Ranonkelstruik (Kerria japonica)

Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron

Snoeigids · Struik

Ranonkelstruik snoeien: wanneer en hoe

Kerria japonica

Een ranonkelstruik snoei je na de bloei, in mei–juni: knip de uitgebloeide twijgen terug tot een jonge zijscheut en haal elk jaar de oudste twijgen bij de grond weg.

De ranonkelstruik of kerria is een van de makkelijkste struiken voor de tuin: hij bloeit in het voorjaar goudgeel en heeft ook in de winter heldergroene twijgen. Hij bloeit op de twijgen van vorig jaar, dus snoei je hem meteen na de bloei. Met uitlopers vormt hij vanzelf een dichte groep, die elk jaar wat breder wordt. Snoeien is bij hem vooral vernieuwen: oude twijgen eruit, jonge groene erbij, en de uitlopers binnen de perken houden.

Feiten op een rij
Snoeimaandenmei–juni
Broedseizoen (15 maart–15 augustus)Let op in mei–juni
Bloeiapril–mei
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Inheems in BelgiëNee, aangeplant

Wanneer snoei je een ranonkelstruik?

Snoei meteen na de bloei, in mei–juni. Dan heeft de struik de hele zomer om nieuwe twijgen te maken die volgend voorjaar bloeien.

Snoei niet in de winter of het vroege voorjaar: dan knip je de bloemknoppen weg.

Uitlopers steek je af in de herfst, als ze te ver gaan. Met een stukje wortel eraan zijn ze een nieuwe struik voor elders.

Wat snoei je nog in die maanden? mei · juni

Hoe snoei je een ranonkelstruik?

  1. Knip de uitgebloeide twijgen terug tot een sterke, jonge zijscheut lager op de twijg.
  2. Knip elk jaar de oudste twijgen bij de grond weg: die worden bruin, vertakken sterk en bloeien minder. Zo komt er plaats voor nieuwe groene scheuten.
  3. Twijgen die bruin worden en afsterven, zijn meestal gewoon oud. Knip ze bij de grond weg.
  4. Wordt hij te breed, steek de uitlopers aan de rand af met een spade, of plaats een wortelscherm.
  5. Een kale, verwilderde struik zet je na de bloei helemaal terug tot vlak boven de grond. Hij loopt snel weer uit, maar bloeit het jaar daarop minder.

Hoeveel snoei je, en hoe vaak?

  • Elk jaar de uitgebloeide twijgen en ongeveer een kwart van de oudste twijgen bij de grond.
  • De uitlopers: zoveel als nodig om hem binnen zijn plek te houden.

Wat merkt de natuur ervan?

  • Mei–juni valt in het broedseizoen (15 maart–15 augustus). In een dichte groep twijgen nestelen graag merels en heggenmussen: kijk eerst goed, en spaar een bezet nest.
  • De enkelbloemige ranonkelstruik is in april–mei voedsel voor bijen en hommels. De bekende gevulde vorm ‘Pleniflora’ heeft geen stuifmeel of nectar voor insecten.
  • De groene twijgen geven in de winter kleur, en de dichte groep is het hele jaar een schuilplaats voor kleine vogels en insecten.
  • Een exoot, maar hij verwildert bij ons nauwelijks: hij breidt enkel uit met uitlopers. Combineer hem met inheemse voorjaarsbloeiers zoals sleedoorn of gele kornoelje.

Veelgemaakte fouten

  • In de winter snoeien, zodat de bloemknoppen weg zijn.
  • Alle twijgen op dezelfde hoogte inkorten, zodat er een bezem van dunne scheuten komt.
  • Nooit oude twijgen weghalen, zodat de struik bruin en kaal wordt.
  • De uitlopers jaren laten begaan, tot hij de hele border inneemt.

Let op: Snoei niet in de winter of het vroege voorjaar: dan knip je de bloemknoppen weg.

In de buurt: verwante snoeigidsen

Lijkt op: Verschil met forsythia

Fiche: Ranonkelstruik · Snoeikalender en basisregels

Laden…