectar- en stuifmeelbronnen van het jaar, voor hommelkoninginnen, zandbijen en honingbijen.
  • Pionier op kale grond: hij legt taluds en braakliggende plekken vast met zijn wortelstokken.
  • Opvallend vroege bloei, op een moment dat de tuin nog grijs is.
  • De witte pluizenbollen verspreiden de zaden met de wind, net als bij de paardenbloem.
  • Historisch interessant: de plant werd vroeger tegen hoest gebruikt, wat je nog terugziet in de naam.

Waar staat een klein hoefblad graag?

  • In het wild: spoorweg- en wegbermen, taluds, groeves, kleiputten, bouwterreinen, akkerranden en oevers.
  • Volle zon; in de schaduw bloeit hij weinig.
  • Kale, open grond, liefst klei of leem die vaak kalkrijk is en in het voorjaar vochtig; verdraagt ook puin en grind.
  • In de tuin: een wilde hoek, een talud, de rand van een vijver of een stenige plek waar weinig anders groeit.

Mooi samen met

  • Boswilg: Bloeit tegelijk; samen een feestmaal voor bijen in maart.
  • Sleedoorn: Witte bloesem in maart–april, ook voor vroege insecten.
  • Gewoon speenkruid: Gele sterretjes in dezelfde vroege periode, op een vochtigere plek.
  • Paarse dovenetel: Bloeit al vroeg op open grond en is ook in trek bij hommels.
  • Paardenbloem: Neemt het geel over in april–mei.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een klein hoefblad?

  1. Koop een plant bij een kwekerij van inheemse planten, of vraag een stukje wortelstok aan iemand die hem al in de tuin heeft.
  2. Plant in maart–april of in oktober op een open, zonnige plek, op 30–40 cm van elkaar.
  3. Wil je hem binnen de perken houden? Plant hem in een bodemloze emmer of achter een stevige wortelbegrenzing.
  4. Zaaien kan met vers zaad in mei: strooi het meteen uit op vochtige, kale grond en dek het niet af. Het zaad blijft maar kort kiemkrachtig.
  5. Geef het eerste voorjaar water bij droogte; daarna redt hij zich alleen.
  6. Graaf nooit planten uit in de natuur.

Verzorgen

Water
Alleen na het planten. Gevestigde planten hebben geen water nodig.
Bemesten
Niet nodig: hij is een pionier van arme, kale grond.
Woekeren
De wortelstokken kruipen ver en diep. Steek uitlopers aan de rand elk voorjaar af, of gebruik een wortelbegrenzing.
Zaad
Wil je geen zaailingen, knip de hoofdjes dan na de bloei af, voor de pluizenbollen opengaan.
Open grond
Tussen hoge planten en gras verdwijnt hij na een paar jaar. Houd de grond open door af en toe te schoffelen.

Tip: Plant klein hoefblad vlak bij een raam of pad: je ziet de eerste bloemen al in februari, en de hommels die erop afkomen ook.

Snoeien en maaien

Wanneer: Niet nodig. Wie zaailingen wil vermijden, knipt de uitgebloeide hoofdjes in april–mei af.

Hoe:

  • Laat de bladeren in de herfst gewoon afsterven; ze verteren vanzelf.
  • Knip uitgebloeide hoofdjes af voor ze gaan pluizen als je verspreiding wilt beperken.
  • Groeien de bladeren te ver uit, dan mag je ze in de zomer maaien; de plant bloeit het volgende voorjaar toch.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Wortelstokken
In maart of oktober een stuk wortelstok met een knop afsteken en meteen elders planten.
Zaad
Vers zaad in mei meteen uitstrooien op vochtige, kale grond; het kiemt binnen enkele dagen tot weken en bewaart slecht.

Hoe komt een klein hoefblad de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Bovengronds sterft alles af in de herfst; de plant overwintert met wortelstokken in de grond.
  • De bloemknoppen zijn in de herfst al aangelegd, net onder de grond, zodat hij bij de eerste zachte dagen kan bloeien.
  • Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C.

Ziektes en plagen

  • Woekeren: In losse tuingrond verspreidt hij zich snel. Gebruik een wortelbegrenzing of steek de randen elk jaar af.
  • Roest: Oranje vlekjes aan de onderkant van de bladeren in de zomer. Een roestschimmel die ook op dennen leeft; onschuldig voor de plant. Aangetaste bladeren kun je weghalen.
  • Slakken: Ze vreten aan de jonge bladeren. Meestal herstelt de plant zich; laat egels en loopkevers hun werk doen.
  • Verdwijnen: Na een paar jaar overgroeid door gras of struiken. Hij heeft open grond nodig: schoffel of maak een nieuw kaal plekje.

Het jaar rond

  • Februari: Eerste bloemen bij zacht weer, vaak al vanaf half februari.
  • Maart: Volle bloei. Hommelkoninginnen en vroege bijen op de bloemen.
  • April: Laatste bloemen en witte pluizenbollen. De eerste bladeren verschijnen.
  • Mei: Vers zaad uitstrooien als je wilt zaaien. De bladeren groeien uit.
  • Juni: Volle bladeren. Uitlopers aan de rand afsteken als hij te ver groeit.
  • Augustus: Let op roest aan de onderkant van de bladeren.
  • Oktober: Planten of delen. De bladeren sterven af.
  • November: Rust. De bloemknoppen zitten klaar net onder de grond.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Tussilago komt van het Latijnse tussis (hoest) en agere (verdrijven): de plant werd eeuwenlang tegen hoest gebruikt. Vandaag weten we dat dat door de giftige stoffen geen goed idee is.
  • Omdat de bloemen er zijn voor de bladeren, noemde men de plant vroeger ‘filius ante patrem’, de zoon voor de vader.
  • De Nederlandse, Engelse en Franse volksnamen verwijzen allemaal naar de bladvorm: hoefblad, colt’s-foot (veulenvoet) en pas-d’âne (ezelstap).

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…