Nobilisspar (Abies procera)

Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron

Boom · Pinaceae

Nobilisspar

Abies procera

In andere talen: Sapin noble (Français) · Noble fir (English)

De nobilisspar komt uit de koele, vochtige bergbossen in het noordwesten van de Verenigde Staten, in de Cascade Range en het kustgebergte van Washington en Oregon. Daar wordt hij een reusachtige boom; in de tuin groeit hij uit tot een slanke, regelmatige kegel. De blauwgroene naalden buigen bovenop de twijgen sierlijk omhoog en voelen zacht aan. Iedereen kent hem als kerstboom en als kerstgroen, omdat de takken heel lang hun naalden houden. Op oudere bomen verschijnen grote, rechtopstaande kegels; de vorm ‘Glauca’ heeft nog blauwere naalden.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Zand of leem

    zuur tot neutraal

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    30 m

    hoog, 8 m breed

Feiten op een rij
Hoogte30 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend

Herkennen

Hoe herken je een nobilisspar?

Groeivorm
Slanke, regelmatige kegel met horizontale takken in kransen. In de tuin na tientallen jaren 15–30 m hoog en 6–8 m breed.
Naalden
1–3,5 cm, blauwgroen tot grijsgroen, zacht en niet stekend. Bovenop de twijg buigen ze met een knik omhoog.
Kegels
Groot, 10–20 cm, rechtopstaand op de bovenste takken. Uitstekende, omgebogen schubjes bedekken de kegel bijna helemaal; in de herfst vallen ze aan de boom uiteen.
Schors
Glad en zilvergrijs met harsblaasjes bij jonge bomen, later in platen gebarsten.
Wortels
Diep en stevig in een losse, frisse grond; in een natte of verdichte grond blijven ze ondiep.

Planten: april–mei en september–oktober

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Het hele jaar een opvallend blauwgroene, regelmatige kegel in een grote tuin.
  • De zachte naalden blijven lang aan de takken zitten: ideaal als kerstgroen.
  • Oudere bomen dragen indrukwekkende kegels van 10–20 cm die rechtop staan.
  • Zeer winterhard, ook op een koude, open plek.
  • Dichte takken waarin vogels beschutting vinden.

Waar staat een nobilisspar graag?

  • Zon tot halfschaduw; hij houdt van een koele, vochtige lucht, niet van een hete, droge plek.
  • Zure tot neutrale, losse grond: zand of leem met humus. Op kalkrijke grond worden de naalden geel.
  • Normaal tot vochtig: de grond mag nooit lang uitdrogen, maar water moet wel weg kunnen.
  • Hij wordt hoog en breed: reken op 6–8 m ruimte en plant hem minstens 6 m van gebouwen.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand of leem
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Vocht
Normaal of nat
Grootte
30 m hoog, 8 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -30 °C)

Mooi samen met

  • Rododendron: Groenblijvende bloeier die dezelfde zure, vochtige grond wil.
  • Struikheide: Lage, bloeiende bodembedekker op zure, zandige grond.
  • Varens: Frisse onderbeplanting voor de halfschaduw aan de rand van de kroon.
  • Japanse esdoorn: Fijn blad en een felle herfstkleur tegen het blauwgroen van de spar.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een nobilisspar?

Planten in april–mei en september–oktober.

  1. Plant in april–mei of in september–oktober, in een grond die niet bevroren of drijfnat is.
  2. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng er wat bladcompost of gekeurde, zure potgrond door.
  3. Zet de boom even diep als hij in de pot of kluit stond en druk de grond goed aan.
  4. Zet een grotere boom vast aan een schuine paal, zodat de wind de jonge wortels niet lostrekt.
  5. Geef meteen 20–30 liter water en hou de grond het eerste jaar vochtig.
  6. Mulch met naaldstrooisel, schors of bladcompost: dat houdt de grond koel en licht zuur.

Verzorgen

Water
De eerste jaren bij droogte elke week flink water geven. Ook later in een hete zomer water geven, want hij verdraagt droogte slecht.
Bemesten
Meestal niet nodig. Bij gele naalden op arme grond in het voorjaar wat bladcompost of mest voor coniferen.
Mulchen
Elk voorjaar een laag schors of bladcompost rond de voet tegen uitdrogen.
Onderste takken
Laat ze zitten: kale stukken groeien bij een spar niet meer dicht.
Kerstboom met kluit
Hou hem binnen hooguit een tiental dagen op een koele plek en geef water. Zet hem daarna buiten in de pot op een beschutte plek en plant hem in april uit.

Tip: Geef hem een frisse plek met zure grond en hou de grond vochtig met een laag mulch: dan blijven de naalden blauwgroen en dicht.

Wanneer snoei je een nobilisspar?

Wanneer: Snoeien is niet nodig: hij groeit van nature in een regelmatige kegelvorm.

Hoe:

  • Knip bij een dubbele top de zwakste weg, zodat één leidende top overblijft.
  • Haal dode of gebroken takken weg tot op de stam of tot op een gezonde zijtak.
  • Wil je kerstgroen, knip dan in december hier en daar een tak, verspreid over de boom en nooit de top.
  • Knip niet in kaal, oud hout: daar komen geen nieuwe naalden.

Let op: Wordt hij te groot voor de tuin, dan helpt snoeien niet: kies vooraf een plek met genoeg ruimte.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Zaai in het voorjaar, nadat het zaad een paar weken koel en vochtig in de koelkast heeft gelegen. Zaailingen groeien de eerste jaren traag en willen halfschaduw.
Enten
Blauwe vormen zoals ‘Glauca’ worden door kwekers geënt. Stekken slaan bij zilversparren slecht aan.

Hoe komt een nobilisspar de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Zeer winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
  • Schud zware, natte sneeuw van jonge bomen, zodat de takken niet breken.
  • Een kerstboom in een pot zet je na de feestdagen buiten op een beschutte plek; wikkel de pot in jute tegen bevriezen.
  • Ook in de winter verdampen de naalden water: geef potbomen in droge, vorstvrije periodes wat water.

Ziektes en plagen

  • Gele naalden: Vaak door kalkrijke of te arme grond. Mulch met naaldstrooisel of bladcompost en geef wat mest voor coniferen; op echt kalkrijke grond kies je beter een andere soort.
  • Wolluis: Witte, wollige pluisjes op twijgen en stam, soms met misvormde scheuten. Afspuiten met een harde straal water; zwaar aangetaste twijgen wegknippen.
  • Droogteschade: Bruine naalden en kale plekken na een hete, droge zomer. Geef bij droogte ruim water en mulch de voet.
  • Wortelrot: Doffe, bruin wordende naalden en een kwijnende boom op natte, verdichte grond. Voorkom het door los te maken en water te laten weglopen; een zieke boom is moeilijk te redden.

Het jaar rond

  • Januari: Rust. Een kerstboom in een pot buiten beschut zetten.
  • Maart: Mulch aanvullen met schors of bladcompost.
  • April: Planten, ook een kerstboom met kluit van de winter.
  • Mei: Planten. Nieuwe scheuten lopen uit; letten op wolluis.
  • Juni: Water geven bij droogte, vooral bij jonge bomen.
  • Juli: Ruim water geven bij hitte en droogte.
  • Augustus: Water geven bij droogte. Controleren op wolluis.
  • September: Planten in nog warme grond.
  • Oktober: Planten. Rijpe kegels vallen aan de boom uiteen.
  • December: Hier en daar een tak knippen voor kerstgroen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De Schotse plantenverzamelaar David Douglas bracht de soort rond 1830 naar Europa.
  • De naam procera komt van het Latijnse woord voor ‘hoog’: in het wild wordt hij een van de hoogste zilversparren ter wereld.
  • Hij wordt in Europa veel gekweekt voor kerstbomen en kerstgroen, omdat de takken heel lang hun naalden houden.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…