
Foto: El Grafo, CC BY-SA 4.0 · bron
Bol- of knolgewas · Amaryllidaceae
Allium oreophilum
In andere talen: Pink lily leek (English)
Allium oreophilum is een laag sierlook uit de bergen van Centraal-Azië en de Kaukasus, waar hij groeit op stenige hellingen en in bergweiden. Hij wordt maar 10–15 cm hoog en heeft een of twee smalle bladeren aan de voet. In mei en juni verschijnen losse schermpjes van relatief grote, klokvormige bloempjes in dieproze tot karmijnrood, elk bloemblad met een donkere middennerf. Tuiniers waarderen hem voor de rotstuin, de grindtuin of een stenen bak: hij is klein, kleurrijk, droogtebestendig en volledig winterhard. Bekend is de selectie ‘Zwanenburg’, met diep karmijnroze bloemen.
Let op: Alle delen, en vooral de bollen, zijn giftig voor honden en katten, en ook voor paarden en ander vee. Bewaar losse bollen buiten het bereik van huisdieren en kinderen, en laat honden niet graven waar je ze geplant hebt.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,15 m
hoog, 0,1 m breed
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,15 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een Allium oreophilum?
- Groeivorm
- Klein plantje van 10–15 cm hoog en 5–10 cm breed.
- Blad
- Een of twee smalle, lijnvormige, grijsgroene bladeren aan de voet; ze verdorren kort na de bloei.
- Bloem
- Losse, halfronde schermpjes van 3–5 cm met klokvormige bloempjes, in mei en juni.
- Kleur
- Dieproze tot karmijnrood, met een donkere middennerf op elk bloemblad.
- Bol
- Klein, rond bolletje dat zich langzaam uitbreidt met bijbolletjes.
Bloei: mei–juni · Planten: september–november · Snoeien: juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Felle, dieproze bloempjes in mei en juni, op een hoogte waar weinig andere bollen dan nog bloeien.
- Droogtebestendig en winterhard: ideaal voor een rotstuin, grindtuin of stenen bak.
- Bijen bezoeken de open klokjes graag.
- Zo klein dat hij past in een smalle strook, tussen stapstenen of vooraan in een zonnige border.
- Breidt zich op een goede plek langzaam uit tot een kleurrijk tapijtje.
Waar staat een Allium oreophilum graag?
- Volle zon, op een open plek waar hij niet overschaduwd wordt door grotere planten.
- Zandige of lemige, zeer goed doorlatende grond, neutraal tot kalkrijk.
- Droog, vooral in de zomer, als de bol in rust is.
- Plant in groepjes van 10–20 bolletjes op 5–8 cm van elkaar, in een rotstuin, grindtuin, stenen bak of vooraan in de border.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,15 m hoog, 0,1 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Tijm: Een geurige, lage mat die later in juni bloeit, voor dezelfde droge plek.
- Huislook: Rozetten in groen en rood die het hele jaar mooi blijven tussen de bolletjes.
- Engels gras: Roze bolletjes boven grasachtige pollen, een fijne kleurharmonie.
- Vetkruid: Bedekt de grond en bloeit in de zomer, als de sierlook in rust is.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Allium oreophilum?
Planten in september–november.
- Plant de bolletjes in september, oktober of november.
- Zorg voor een zeer goede afwatering; meng grof zand of fijn grind door de grond.
- Plant de bolletjes 5–8 cm diep, met de punt naar boven.
- Hou 5–8 cm afstand en plant ze dicht bij elkaar in een groep.
- Water geven is meestal niet nodig, tenzij de herfst erg droog is.
- Strooi een laagje grind over de plek: het blad blijft droog en het roze komt beter uit.
Verzorgen
- Water
- In de volle grond niet nodig. In een stenen bak alleen in een droog voorjaar; in de zomer droog houden.
- Bemesten
- Niet nodig: op schrale grond blijft hij compact en bloeit hij beter.
- Mulchen
- Een laagje grind in plaats van compost: dat houdt de voet droog.
- Blad
- Laat het na de bloei vanzelf verdorren; haal het pas weg als het droog is.
- Uitgebloeide bloemen
- Laat ze staan als je zaailingen wil, of knip ze in juli weg.
- Delen
- Om de 4–5 jaar, als de groep te dicht wordt en minder bloeit.
Tip: Plant minstens tien bolletjes dicht bij elkaar: zo’n klein plantje valt pas op in een groep, en op grind steekt het dieproze nog mooier af.
Wanneer snoei je een Allium oreophilum?
Snoeimaanden: juli.
Wanneer: Snoeien is niet nodig. Haal in juli het verdorde blad en de uitgebloeide bloemstengels weg.
Hoe:
- Knip uitgebloeide stengels vlak boven de grond af, of laat ze zaad vormen.
- Laat het blad staan tot het geel en droog is, en trek het dan voorzichtig los.
- Hou de plek vrij van grotere buren die de bolletjes overschaduwen.
Vermeerderen
- Bijbolletjes
- In juli–augustus, als de plant in rust is, een volle groep opgraven, de bijbolletjes losmaken en in september weer planten, 5–8 cm diep.
- Zaaien
- Rijp zaad in de herfst zaaien in een pot met zanderige zaaigrond die buiten blijft staan. Zaailingen bloeien na ongeveer 3 jaar.
Hoe komt een Allium oreophilum de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Natte grond is gevaarlijker dan kou; zorg voor een zeer goede afwatering.
- In een stenen bak of pot: zet hem in de winter uit de zwaarste regen, bijvoorbeeld onder een afdak.
Ziektes en plagen
- Bolrot: De bolletjes worden zacht en komen niet meer op, in te natte grond. Plant opnieuw in een grindrijke, droge grond.
- Slakken: Ze vreten aan het jonge blad en de knoppen. Raap ze ’s avonds weg; een laag grind helpt.
- Overwoekering: Zo’n lage plant verdwijnt snel onder grotere buren. Geef hem een open plek vooraan.
- Weinig bloei: Te veel schaduw of te rijke, vochtige grond. Verplant hem in de zomerrust naar een zonnigere, schralere plek.
Het jaar rond
- Maart: Het blad verschijnt. Grind bijvullen.
- April: Letten op slakken. De bloemknoppen vormen zich.
- Mei: Begin van de bloei.
- Juni: Bloei. Bijen op de bloemen. Geen water geven.
- Juli: Verdord blad en bloemstengels weghalen. Zomerrust.
- Augustus: Droog laten staan. Volle groepen opnemen en delen.
- September: Bollen planten.
- Oktober: Bollen planten. Rijp zaad zaaien.
- November: Laatste bollen planten. Bakken uit de regen.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Sieruien zijn echte uien (Allium), familie van ui, look, prei en bieslook, en net als die zijn ze giftig voor honden en katten: alle delen, vooral de bollen, bevatten zwavelverbindingen die de rode bloedcellen beschadigen en bloedarmoede kunnen geven. Katten zijn er gevoeliger voor dan honden, en de klachten (sufheid, bleek tandvlees, rode of bruine urine) komen soms pas na enkele dagen. Ook paarden, schapen en ander vee kunnen er ziek van worden. Al ruiken blad en bol naar ui, ze worden niet als groente gekweekt: eet ze niet en bewaar bloembollen nooit bij de uien in de keuken, want ze zijn niet bedoeld om te eten en kunnen met bestrijdingsmiddelen behandeld zijn. Plant ze niet waar je hond graaft, bewaar losse bollen buiten het bereik van huisdieren en kinderen, en zet een vaas met sieruien niet waar je kat aan de stengels knabbelt. Heeft je hond of kat van een bol of blad gegeten, bel dan je dierenarts, ook als hij nog niets laat merken. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Oreophilum is Grieks voor ‘bergminnend’: oros betekent berg en philos vriend.
- Hij werd vroeger Allium ostrowskianum genoemd; onder die naam vind je hem nog in oudere boeken en catalogi.
- Zijn droge zomerrust is een aanpassing aan de hete, droge zomers in de bergen van Centraal-Azië.