
Foto: Harry Alverson, CC BY-SA 2.0 · bron
Eenjarige plant · Asteraceae
Leverkruid
Ageratum houstonianum
In andere talen: Agératum (Français) · Floss flower (English)
Leverkruid komt uit Mexico en Midden-Amerika en is een van de bekendste lage perkplanten. Het vormt compacte bolletjes van zacht behaard, eirond tot hartvormig blad, bedekt met trosjes donzige bloemhoofdjes die op kleine poederkwastjes lijken. De klassieke kleur is lavendel- tot paarsblauw, een tint die je in de zomertuin weinig ziet; er zijn ook roze en witte rassen. Lage rassen van 15–25 cm zijn ideaal als rand, hogere rassen van ruim een halve meter zijn mooi als snijbloem. Bijen en vlinders komen graag op de bloemen af.
Let op: Alle delen van leverkruid zijn giftig bij opeten, voor mensen en voor dieren zoals honden, katten en vee. Plant het niet waar jonge kinderen of huisdieren aan planten knabbelen, en gooi plantenresten niet bij dieren in de wei.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
zuur tot neutraal
Winterhard
tot 0 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,25 m
hoog, 0,25 m breed
Bloei
juni–oktober
| Hoogte | 0,25 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een leverkruid?
- Groeivorm
- Compacte, bolle plant van 20–25 cm hoog en even breed; hogere rassen worden ruim een halve meter.
- Blad
- Eirond tot hartvormig, gekarteld, tegenoverstaand en zacht behaard.
- Bloem
- Trosjes van donzige bloemhoofdjes van ongeveer 1 cm, van juni tot oktober. Elk hoofdje bestaat alleen uit buisbloempjes met lange, uitstekende stijlen.
- Kleur
- Lavendel- tot paarsblauw; ook roze en wit.
- Wortels
- Fijn en ondiep: bij droogte lijdt de plant snel.
Bloei: juni–oktober · Zaaien: februari–april · Planten: mei–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een zeldzaam zachtblauwe kleur in de zomer, die mooi samengaat met geel, wit en roze.
- Bloeit onafgebroken van juni tot oktober.
- Blijft laag en compact: perfect als rand van een perk, in bakken en potten.
- Trekt bijen en vlinders aan.
- Hogere rassen geven leuke snijbloemen voor kleine boeketten.
Waar staat een leverkruid graag?
- Zon of lichte halfschaduw; in volle zon blijft hij het compactst, maar dan mag de grond niet uitdrogen.
- Gewone, humusrijke tuingrond: zand, leem of klei, zuur tot neutraal.
- Gelijkmatig vochtig: bij droogte verbruinen de bloemen snel.
- Plant op 20–25 cm afstand; als rand van een perk iets dichter.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,25 m hoog, 0,25 m breed
- Winterhard
- Vorstgevoelig: pas buiten na de laatste nachtvorst (half mei)
Mooi samen met
- Afrikaantje: Geel en oranje naast blauw: een vrolijk, klassiek contrast.
- Vuursalie: Rode aren achter een blauwe rand.
- Zilverschildzaad: Een witte, naar honing geurende rand naast het blauw.
- Zilverkruiskruid: Zilvergrijs blad dat het blauw zachter maakt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een leverkruid?
Planten in mei–juni.
- Zaai in maart binnen (februari–april kan ook) bij 20–22 °C. Bedek het fijne zaad niet: het kiemt in het licht. Na 1–2 weken verschijnen de kiemplantjes.
- Verspeen de zaailingen in potjes zodra je ze kunt vastnemen en kweek ze licht en iets koeler op.
- Laat de planten in mei een week wennen buiten en plant uit na half mei, als er geen nachtvorst meer komt.
- Plant even diep als in het potje, op 20–25 cm afstand, en druk de grond aan.
- Giet goed aan en hou de grond de eerste weken vochtig.
- Een dunne laag compost houdt de grond koel en vochtig.
Verzorgen
- Water
- Hou de grond licht vochtig, zeker in potten en bakken. Giet aan de voet, niet over de bloemen.
- Bemesten
- Compost bij het planten volstaat in de border. In potten om de twee weken vloeibare mest voor bloeiende planten.
- Uitgebloeide bloemen
- De hoofdjes verbruinen en blijven aan de plant hangen. Knip uitgebloeide trossen weg voor een nette plant en een langere bloei.
- Wieden
- Hou de grond rond jonge planten onkruidvrij tot ze een gesloten rand vormen.
Tip: Zet leverkruid niet op de droogste plek van de tuin: bij gelijkmatig vochtige grond blijven de bloemen veel langer blauw.
Wanneer snoei je een leverkruid?
Wanneer: Snoeien is niet nodig. Knip wel van juli tot oktober geregeld de uitgebloeide trossen weg.
Hoe:
- Knip bruine, uitgebloeide trossen af tot net boven het volgende blad.
- Nijp jonge planten van hogere rassen één keer in als ze 5–8 cm hoog zijn, voor een vollere plant.
- Was na het werk je handen: de plant is giftig.
Vermeerderen
- Zaaien
- In februari–april binnen bij 20–22 °C, zaad niet bedekken. Hou de zaaigrond vochtig onder een doorzichtig deksel.
- Stekken
- Kopstekken van ongeveer 5 cm wortelen in de zomer vlot in vochtige stekgrond; zo bewaar je een mooie kleur.
Hoe komt een leverkruid de winter door?
Winterhard tot 0 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: de eerste nachtvorst doodt de plant. Hij wordt als eenjarige gekweekt.
- Ruim de afgestorven planten in november op.
- Overwinteren loont niet: zaaien of in mei nieuwe planten kopen is makkelijker.
Ziektes en plagen
- Bruine bloemen: Bij droogte of hitte verbruinen de bloemhoofdjes snel. Geef gelijkmatig water en knip uitgebloeide trossen weg.
- Meeldauw: Wit poeder op de bladeren, vooral eind zomer bij droogte. Water geven aan de voet, ruimte laten en aangetaste delen wegknippen.
- Witte vlieg: Kleine witte vliegjes onder het blad, vooral in warme, beschutte hoeken. Afspuiten met water; gele vangplaten helpen.
- Grauwe schimmel: Grijs pluis op de bloemen bij nat weer. Uitgebloeide bloemen wegknippen en niet over de plant gieten.
Het jaar rond
- Februari: Binnen zaaien kan al, licht en warm.
- Maart: Binnen zaaien bij 20–22 °C, zaad niet bedekken.
- April: Verspenen. Nog zaaien voor een latere bloei.
- Mei: Afharden. Na half mei uitplanten.
- Juni: Eerste bloei. Grond vochtig houden.
- Juli: Uitgebloeide trossen wegknippen. In potten mest geven.
- Augustus: Water geven bij droogte. Letten op meeldauw.
- September: Bloei. Uitgebloeide trossen wegknippen.
- Oktober: Laatste bloei tot de eerste vorst.
- November: Afgestorven planten opruimen.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Deze planten bevatten pyrrolizidine-alkaloïden, net als het jakobskruiskruid langs de wegen: die beschadigen de lever, ook in kleine hoeveelheden die je lange tijd binnenkrijgt, en die schade is blijvend. Paarden en koeien zijn het gevoeligst, ook voor gedroogde planten in hooi of kuilvoer, omdat ze die dan niet meer proeven: plant ze niet in of aan een weide, gooi maaisel of snoeiafval nooit bij het voer en maai ze niet mee met gras voor hooi. Maak er nooit thee of kruidenmiddeltjes van, ook niet van het koninginnekruid, dat vroeger als geneeskruid gebruikt werd. Houd kinderen, honden en katten weg van de plant en draag handschoenen bij het snoeien. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De donzige look komt niet van bloemblaadjes: elk hoofdje bestaat uit buisbloempjes met lange, uitstekende stijlen.
- De naam Ageratum komt uit het Grieks en betekent ‘niet verouderend’: de bloemen houden lang hun kleur.
- In tropische streken is leverkruid een hardnekkig onkruid; in ons klimaat vriest het elke winter dood.