Gewone paardenbloem (Taraxacum officinale)

Foto: Sebastian Stabinger, CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Composietenfamilie (Asteraceae)

Gewone paardenbloem

Taraxacum officinale

In andere talen: Pissenlit (Français) · Dandelion (English)

Komt in België in het wild voor.

De gewone paardenbloem is een overblijvende plant met een rozet van diep getande bladeren, een dikke penwortel en goudgele bloemhoofdjes op holle, bladloze stelen. Hij groeit overal in België: in gazons, weiden, bermen en akkerranden, tussen tegels en op braakliggende grond. In april en mei kleuren hele graslanden geel, en daarna volgen de bekende pluizenbollen. Alle delen bevatten wit melksap, en de bladeren hebben scherpe, naar achter gerichte tanden. Als vroege, rijke bron van nectar en stuifmeel is hij in het voorjaar een van de belangrijkste planten voor bijen, hommels en zweefvliegen.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    0,3 m

    hoog, 0,3 m breed

  • Bloei

    maart–oktober

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuni en september
Hoogte0,3 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeimaart–oktober

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Overblijvende rozetplant, in bloei 10–40 cm hoog; alle delen met wit melksap.
Blad
In een rozet, langwerpig, 5–30 cm, diep en onregelmatig getand met naar achter gerichte slippen; kaal of licht behaard.
Bloem
Goudgeel hoofdje van 3–5 cm, alleen uit lintbloemen, op een holle, bladloze steel. Buitenste omwindselblaadjes teruggeslagen. Gaat ’s ochtends open en ’s avonds en bij regen dicht.
Vrucht/Zaad
Bolronde pluizenbol: elk nootje draagt op een steeltje een parasolletje van witte haren en kan ver wegwaaien.
Wortels
Dikke, vlezige penwortel, vaak meer dan een halve meter diep; uit afgebroken stukken groeien nieuwe planten.
Verwarring met
Biggenkruid en havikskruid hebben vertakte of behaarde, niet holle stengels. Klein streepzaad heeft meerdere kleinere hoofdjes per stengel. Klein hoefblad bloeit al in maart op geschubde stelen, nog voor de bladeren verschijnen.

Bloei: maart–oktober · Snoeien: juni en september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de belangrijkste voorjaarsbloemen: veel nectar en stuifmeel voor honingbijen, hommelkoninginnen, zandbijen en zweefvliegen.
  • Putters, mussen en vinken eten de zaden uit de pluizenbollen.
  • Het blad is voedsel voor rupsen van verschillende nachtvlinders en voor konijnen en cavia’s.
  • Jonge bladeren zijn eetbaar in een salade; van de bloemen maakt men paardenbloemstroop, en de geroosterde wortel werd vroeger als koffievervanger gebruikt.
  • De diepe penwortel maakt verdichte grond los en haalt mineralen naar boven.
  • Pluizenbollen uitblazen: een plant waarmee generaties kinderen de natuur ontdekken.

Waar staat een gewone paardenbloem graag?

  • In het wild: graslanden, weiden, wegbermen, dijken, akkerranden, braakliggende grond en tussen tegels en stenen.
  • Voedselrijke, vochtige tot vrij droge grond; verdraagt maaien, betreding en verdichting.
  • Zon tot halfschaduw; in volle zon bloeit hij het rijkst.
  • In de tuin: in een bloemrijk gazon, een hooiland, langs een pad of in een zonnige, wilde hoek.

Mooi samen met

  • Madeliefje: Wit en geel samen in een bloemrijk gazon.
  • Pinksterbloem: Lichtpaarse bloemen in april–mei in hetzelfde vochtige grasland.
  • Kruipend zenegroen: Blauwe aren in dezelfde periode, laag tussen het gras.
  • Witte klaver: Neemt in juni de bloei over in het gazon, voor bijen en hommels.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een gewone paardenbloem?

  1. Meestal verschijnt hij vanzelf, want het zaad waait overal aan. Laat de rozetten die opkomen gewoon staan waar ze welkom zijn.
  2. Wil je zaaien, koop dan zaad van inheemse herkomst bij een zaadhandel voor wilde planten, of verzamel zelf rijpe pluizen.
  3. Zaai in maart–mei of augustus–september op een open plekje in het gazon of de border, druk aan en dek niet af.
  4. Houd de grond vochtig tot de kiemplanten er zijn, na 1–3 weken.
  5. Zaai of plant niet in een moestuinbed: de penwortel krijg je daar moeilijk weer weg.
  6. Graaf nooit planten uit in de natuur: zaad werkt beter, en de penwortel overleeft uitgraven slecht.

Verzorgen

Maaien
Maai het gazon in april en mei minder vaak of laat stroken staan, zodat de paardenbloemen kunnen bloeien. In een hooiland maai je in juni en september.
Water
Niet nodig; de penwortel haalt water uit de diepte.
Bemesten
Niet nodig. Op zeer rijke grond wordt hij groot en grof.
Zaad laten vallen
Wil je minder zaailingen, maai of knip dan de uitgebloeide hoofdjes weg zodra ze dichtgaan, voor ze pluizen.
Uitsteken
Ongewenste planten steek je uit met een smalle onkruidsteker, met zo veel mogelijk wortel; doe het na regen.

Tip: Maai je gazon in april en mei maar om de drie à vier weken: zo bloeien de paardenbloemen en heb je in het voorjaar een van de beste bijenplanten gratis in je tuin.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: juni en september.

Wanneer: Maai pas na de hoofdbloei, in juni, en nog eens in september.

Hoe:

  • Maai een bloemrijk gazon of hooiland op 5–8 cm en voer het maaisel af.
  • Knip uitgebloeide, gesloten hoofdjes af voor ze pluizen als je uitzaaien wilt beperken.
  • Laat in een wilde hoek een paar pluizenbollen staan voor putters en mussen.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Pluk rijpe pluizen in mei–juni en zaai ze meteen; het zaad kiemt snel.
Wortelstekken
Een stuk penwortel van 5 cm, in het voorjaar rechtop in de grond gezet met de bovenkant net onder het oppervlak, loopt opnieuw uit.

Hoe komt een gewone paardenbloem de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • In zachte winters blijft de rozet deels groen; bij strenge vorst sterft het blad af en loopt de penwortel in maart weer uit.
  • Volledig winterhard: de penwortel overleeft vorst tot ongeveer −30 °C.
  • In maart hoort hij bij de eerste bloemen voor hommelkoninginnen die uit hun winterslaap komen.

Ziektes en plagen

  • Te veel in het gazon: Veel paardenbloemen wijzen op een open, verdichte of te kort gemaaide grasmat. Maai iets hoger, zaai kale plekken bij met gras en steek ongewenste rozetten uit.
  • Pluis in de moestuin: Zaad waait in moestuinbedden. Schoffel kiemplanten weg zolang ze klein zijn; dan is de penwortel nog kort.
  • Melksapvlekken: Het witte melksap kleurt handen en kleren bruin. Draag handschoenen bij het plukken.
  • Meeldauw: Wit poeder op de bladeren in droge zomers. Onschuldig; laat het gaan.

Het jaar rond

  • Maart: Eerste bloemen voor hommelkoninginnen. Zaaien kan.
  • April: Volle bloei. Het gazon minder vaak maaien.
  • Mei: Pluizenbollen. Zaad verzamelen; putters eten van het zaad.
  • Juni: Eerste maaibeurt in een hooiland, maaisel afvoeren.
  • Juli: Nabloei. Uitsteken waar hij niet mag staan.
  • Augustus: Zaaien op kale plekjes.
  • September: Tweede maaibeurt. Een tweede, kleinere bloeigolf.
  • Oktober: Laatste bloemen.
  • December: Rust. De rozet ligt plat tegen de grond.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Het Franse ‘dent-de-lion’, leeuwentand, verwijst naar de getande bladeren en gaf de Engelse naam dandelion. ‘Pissenlit’ herinnert aan zijn oude reputatie als plasmiddel.
  • De gewone paardenbloem vormt zijn zaad meestal zonder bevruchting: elk pluisje is een kloon van de moederplant. Daarom onderscheiden kenners tientallen tot honderden ‘microsoorten’.
  • Onderzoekers ontdekten in 2018 dat er boven het pluisje een stabiele luchtwervel ontstaat, die het zaad extra lang in de lucht houdt.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…