Wilde wingerd (Parthenocissus)

Foto: R. A. Nonenmacher, CC BY-SA 4.0 · bron

Snoeigids · Klimplant

Wilde wingerd snoeien: wanneer en hoe

Parthenocissus

Wilde wingerd snoei je in de winter, als hij kaal is, november–maart: knip ruim een halve meter rond ramen, dakgoten, dakpannen en voegen, en zet een te dik geworden plant gerust flink terug.

Wilde wingerd is de klimmer die gevels in de herfst knalrood kleurt. Hij klimt met hechtschijfjes zonder hulp tot 15–20 m hoog, en houdt in de zomer de muur koel. Op een gezonde, gevoegde muur doet hij weinig kwaad, maar hij groeit in een paar jaar tot in de goten, onder de dakpannen en voor de ramen. Daarom is een jaarlijkse snoei nodig. In de winter, als hij kaal is, zie je precies waar de ranken zitten.

Feiten op een rij
Snoeimaandennovember–maart
Broedseizoen (15 maart–15 augustus)Let op in maart
Bloeijuni–juli
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen en vogels
Inheems in BelgiëNee, ingeburgerd

Wanneer snoei je een wilde wingerd?

Snoei in de winter, november–maart, als de plant kaal is. Dan zie je de ranken, en zitten er geen vogels in te broeden.

Maak in november, na de bladval, ook meteen de dakgoten leeg.

Moet je in de zomer een rank voor een raam wegknippen, kijk dan eerst goed of er geen nest achter het blad zit.

Wat snoei je nog in die maanden? januari · februari · maart · november · december

Hoe snoei je een wilde wingerd?

  1. Knip alle ranken weg rond ramen, deuren, dakgoten, regenpijpen, dakpannen en houten delen, ruim een halve meter. Dan blijven ze de hele zomer vrij.
  2. Trek een rank niet zomaar van de muur: knip hem eerst door en laat hem een paar weken uitdrogen. Dan laat hij makkelijker los, met minder schade aan de voegen.
  3. Knip ranken weg die van de muur afsteken of over een pad hangen, terug tot op een vertakking.
  4. Een te dikke of te zware plant zet je in de winter flink terug, zelfs tot 1 m boven de grond: hij loopt in het voorjaar weer uit en klimt in een paar jaar terug omhoog.
  5. Laat hem niet groeien op een muur met slechte voegen, pleisterwerk dat loskomt of een houten gevelbekleding: daar kan hij schade doen.
  6. Wil je hem helemaal weg, laat dan na het afknippen de hechtschijfjes uitdrogen en borstel ze daarna weg met een harde borstel.

Hoeveel snoei je, en hoe vaak?

  • Elk jaar rond alle openingen en randen, en verder zoveel als nodig om hem binnen zijn muur te houden.
  • Om de paar jaar de oudste, dikste stammen weg, als de plant te zwaar wordt.

Wat merkt de natuur ervan?

  • In een dichte wingerd tegen een gevel broeden merels, vinken en heggenmussen, soms ook een grauwe vliegenvanger. Snoei daarom in de winter, buiten het broedseizoen (15 maart–15 augustus).
  • De kleine groene bloempjes in juli zijn rijk aan nectar: bijen en wespen zoemen er massaal rond.
  • De blauwzwarte besjes in de herfst worden gegeten door merels, lijsters en spreeuwen. Daarmee verspreiden ze de wingerd ook: het is een exoot uit Noord-Amerika en Oost-Azië die verwildert in bosranden en de duinen. Trek zaailingen uit, en plant hem niet bij een natuurgebied.
  • Wil je een inheemse klimmer voor dieren, kies dan klimop of wilde kamperfoelie.

Veelgemaakte fouten

  • Hem laten groeien tot in de dakgoot en onder de dakpannen, met verstopte goten en opgelichte pannen als gevolg.
  • Ranken in de zomer van de gevel trekken, met nesten en al.
  • Ranken met kracht van de muur rukken, zodat voegen en pleister mee loskomen.
  • Snoeisel in de natuur of in een bosrand dumpen.

Let op: Hechtschijfjes laten sporen na op een muur als je hem later verwijdert.

In de buurt: verwante snoeigidsen

Lijkt op: Verschil met klimop · Verschil met wijnstok

Fiche: Wilde wingerd · Snoeikalender en basisregels

Laden…