Foto: Jean-Pol GRANDMONT, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Asphodelaceae
Witte affodil
Asphodelus albus
In andere talen: Asphodèle blanc (Français) · White asphodel (English)
De witte affodil is een vaste plant uit de affodilfamilie, afkomstig uit Zuid- en Midden-Europa, waar hij in bergweiden, open bossen en op zonnige hellingen groeit. Hij vormt een pol van smalle, gootvormige, grijsgroene bladeren, met daarboven in mei–juni rechte, meestal onvertakte stengels van 60–90 cm. Die dragen dichte trossen van witte, stervormige bloemen; elk bloemblad heeft een fijne bruine middenstreep. Onder de grond zit een bundel vlezige knolwortels, waarmee hij droge zomers goed doorstaat. Tuiniers waarderen hem om zijn sobere, natuurlijke uitstraling in grindtuinen, prairieborders en zonnige randen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,9 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | maart en juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,9 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een witte affodil?
- Groeivorm
- Pol van grasachtig blad met rechte, meestal onvertakte bloemstengels tot 90 cm; zo’n 30 cm breed.
- Blad
- Lang, smal en gootvormig, grijsgroen, enkel aan de voet van de plant.
- Bloem
- Dichte trossen van witte, stervormige bloemen van zo’n 3 cm, met een bruine middenstreep op elk bloemblad, in mei–juni.
- Vrucht
- Ronde doosvruchten met donker zaad.
- Wortels
- Een bundel dikke, spoelvormige knolwortels die water en voedsel opslaan.
Bloei: mei–juni · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Witte bloemtrossen in mei–juni, net tussen de voorjaarsbloeiers en de zomerborder in.
- Droogtebestendig dankzij de vlezige knolwortels.
- Bijen en hommels vliegen graag op de open, stervormige bloemen.
- Een natuurlijke, sobere uitstraling die mooi past in een grindtuin of prairieborder.
- Zeer langlevend als hij ongestoord mag blijven staan.
Waar staat een witte affodil graag?
- Volle zon, op een warme plek.
- Schrale zand- of leemgrond, zuur, neutraal of kalkrijk, die goed draineert.
- Droog tot normaal vochtig; geen natte grond in de winter.
- Mooi in een grindtuin, een prairieborder, een zonnige rand of een halfwilde bloemenweide.
- Plant op 30–40 cm, in groepjes van drie tot vijf.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,9 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een witte affodil?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet te nat is.
- Kies meteen een definitieve plek: hij houdt niet van verhuizen.
- Graaf een ruim plantgat en spreid de knolwortels voorzichtig uit, zonder ze te breken.
- Zet de plant even diep als in de pot, met de knoppen net op of onder de grond, en vul aan met schrale grond.
- Geef één keer goed water en daarna alleen bij langdurige droogte.
- Een mulch van grind houdt de voet droog.
Verzorgen
- Water
- Na het aanslaan zelden nodig, enkel bij lange droogte in het eerste jaar.
- Bemesten
- Niet doen: schrale grond geeft stevigere planten en een rijkere bloei.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip de stengels na de bloei af, of laat er een paar staan voor zaad.
- Oud blad
- Verdord blad haal je in maart weg, voor de nieuwe scheuten verschijnen.
- Rust
- Laat hem jarenlang ongestoord staan: dan wordt de pol elk jaar groter en bloeit hij rijker.
Tip: Kies bij het planten meteen een zonnige, definitieve plek en laat de pol daarna met rust: hoe ouder hij wordt, hoe meer bloemstengels hij geeft.
Wanneer snoei je een witte affodil?
Snoeimaanden: maart en juli.
Wanneer: Na de bloei, in juli, knip je de bloemstengels af; verdord blad haal je in maart weg.
Hoe:
- Knip de uitgebloeide stengels vlak boven de bladpol af.
- Laat een paar stengels staan als je zaad wilt oogsten.
- Knip of trek in maart het dode blad weg, voor de nieuwe scheuten verschijnen.
Vermeerderen
- Scheuren
- In september of maart, en alleen bij een grote, oude pol: voorzichtig opgraven en in stukken met knoppen en knolwortels verdelen. Reken op een jaar herstel.
- Zaaien
- Rijp zaad in de herfst in een pot met zanderige grond zaaien en buiten laten staan; het kiemt vaak pas in het voorjaar. Zaailingen bloeien pas na enkele jaren.
Hoe komt een witte affodil de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C: in de meeste Belgische winters geen probleem.
- Natte grond is gevaarlijker dan vorst: de knolwortels rotten in water.
- Een laag grind rond de voet houdt het hart droog.
- In een pot: zet hem tegen een muur onder een afdak, zodat de grond niet doorweekt raakt.
Ziektes en plagen
- Wortelrot: De pol wordt slap en geel in een natte winter of op zware grond. Plant op goed drainerende grond en mulch met grind.
- Slakken: Vreten in het voorjaar aan jonge bladeren en bloemknoppen. ’s Avonds rapen.
- Weinig bloei: Normaal in het eerste jaar na planten of scheuren. Ook schaduw en rijke grond remmen de bloei.
- Slappe stengels: Op te rijke grond of in de schaduw vallen de stengels om. Geef geen mest en kies een zonnige plek.
Het jaar rond
- Maart: Verdord blad weghalen. Planten.
- April: Planten. Nieuwe bladeren en bloemstengels.
- Mei: Begin van de bloei.
- Juni: Bloei, druk bezocht door bijen.
- Juli: Uitgebloeide stengels afknippen. Zaad oogsten.
- Augustus: Weinig werk: water is niet nodig.
- September: Planten of een oude pol scheuren. Zaaien in een pot buiten.
- Oktober: Planten. Grind rond de voet aanvullen.
- December: Rust.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In de Griekse mythologie waren de asfodelvelden het deel van de onderwereld waar de schimmen van gewone stervelingen ronddoolden.
- Het Engelse woord daffodil (narcis) is waarschijnlijk afgeleid van asphodelus, de naam van dit geslacht.