
Foto: Didier Descouens, CC BY-SA 4.0 · bron
Kruidachtige plant · Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
Ringelwikke
Vicia hirsuta
In andere talen: Vesce hérissée (Français) · Hairy tare (English)
Komt in België in het wild voor.
Ringelwikke is een tenger, eenjarig kruid uit de vlinderbloemenfamilie dat met vertakte ranken door gras en struiken klimt, tot 20–70 cm hoog. Het groeit in bermen, op dijken, akkers en akkerranden, in ruigten, heggen, struwelen en op braakland, vooral op zandige en lemige grond; in België is het zeer algemeen. Je herkent het aan de veerdelige bladeren met 4–10 paar smalle blaadjes, de piepkleine, witachtige tot bleek lila bloempjes in groepjes op een lange steel en de korte, behaarde peultjes met meestal twee zaden. Het bloeit van mei tot augustus en bindt, zoals de meeste vlinderbloemigen, met hulp van bacteriën in de wortelknolletjes stikstof uit de lucht. In een graanakker kan het de halmen omtrekken, maar in een bloemrijke berm of ruigte is het een fijne, onopvallende soort.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,4 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
mei–augustus
| Snoeimaanden | augustus |
|---|---|
| Hoogte | 0,4 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | mei–augustus |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Eenjarig, tenger kruid met dunne, kantige, licht behaarde stengels van 20–70 cm, soms tot 1 m, dat met vertakte ranken door andere planten klimt.
- Blad
- Veerdelig, met 4–10 paar smalle, lijnvormige blaadjes van 5–20 mm en aan de top een vertakte rank; de steunblaadjes zijn klein en smal.
- Bloem
- Piepklein, 3–5 mm, witachtig tot bleek lila, met 1–8 bloempjes samen op een lange, dunne steel uit de bladoksel, van mei tot augustus.
- Vrucht/Zaad
- Korte, platte, behaarde peultjes van 6–11 mm, met meestal twee ronde zaadjes.
- Wortels
- Een dunne penwortel met knolletjes waarin stikstofbindende bacteriën leven.
- Verwarring met
- Vierzadige wikke heeft kale peulen met meestal vier zaden, slechts 1–2 grotere, lila bloempjes per steel en minder blaadjes per blad. Vogelwikke is overblijvend en heeft lange, eenzijdige trossen met veel blauwpaarse bloemen.
Bloei: mei–augustus · Snoeien: augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bindt stikstof uit de lucht via bacteriën in de wortelknolletjes en verrijkt zo arme grond een beetje.
- De kleine bloempjes worden bezocht door kleine bijen, al bestuiven ze zichzelf ook vaak.
- De zaadjes zijn voedsel voor duiven en andere zaadetende vogels.
- Een makkelijke, eenjarige pionier voor een akkerbloemenmengsel of een schrale berm.
- Bloeit van mei tot augustus, ook op droge, arme grond waar weinig anders groeit.
Waar staat een ringelwikke graag?
- In het wild: bermen, dijken, akkers en akkerranden, ruigten, heggen, struwelen, braakland en spoorwegterreinen.
- Volle zon tot lichte halfschaduw.
- Droge tot matig vochtige, zandige tot lemige grond, eerder arm dan rijk.
- In de tuin: in een akkerbloemenstrook, een bloemrijke berm of een ruig hoekje waar het tegen hogere planten kan opklimmen.
Mooi samen met
- Klaproos: Een rode akkerbloem op dezelfde open, zonnige grond.
- Korenbloem: Blauwe accenten in hetzelfde akkerbloemenmengsel.
- Vierzadige wikke: Lijkt erop en groeit op dezelfde plekken: leuk om ze naast elkaar te leren kennen.
- Gewone rolklaver: Gele vlinderbloemen voor dezelfde schrale berm, en waardplant voor het icarusblauwtje.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een ringelwikke?
- Koop zaad van inheemse herkomst bij een kwekerij van wilde planten, los of in een mengsel voor akkerbloemen of bermen.
- Zaai in september–oktober of in maart–april op open, losse grond, ongeveer 1 cm diep.
- Het zaad heeft een harde schil: een nacht weken in water voor het zaaien kan de kieming versnellen.
- Zaai dun, op 15–20 cm, bij voorkeur tussen grassen of hogere planten waartegen het kan klimmen.
- Graaf nooit planten uit in het wild; een handvol zaad uit een mengsel of uit je eigen tuin is genoeg.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig, behalve na het zaaien bij langdurige droogte.
- Bemesten
- Niet nodig: het maakt zelf stikstof aan en houdt van arme grond.
- Maaien
- Maai een berm of strook met ringelwikke pas na de zaadzetting, in augustus, en voer het maaisel af.
- Woekeren
- In de moestuin klimt het soms tegen bonen en erwten op. Trek de plantjes uit voor ze zaad zetten; de wortels laten makkelijk los.
- Zaad laten vallen
- Laat de peultjes afrijpen: ze springen open en schieten het zaad rond de plant.
Tip: Wil je ringelwikke en vierzadige wikke uit elkaar houden? Kijk naar de peultjes: behaard met twee zaden is ringelwikke, kaal met vier zaden is vierzadige wikke.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: augustus.
Wanneer: Niet nodig; maaien of opruimen in augustus, na de zaadzetting.
Hoe:
- Maai een berm of akkerstrook pas als de meeste peultjes rijp en droog zijn.
- Wil je het weg uit de moestuin, trek de ranken dan voor de zaadzetting uit.
- Laat het maaisel enkele dagen liggen zodat het zaad eruit valt, en voer het daarna af.
Vermeerderen
- Zaad
- Rijpt in juli–augustus; de peultjes springen open. Zaai in de herfst of het voorjaar op open grond, of laat het zichzelf uitzaaien.
Hoe komt een ringelwikke de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Planten die in de herfst kiemen, overwinteren als klein, groen plantje en bloeien al vanaf mei.
- De plant zelf sterft na de zaadzetting af; het zaad overwintert in de grond.
- De jonge plantjes zijn goed bestand tegen gewone Belgische winters.
Ziektes en plagen
- Omgetrokken graan: In een graanakker kunnen de ranken het graan doen omvallen. In een tuin is dat zelden een probleem; tussen erwten en bonen trek je het gewoon uit.
- Overgroeid raken: Op rijke grond verdwijnt het onder grassen en ruige planten. Zaai op arme, open grond en maai jaarlijks met afvoer van het maaisel.
- Bladluis: Zwarte bladluis op de toppen komt soms voor; lieveheersbeestjes en zweefvlieglarven ruimen ze op.
- Te veel in een strook: In een akkerbloemenstrook kan het andere soorten overgroeien. Trek een deel van de planten uit voor ze zaad zetten.
Het jaar rond
- Maart: Zaaien op open grond. Overwinterde plantjes groeien.
- April: De ranken klimmen door het gras.
- Mei: Eerste bloempjes.
- Juni: Volle bloei. Uittrekken in de moestuin waar het stoort.
- Juli: Bloei en eerste rijpe peultjes.
- Augustus: Zaad rijp; maaien en het maaisel afvoeren.
- September: Zaaien voor volgend jaar.
- Oktober: Kiemplantjes verschijnen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Hirsuta betekent ‘ruig behaard’ en slaat op de behaarde peultjes.
- Het Engelse woord tare kennen veel mensen uit de Bijbelse gelijkenis van het onkruid tussen de tarwe; daar gaat het waarschijnlijk om dolik, een giftig gras, en niet om wikke.
- De ranken zijn omgevormde topblaadjes: ze winden zich rond alles wat ze raken.