Heggenwikke (Vicia sepium)

Foto: Ivar Leidus, CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)

Heggenwikke

Vicia sepium

In andere talen: Vesce des haies (Français) · Bush vetch (English)

Komt in België in het wild voor.

Heggenwikke is een overblijvende wikke van 30–100 cm die met vertakte ranken door heggen, struiken en hoog gras klimt. Ze groeit langs heggen en houtkanten, in bosranden, lichte bossen, bermen, graslanden en ruigten, op vrij voedselrijke, vochthoudende grond, en is in heel België algemeen. Je herkent ze aan de veerdelige bladeren met 4–8 paar eironde, stompe blaadjes en aan de korte trosjes van 2–6 dofpaarse tot blauwpaarse bloemen dicht bij de stengel, van mei tot augustus. Rijpe peulen zijn kaal en glanzend zwart. Ze verdraagt meer schaduw dan de meeste wikken en is een belangrijke nectarplant voor hommels met een lange tong; mieren bezoeken de nectarklieren op de steunblaadjes.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    0,6 m

    hoog, 0,4 m breed

  • Bloei

    mei–augustus

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart, juli en september
Hoogte0,6 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeimei–augustus

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Overblijvend kruid van 30–100 cm met kantige, licht behaarde stengels, dat met vertakte ranken door heggen en gras klimt en via ondergrondse uitlopers losse groepjes vormt.
Blad
Veerdelig, met 4–8 paar eironde tot elliptische blaadjes van 1–3 cm, met een stompe of iets ingedeukte top en een klein stekelpuntje, en een vertakte rank aan het einde.
Bloem
1,2–1,5 cm, dofpaars tot blauwpaars met donkerdere adertjes, met 2–6 samen in een kort, dicht trosje in de bladoksel, van mei tot augustus.
Vrucht/Zaad
Kale peulen van 2–3,5 cm, rijp glanzend zwart, met enkele tot tien zaden; ze springen draaiend open.
Wortels
Een vertakte wortelstok met wortelknolletjes en ondergrondse uitlopers.
Verwarring met
Voederwikke is eenjarig, heeft 1–2 roze-paarse bloemen bijna zonder steel en houdt van volle zon. Vogelwikke heeft lange, eenzijdige trossen met veel blauwpaarse bloemen op een lange steel.

Bloei: mei–augustus · Snoeien: maart, juli en september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Belangrijke nectarplant voor hommels met een lange tong, zoals de tuinhommel; hommels met een korte tong bijten soms een gaatje in de bloem om bij de nectar te komen.
  • De nectarklieren op de steunblaadjes trekken mieren aan, die er suiker komen halen.
  • Bloeit al vanaf mei, ook in de halfschaduw langs een heg of bosrand.
  • Bindt stikstof uit de lucht via bacteriën in de wortelknolletjes.
  • Een overblijvende, niet-agressieve klimmer om de voet van een haag of houtkant aan te kleden.

Waar staat een heggenwikke graag?

  • In het wild: heggen, houtkanten, bosranden, lichte loofbossen, bermen, graslanden, dijken en ruigten.
  • Zon tot halfschaduw; ze verdraagt meer schaduw dan de meeste wikken.
  • Vochthoudende, vrij voedselrijke grond: leem, klei of lemig zand.
  • In de tuin: aan de voet van een gemengde haag, in een bosrand, in een bloemrijk grasland of in een ruig hoekje met struiken.

Mooi samen met

  • Dagkoekoeksbloem: Roze bloemen in dezelfde halfschaduw langs een haag.
  • Fluitenkruid: Witte schermen langs de haag in mei, tegelijk met de eerste bloei.
  • Grote muur: Witte sterbloemen aan de voet van de heg in het voorjaar.
  • Look-zonder-look: Witte bloemetjes en waardplant voor het oranjetipje, in dezelfde halfschaduw.
  • Hondsroos: Een inheemse struik waar de ranken in kunnen klimmen.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een heggenwikke?

  1. Koop planten of zaad van inheemse herkomst bij een kwekerij van wilde planten.
  2. Zaai in de herfst of het voorjaar, 1–2 cm diep. Het zaad heeft een harde schil: licht schuren met schuurpapier of een nacht weken in water helpt.
  3. Plant in maart–april of in oktober op 30–40 cm van elkaar, aan de voet van een haag of tussen struiken waar ze kan klimmen.
  4. Geef na het planten water en houd de grond het eerste jaar vochtig bij droogte.
  5. Graaf nooit planten uit in het wild; met planten of zaad van een kwekerij lukt het veel beter.

Verzorgen

Water
Alleen het eerste jaar bij droogte.
Bemesten
Niet nodig: ze bindt zelf stikstof.
Maaien
In een bloemrijk grasland: één keer maaien in september, of twee keer, in juli en september, en het maaisel afvoeren. Ze loopt na het maaien weer uit.
Steun
Geen steun nodig naast een haag of struiken; elders volstaan een paar takken of een stuk gaas.
Woekeren
Breidt zich langzaam uit met uitlopers, maar woekert zelden. Te veel? Trek de stengels in het voorjaar uit of steek een stuk wortelstok af.

Tip: Laat heggenwikke onder een gemengde haag haar gang gaan: de ranken klimmen tussen de takken, de bloemen trekken tuinhommels aan, en als je de haag in de winter snoeit, is ze bovengronds al verdwenen.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: maart, juli en september.

Wanneer: Eind februari–maart de dode stengels opruimen; in grasland maaien in juli en/of september.

Hoe:

  • Laat de dode stengels over de winter staan: insecten overwinteren erin en de zwarte peulen zijn mooi.
  • Knip ze eind februari–maart aan de grond af, voor de nieuwe scheuten verschijnen.
  • In een bloemrijk grasland: maai in juli en/of september en voer het maaisel af.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Rijpt in juli–augustus. Zaai in de herfst of in het voorjaar, na licht schuren of weken.
Scheuren
In maart–april of in oktober een stuk wortelstok met scheuten afsteken en elders planten.

Hoe komt een heggenwikke de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Bovengronds sterft ze af; ze overwintert met de wortelstok in de grond.
  • Zeer winterhard, ook in strenge winters.
  • Laat de dode stengels met de zwarte peulen staan: ze bieden schuilplaats aan insecten.

Ziektes en plagen

  • Bladluis: Zwarte bonenluis op de toppen in mei–juni; lieveheersbeestjes en zweefvlieglarven doen hun werk.
  • Meeldauw en roest: In droge nazomers op het blad. Onschuldig; maai of knip aangetaste stengels af.
  • Gaatjes in de bloemen: Geen ziekte: hommels met een korte tong bijten ze open om nectar te stelen.
  • Verdrongen: Op zeer rijke grond groeien grassen en brandnetels haar voorbij. Maai jaarlijks en voer het maaisel af.

Het jaar rond

  • Maart: Dode stengels afknippen. Planten en scheuren.
  • April: Nieuwe scheuten; de ranken zoeken houvast.
  • Mei: Eerste dofpaarse bloemtrosjes; tuinhommels komen langs.
  • Juni: Volle bloei langs de haag.
  • Juli: Bloei en eerste zwarte peulen. Eventueel maaien in grasland.
  • Augustus: Laatste bloei; zaad oogsten.
  • September: Grasland maaien en het maaisel afvoeren.
  • Oktober: Zaaien en planten.
  • December: Rust; de dode stengels laten staan.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Sepium betekent ‘van de heggen’, van het Latijnse saepes, heg.
  • Hommels met een korte tong bijten vaak een gaatje in de bloembuis om bij de nectar te komen, zonder de bloem te bestuiven: dat heet nectarroof.
  • Het donkere vlekje op de steunblaadjes is een nectarklier buiten de bloem; mieren komen er suiker halen, ook als de plant nog niet bloeit.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…