
Foto: B.gliwa, CC BY-SA 2.5 · bron
Heester · Ericaceae
Lavendelhei
Andromeda polifolia
In andere talen: Andromède à feuilles de polium (Français) · Bog rosemary (English)
Lavendelhei is een lage, groenblijvende dwergstruik van hoogvenen en natte heide in het noorden van Europa, Azië en Noord-Amerika, en komt ook in België van nature voor. Ze kruipt met dunne wortelstokken door het veenmos en vormt zo losse matten van 20–30 cm hoog. De smalle, leerachtige blaadjes zijn blauwgroen met een omgerolde rand en een witachtige onderkant, zodat ze wat op rozemarijn lijken. In mei–juni hangen er trosjes kleine, roze tot witte klokjes aan de toppen van de twijgen. Bekende rassen zijn ‘Blue Ice’, met opvallend blauwgrijs blad, en het compacte ‘Compacta’.
Let op: Alle delen zijn giftig. Houd kinderen, katten, honden en weidedieren zoals schapen en geiten weg van de plant, en draag handschoenen bij het snoeien. Haal de plant nooit uit het wild: in België is ze zeldzaam geworden.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zand of veen
zuur
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,3 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | juni–juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,3 m |
| Inheems in België | Ja |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een lavendelhei?
- Groeivorm
- Lage, kruipende dwergstruik van 20–30 cm hoog en zo’n 50 cm breed, met dunne, rechtopgaande twijgen.
- Blad
- Smal, lijnvormig en leerachtig, met omgerolde rand; blauwgroen boven, witachtig onder; groenblijvend.
- Bloem
- Kleine, bolle, hangende klokjes in trosjes aan de toppen van de twijgen, in mei–juni.
- Kleur
- Lichtroze tot wit, aan donkerder roze steeltjes.
- Wortels
- Fijne, ondiepe wortels en kruipende wortelstokken; zoals de meeste heideplanten leeft ze samen met schimmels in de bodem.
Bloei: mei–juni · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: juni–juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een inheemse plant voor een moerastuin, heidetuin of de natte rand van een vijver.
- Het hele jaar blauwgroen blad, ook in de winter.
- Sierlijke roze klokjes in mei–juni.
- Blijft laag en klein: geschikt voor een kleine tuin of een grote bak.
- Groeit op plekken waar weinig andere struiken het uithouden: zuur, nat en schraal.
Waar staat een lavendelhei graag?
- Zon tot lichte halfschaduw; in de schaduw wordt de plant ijl.
- Zure, venige of humusrijke zandgrond, erg zuur (pH rond 4–5) en nooit kalkrijk.
- Nat tot zeer vochtig: aan een vijverrand, in een moerasbed of in een heidetuin met hoge grondwaterstand.
- Giet alleen met regenwater; leidingwater bevat vaak kalk.
- Plant 30–40 cm uit elkaar, in groepjes.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of veen
- Zuurtegraad
- Zuur
- Vocht
- Nat
- Grootte
- 0,3 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Dophei: Roze klokjes voor dezelfde natte, zure grond.
- Veenbes: Kruipende bodembedekker met rode bessen voor een moerasbed.
- Wollegras: Witte pluizen in het voorjaar, in dezelfde natte, zure grond.
- Struikheide: Voor de iets drogere rand van een heidetuin.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een lavendelhei?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober.
- Maak een plantvak met zure rhododendrongrond of heidegrond, gemengd met wat zand; op kalkrijke grond lukt dat alleen in een afgesloten moerasbed of bak.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond zacht aan.
- Houd 30–40 cm tussen de planten.
- Giet aan met regenwater en houd de grond voortdurend vochtig.
- Mulch met naaldenstrooisel of fijne dennenschors om de grond zuur en vochtig te houden.
Verzorgen
- Water
- Laat de grond nooit uitdrogen; giet in droge periodes ruim met regenwater.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. Hooguit in het voorjaar een kleine gift mest voor zuurminnende planten.
- Mulchen
- Elk voorjaar een dun laagje naaldenstrooisel of dennenschors.
- Wieden
- Wied grassen en zaailingen van bomen, die de lage plant snel overgroeien.
- In een bak
- Gebruik een kuip met weinig of geen afvoer, gevuld met zure grond, en houd die steeds nat.
Tip: Leg een moerasbed aan: graaf een kuil van zo’n 40 cm diep, bekleed die met vijverfolie met een paar gaatjes, vul met zure grond en houd die met regenwater nat. Zo kun je lavendelhei ook kweken in een tuin met kalkrijke grond.
Wanneer snoei je een lavendelhei?
Snoeimaanden: juni–juli.
Wanneer: Nauwelijks nodig. Wil je de plant compact houden, knip dan licht na de bloei, in juni–juli.
Hoe:
- Knip uitgebloeide trosjes en te lange twijgen licht terug.
- Haal in het voorjaar dode of bruine twijgen weg.
- Snoei nooit diep in het oude hout.
Let op: Draag handschoenen en ruim het snoeisel op: alle delen zijn giftig.
Vermeerderen
- Uitlopers
- Bewortelde uitlopers aan de rand van de mat in het voorjaar losmaken en oppotten in zure grond.
- Halfrijpe stekken
- In juli–augustus stekjes van 3–5 cm in een mengsel van zure grond en zand laten wortelen, onder plastic.
- Scheuren
- In het voorjaar een bewortelde mat voorzichtig in stukken delen en meteen herplanten.
Hoe komt een lavendelhei de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Zeer winterhard, tot −35 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Groenblijvend: het blauwgroene blad blijft de hele winter sierlijk.
- In een bak: zorg dat de grond bij vriesweer met zon niet uitdroogt en giet op vorstvrije dagen.
Ziektes en plagen
- Geel blad: Chlorose door kalk of leidingwater. Giet met regenwater en voeg zure grond of naaldenstrooisel toe.
- Bruine, verdroogde twijgen: Teken van droogte. Houd de grond voortdurend nat, zeker in de zomer.
- Overgroeid door onkruid: Grassen en sterkere planten verdringen de lage plant. Wied regelmatig.
- Wegkwijnen in de border: In gewone tuingrond houdt ze het niet lang uit. Plant in een moerasbed of bak met zure grond.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Blauwgroen winterblad.
- Maart: Planten. Dode twijgen weghalen.
- April: Planten. Mulch van naaldenstrooisel.
- Mei: Begin van de bloei.
- Juni: Bloei. Na de bloei licht terugknippen.
- Juli: Ruim regenwater geven bij droogte. Licht snoeien.
- Augustus: Water geven. Halfrijpe stekken nemen.
- September: Planten.
- Oktober: Planten.
- December: Rust. Op vorstvrije dagen water geven in een bak.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Lavendelhei is in al zijn delen giftig: net als rododendron bevat hij grayanotoxinen, die braken, duizeligheid, een trage hartslag en een lage bloeddruk geven. De smalle, grijsgroene blaadjes met een omgerolde rand doen wat aan rozemarijn denken (in het Engels heet hij bog rosemary), maar gebruik ze nooit als kruid of voor thee. Vooral gevaarlijk voor schapen en geiten die eraan knabbelen. Draag handschoenen bij het snoeien en ruim het snoeisel op. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Linnaeus gaf de plant haar naam tijdens zijn reis door Lapland in 1732: het plantje op een bult in het veen deed hem denken aan Andromeda uit de Griekse mythe, die aan een rots in zee was vastgeketend.
- Ondanks de Engelse naam bog rosemary is ze geen familie van rozemarijn, maar van de heidefamilie.
- In de natuur groeit ze vaak samen met veenmos, dat de grond zuur en nat houdt.