
Foto: Dcruz01 (talk) (Uploads), CC BY 3.0 · bron
Boom · Sapindaceae
Indische paardenkastanje
Aesculus indica
In andere talen: Marronnier de l’Himalaya (Français) · Indian horse chestnut (English)
De Indische paardenkastanje komt uit de bergbossen van de westelijke Himalaya. Het is een brede, statige boom die 18 m hoog en 12 m breed wordt, met grote, handvormige bladeren van 5–9 deelblaadjes die in het voorjaar bronsroze uitlopen en in de herfst geel worden. Zijn witte tot lichtroze bloemkaarsen met gele en roze vlekjes staan in juni–juli rechtop in de kroon, ongeveer een maand later dan bij de gewone paardenkastanje. Daardoor zijn ze voor bijen een welkome late nectarbron. Hij heeft ook veel minder last van de kastanjemineermot. Bekend is het ras ‘Sydney Pearce’.
Let op: Alle delen, vooral de glanzende bruine zaden (kastanjes), zijn giftig voor mensen en dieren: kinderen, honden, paarden en ander vee. Niet eten en niet laten opeten; ruim de kastanjes op waar kinderen of dieren spelen.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -23 °C
Grootte
18 m
hoog, 12 m breed
Bloei
juni–juli
| Snoeimaanden | januari–februari |
|---|---|
| Hoogte | 18 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een Indische paardenkastanje?
- Groeivorm
- Brede, ronde kroon van 18 m hoog en 12 m breed; groeit in zijn jeugd vrij snel.
- Blad
- Handvormig samengesteld uit 5–9 glanzende deelblaadjes van 10–25 cm; bronsroze bij het uitlopen, in de herfst geel tot oranje.
- Bloem
- Rechtopstaande kaarsen van 20–30 cm, wit tot lichtroze met gele en roze vlekjes, in juni–juli.
- Vrucht
- Gladde, peervormige doosvrucht met 1–3 glanzende, bruine zaden (kastanjes) die in september–oktober vallen.
- Wortels
- Diep en breed vertakt: de boom heeft veel ruimte nodig.
Bloei: juni–juli · Planten: maart–april en oktober–december · Snoeien: januari–februari
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit pas in juni–juli, een maand later dan de gewone paardenkastanje, en is een rijke bron van nectar en stuifmeel voor bijen en hommels.
- Mooi blad: bronsroze bij het uitlopen, glanzend groen in de zomer en geel in de herfst.
- Heeft veel minder last van de kastanjemineermot dan de gewone paardenkastanje.
- Een stevige schaduwboom en blikvanger voor een grote tuin of park.
- Gedijt op bijna elke grond en is volledig winterhard.
Waar staat een Indische paardenkastanje graag?
- Zon of halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst.
- Bijna elke grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk, het best diep, humusrijk en vochthoudend.
- Normaal vochtig; hij houdt niet van aanhoudend natte of heel droge grond.
- Ruim opgezet: reken op minstens 10–12 m vrije ruimte rondom, ver van huizen, riolering en verharding.
- Beschut tegen harde wind, vooral als jonge boom.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 18 m hoog, 12 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -23 °C)
Mooi samen met
- Sneeuwklokje: Bloeit vroeg in het voorjaar onder de boom, voor het blad uitloopt.
- Boshyacint: Een blauw tapijt in april–mei onder de bladloze kroon.
- Bosanemoon: Bloeit in het voorjaar en verdraagt de schaduw van de boom.
- Varens: Passen bij de droge schaduw onder de dichte kroon.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Indische paardenkastanje?
Planten in maart–april en oktober–december.
- Plant in oktober–december of maart–april, als de grond niet bevroren of te nat is. Bomen op wortel in november–maart.
- Graaf een plantgat dat twee tot drie keer zo breed is als de kluit en maak de wanden en bodem los.
- Zet de boom even diep als in de pot of kwekerij en vul aan met de eigen grond, zonder mest.
- Plaats een stevige paal en bind de stam los vast met een boombinder; controleer die elk jaar.
- Water flink bij het planten en daarna 2–3 zomers lang bij droogte.
- Leg een mulchring van 5–8 cm compost of houtsnippers, op afstand van de stam.
Verzorgen
- Water
- De eerste 2–3 jaar bij langdurige droogte flink water, 1 à 2 keer per week. Een gevestigde boom redt zich meestal zelf.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. Een dun laagje compost in het voorjaar volstaat op arme grond.
- Mulchen
- Een mulchring houdt de grond vochtig en onkruidvrij; houd de stam zelf vrij.
- Steun
- Jonge bomen krijgen de eerste 2–3 jaar een paal, die je daarna verwijdert.
- Bladeren en vruchten
- Ruim in de herfst de gevallen bladeren en kastanjes op: dat beperkt bladziekten en voorkomt dat kinderen of huisdieren ze oprapen.
Tip: Bloeit pas in juni–juli, een maand later dan de gewone paardenkastanje, en heeft weinig last van de mineermot. Let op: de kastanjes zijn giftig.
Wanneer snoei je een Indische paardenkastanje?
Snoeimaanden: januari–februari.
Wanneer: Zo weinig mogelijk. Zo nodig tussen januari en februari, in de winterrust, bij droog en vorstvrij weer.
Hoe:
- Haal dode, beschadigde en kruisende takken weg.
- Geef een jonge boom een stevige kroonopbouw: houd één leidende stam en verwijder concurrerende toppen.
- Zaag grote takken in drie stappen af, net buiten de takkraag, zodat de wond kan helen.
- Laat het kappen of kronen van grote bomen over aan een boomverzorger.
Let op: Snoei niet in een natte periode en maak niet onnodig wonden: kastanjes zijn gevoelig voor bloedingsziekte.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai de verse kastanjes in oktober–november direct buiten, 5 cm diep, beschermd tegen muizen en eekhoorns. Ze ontkiemen in het voorjaar; de jonge boompjes groeien traag. Ze lijken niet altijd op de moederboom.
- Enten
- Gekweekte rassen zoals ‘Sydney Pearce’ worden door kwekers geënt; dit is niet iets voor de gewone tuinier.
Hoe komt een Indische paardenkastanje de winter door?
Winterhard tot −23 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −23 °C: ook in strenge Belgische winters is geen bescherming nodig.
- Jonge bomen: laat de paal staan en leg een extra laag mulch rond de voet in het eerste jaar.
- Ruim gevallen blad en kastanjes op; laat geen dik pak nat blad liggen rond de stam.
Ziektes en plagen
- Kastanjemineermot: Bruine plekken in het blad in de zomer. Deze soort heeft er veel minder last van dan de gewone paardenkastanje. Ruim in de herfst het gevallen blad op en composteer het of voer het af.
- Bloedingsziekte: Rood-bruine, slijmerige vlekken op de bast en afstervende takken. Er bestaat geen eenvoudig middel; snoei aangetaste takken weg bij droog weer en roep een boomverzorger in bij aantasting van de stam.
- Bladvlekkenziekte: Bruine vlekken met gele rand op het blad in natte zomers. Meestal onschuldig; ruim het gevallen blad op.
- Droogteschade: Bruine, opgekrulde bladranden in hete zomers. Geef jonge bomen genoeg water en mulch rond de voet.
Het jaar rond
- Januari: Zo nodig snoeien (dood hout). Jonge bomen controleren op wind- en vorstschade.
- Februari: Zo nodig snoeien. Boombinder en paal nakijken.
- Maart: Planten (containerbomen). Mulch aanbrengen.
- April: Planten. Jonge boom water geven bij droogte. Bladeren lopen bronsroze uit.
- Mei: Bladeren ontvouwen. Letten op droogte bij jonge bomen.
- Juni: Bloei begint. Bijen en hommels op de bloemen.
- Juli: Volle bloei. Jonge bomen water geven bij droogte.
- Augustus: Letten op bladvlekken en droogteschade.
- September: Eerste kastanjes vallen. Herfstkleur begint.
- Oktober: Kastanjes verzamelen en eventueel zaaien. Gevallen bladeren opruimen. Planten.
- November: Planten (ook boom op wortel). Laatste bladeren opruimen.
- December: Planten indien de grond open is. Rust.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Pavia’s en paardenkastanjes zijn in al hun delen giftig, vooral de glanzende bruine zaden: die geven braken, buikpijn en diarree. Kinderen houden ze voor tamme kastanjes, maar die zitten met twee of drie in een bolster vol fijne, scherpe stekels, en hebben een plat zijvlak en een puntje met een pluimpje; deze zaden zitten in een gladde bolster, zijn rond en hebben een grote, lichte vlek. Honden die erop kauwen, worden ziek, en een ingeslikt zaad kan de darm verstoppen. Raap de zaden op waar kinderen of dieren spelen en plant ze niet aan een weide met paarden of vee. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De paardenkastanje is niet verwant aan de eetbare tamme kastanje: Aesculus hoort bij de zeepboomfamilie, Castanea bij de beukenfamilie.
- De vruchtdoppen zijn glad en zonder stekels, anders dan bij de gewone paardenkastanje.
- Het blad bestaat uit 5–9 deelblaadjes die samen een open hand vormen; bij het uitlopen zijn ze bronsroze.