Vuursalie (Salvia splendens)

Foto: Gabriel Collares, CC BY 4.0 · bron

Eenjarige plant · Lamiaceae

Vuursalie

Salvia splendens

In andere talen: Sauge éclatante (Français) · Scarlet sage (English)

De vuursalie komt uit de bossen van Zuidoost-Brazilië, waar hij een kleine, meerjarige halfstruik is. Bij ons kweek je hem als eenjarige perkplant. Hij vormt een compacte bos met donkergroen, licht glanzend blad en dichte aren van fel scharlakenrode buisbloemen. Ook de kelken zijn rood en blijven kleuren als de bloemkroon al gevallen is, zodat hij van juni tot de eerste vorst onafgebroken in bloei lijkt te staan. Naast rood zijn er rassen in paars, zalmroze, wit en tweekleurig, meestal compacte reeksen van 25–40 cm.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    tot 2 °C

    beschermen in strenge winters

  • Grootte

    0,35 m

    hoog, 0,3 m breed

  • Bloei

    juni–oktober

Feiten op een rij
Hoogte0,35 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuni–oktober

Herkennen

Hoe herken je een vuursalie?

Groeivorm
Compacte, rechtopgaande bos van 30–40 cm hoog en ongeveer 30 cm breed, met vierkante stengels zoals bij alle lipbloemigen.
Blad
Eirond met een gezaagde rand, tegenoverstaand; donkergroen en licht glanzend.
Bloem
Rechtopstaande aren met buisvormige lipbloemen van ongeveer 4 cm, in kransen rond de stengel, van juni tot oktober.
Kleur
Meestal scharlakenrood; ook paars, zalmroze, wit en tweekleurig. De gekleurde kelken blijven lang mooi.
Wortels
Fijn en vrij ondiep: in een pot droogt de kluit snel uit.

Bloei: juni–oktober · Zaaien: februari–maart · Planten: mei–juni

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de felste rode kleuren in de zomertuin: een paar planten trekken meteen alle aandacht.
  • Bloeit vijf maanden lang, van juni tot oktober, als je uitgebloeide aren wegknipt.
  • Blijft laag en compact: ideaal voor perken, randen, bakken en potten.
  • Verdraagt zon én halfschaduw en groeit in zand, leem en klei.
  • Makkelijk zelf te zaaien en in mei overal te koop als jonge plant.
  • Een klassieker voor een kleurrijk perk in retrostijl, samen met afrikaantjes en leverkruid.

Waar staat een vuursalie graag?

  • Volle zon geeft de meeste bloemen; in halfschaduw bloeit hij ook, maar wat minder.
  • Gewone, goed doorlatende tuingrond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk, liefst met wat compost.
  • Matig vochtig: geen natte voeten, maar ook niet laten uitdrogen.
  • Een warme, beschutte plek: hij groeit pas goed door als het echt warm wordt.
  • Plant op 25–30 cm afstand in een perk; in een bak mag het iets dichter.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Normaal
Grootte
0,35 m hoog, 0,3 m breed
Winterhard
Vorstgevoelig: pas buiten na de laatste nachtvorst (half mei)

Mooi samen met

  • Afrikaantje: Oranje en geel naast het rood: een klassiek, vrolijk zomerperk.
  • Leverkruid: Lage, blauwe pluizen als rand vóór de rode aren.
  • Zilverkruiskruid: Zilvergrijs blad laat het felle rood nog meer opvallen.
  • Siertabak: Hogere, witte bloemen achteraan die ’s avonds geuren.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een vuursalie?

Planten in mei–juni.

  1. Zaai in februari–maart binnen bij ongeveer 21 °C. Druk het zaad aan en bedek het nauwelijks; na 1–3 weken kiemen de zaailingen.
  2. Verspeen de zaailingen in potjes zodra ze twee echte blaadjes hebben en kweek ze licht op bij 15–18 °C.
  3. Laat de jonge planten in mei een week wennen buiten en plant pas uit na half mei (de ijsheiligen), als de nachten zacht zijn.
  4. Plant even diep als in het potje, op 25–30 cm afstand, en druk de grond goed aan.
  5. Geef meteen water en leg een dunne laag compost rond de planten.

Verzorgen

Water
Regelmatig water geven bij droogte, vooral in potten en bakken. Giet aan de voet, niet over de bloemen.
Bemesten
Meng bij het planten compost of wat organische mest door de grond. In potten om de twee weken vloeibare mest. Te veel stikstof geeft vooral blad.
Uitgebloeide aren
Knip uitgebloeide aren weg tot net boven het volgende paar bladeren: er komen zijscheuten met nieuwe aren.
Innijpen
Nijp jonge planten één keer in als ze ongeveer 10 cm hoog zijn, voor een vollere, bossige plant.

Tip: Knip uitgebloeide aren meteen weg: de plant maakt dan zijscheuten met nieuwe bloemen in plaats van zaad, en blijft bloeien tot de vorst.

Wanneer snoei je een vuursalie?

Wanneer: Echt snoeien hoeft niet bij deze eenjarige. Knip wel van juli tot oktober geregeld uitgebloeide aren weg.

Hoe:

  • Knip een uitgebloeide aar af tot net boven een paar bladeren of een zijscheut.
  • Nijp in april–mei de top van jonge planten één keer uit voor een bredere, vollere plant.
  • Haal geel geworden of beschadigde bladeren weg; dat beperkt grauwe schimmel.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaaien
In februari–maart binnen bij 21 °C, zaad nauwelijks bedekken. Hou de zaaigrond vochtig maar niet nat, anders vallen de kiemplantjes om.
Stekken
Kopstekken van 5–8 cm van niet-bloeiende scheuten wortelen in de zomer vlot in vochtige stekgrond.

Hoe komt een vuursalie de winter door?

Winterhard tot 2 °C: beschermen in strenge winters.

  • Niet winterhard: de plant sterft al bij lichte vorst af. Je kweekt hem als eenjarige.
  • Ruim de planten na de eerste nachtvorst op en zet ze op de composthoop.
  • Overwinteren binnen op een lichte, koele plek kan, maar is zelden de moeite: zaaien is makkelijker.

Ziektes en plagen

  • Slakken: Jonge planten worden na het uitplanten aangevreten. Plant niet te vroeg uit, raap slakken ’s avonds en gebruik eventueel een slakkenrand.
  • Omvallende zaailingen: Kiemplantjes knakken aan de voet en verwelken (kiemschimmel). Zaai in schone zaaigrond, giet niet te nat en zorg voor wat luchtcirculatie.
  • Grauwe schimmel: Grijs, pluizig schimmelpluis op bloemen en blad bij nat, koel weer. Knip aangetaste delen weg en plant niet te dicht.
  • Bladluis en witte vlieg: Vooral op jonge planten en op warme, beschutte plekken. Afspuiten met water; lieveheersbeestjes en sluipwespen helpen.
  • Weinig bloemen: Te veel schaduw of te veel stikstof. Kies een zonnigere plek en geef minder mest.

Het jaar rond

  • Februari: Binnen zaaien bij 21 °C.
  • Maart: Nog zaaien. Zaailingen verspenen.
  • April: Jonge planten licht opkweken. Toppen innijpen.
  • Mei: Afharden. Na half mei uitplanten.
  • Juni: Eerste bloei. Water geven bij droogte.
  • Juli: Uitgebloeide aren wegknippen. In potten mest geven.
  • Augustus: Bloei. Water en mest geven. Stekken nemen.
  • September: Bloei. Uitgebloeide aren wegknippen.
  • Oktober: Laatste bloei tot de eerste vorst.
  • November: Afgestorven planten opruimen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • In Brazilië wordt hij bestoven door kolibries: rode buisbloemen zijn typisch voor planten die door vogels bestoven worden.
  • Hij wordt al sinds de 19e eeuw in Europa gekweekt en is een klassieker in stadsparken en perken.
  • Zoals alle salies heeft hij vierkante stengels en tegenoverstaande bladeren, typisch voor de lipbloemenfamilie.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…