Nestvaren (Asplenium nidus)

Foto: KENPEI, CC BY-SA 3.0 · bron

Kamerplant · Aspleniaceae

Nestvaren

Asplenium nidus

In andere talen: Fougère nid d’oiseau (Français) · Bird’s nest fern (English)

De nestvaren groeit in de tropische regenwouden van Zuidoost-Azië, Australië, Oost-Afrika en de eilanden in de Stille Oceaan, waar hij meestal als epifyt hoog in de bomen zit. Hij vormt een trechtervormig rozet van brede, onverdeelde, glanzend appelgroene bladeren met een donkere middennerf, die uit een bruin, viltig hart ontrollen. Kamerplantliefhebbers houden van hem omdat hij er anders uitziet dan de meeste varens: strak, fris en zonder fijne blaadjes die rondslingeren. Hij verdraagt ook een plek met minder licht. Er zijn vormen met gegolfde of gekamde bladranden.

  • Licht

    Halfschaduw of schaduw

    verdraagt weinig zon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Potgrond

  • Winterhard

    Kamerplant

    min. 15 °C

  • Grootte

    0,7 m

    hoog, 0,8 m breed

Feiten op een rij
Hoogte0,7 m
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend

Herkennen

Hoe herken je een nestvaren?

Groeivorm
Trechtervormig rozet van bladeren rond een centraal hart, binnen 50–70 cm hoog en tot 80 cm breed.
Blad
Onverdeeld, lancetvormig, 30–60 cm lang en 5–15 cm breed, glanzend appelgroen met een donkere middennerf; de rand is vlak of gegolfd.
Hart
Een bruin, viltig ‘nest’ in het midden, waaruit de jonge bladeren opgerold tevoorschijn komen en zich langzaam ontrollen.
Sporen
Op de onderkant van oudere bladeren vormen zich lange, bruine strepen langs de zijnerven: dat zijn sporenhoopjes, geen ziekte.
Wortels
Een compacte, vezelige wortelkluit; in de natuur houdt hij zich ermee vast aan boomtakken.

Planten: maart–april

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een strak, tropisch rozet van brede bladeren: een echte blikvanger, het hele jaar door.
  • Verdraagt halfschaduw en schaduw, dus ook een plek een eind van het raam.
  • Geen fijne blaadjes die afvallen, zoals bij veel andere varens.
  • Houdt van vochtige lucht en doet het daardoor uitstekend in een lichte badkamer of keuken.
  • Groeit traag en blijft dus lang mooi zonder veel werk.

Waar staat een nestvaren graag?

  • Licht tot halfschaduw zonder directe zon; ook een schaduwrijke plek is goed, al groeit hij daar trager.
  • Warm: 18–24 °C is ideaal, nooit onder 15 °C. Geen tocht.
  • Vochtige lucht: een lichte badkamer of een groep met andere planten helpt. Niet vlak bij een radiator.
  • Geef hem ruimte rondom: de bladeren beschadigen als ze tegen muren of meubels schuren.
Licht
Licht, zonder felle zon of weinig licht
Potgrond
Gewone potgrond of luchtige, humusrijke potgrond
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Water geven
Gewoon of veel
Grootte
0,7 m hoog, 0,8 m breed
Temperatuur
Minimum 15 °C

Mooi samen met

  • Zwaardvaren: Een fijn, luchtig contrast naast de brede, strakke bladeren.
  • Pauwenplant: Getekend blad voor dezelfde halfschaduw en vochtige lucht.
  • Gatenplant: Groot, ingesneden blad dat ook graag licht zonder directe zon heeft.
  • Bromelia: Ook een epifyt uit het regenwoud, met kleurige schutbladen.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een nestvaren?

Planten in maart–april.

  1. Verpot in maart–april, alleen als de wortels de pot vullen: om de 2–3 jaar is genoeg.
  2. Kies een pot die maar 2–3 cm breder is dan de oude; in een te grote pot blijft de grond te nat.
  3. Gebruik luchtige, humusrijke potgrond, gemengd met wat fijne schors of perliet.
  4. Zet de plant niet dieper dan voordien: het hart moet boven de grond blijven.
  5. Giet aan op de grond, langs de rand van de pot, en laat het overtollige water weglopen.

Verzorgen

Water
Houd de grond licht vochtig, nooit doornat. Giet op de grond en niet in het hart van het rozet, anders rot het. In de winter minder.
Luchtvochtigheid
Zet de pot op een schaal met kiezels en water of tussen andere planten.
Bemesten
Van april tot september eens per maand kamerplantenvoeding op halve sterkte.
Blad
Neem stof af met een vochtige doek. Gebruik geen bladglansmiddel: dat beschadigt het blad.
Waterkwaliteit
Liefst regenwater of kalkarm water op kamertemperatuur.

Tip: Giet op de grond en niet in het hart van het bladrozet, anders gaat hij rotten. Zet hem bij voorkeur in een lichte badkamer: daar vindt hij de vochtige lucht die zijn bladranden mooi groen houdt.

Wanneer snoei je een nestvaren?

Wanneer: Snoeien is niet nodig. Knip alleen oude, bruine of beschadigde bladeren weg, op elk moment van het jaar.

Hoe:

  • Knip een lelijk blad af aan de voet, zo dicht mogelijk bij het hart, zonder het hart te raken.
  • Knip nooit in het hart: daar groeien de nieuwe bladeren.
  • Een blad met alleen een bruin randje mag blijven; je kunt de rand eventueel bijknippen langs de natuurlijke vorm.

Let op: Raak de jonge, ontrollende bladeren niet aan: ze zijn heel teer en een beschadiging blijft zichtbaar als het blad groter wordt.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Sporen
Voor geduldige kwekers: rijpe sporen van de onderkant van een blad op een vochtig, steriel zaaimengsel strooien, onder glas of plastic op 21–25 °C. Na enkele maanden verschijnen kleine plantjes. Delen gaat niet, want hij vormt één rozet.

Hoe komt een nestvaren de winter door?

  • Het hele jaar binnen: hij verdraagt geen kou en lijdt al onder 15 °C.
  • Geef in de winter minder water en geen voeding, maar laat de kluit niet uitdrogen.
  • Zet hem weg van koude ramen, tocht en hete radiators.
  • Verhoog de luchtvochtigheid tegen de droge lucht van de verwarming.

Ziektes en plagen

  • Hartrot: Het hart wordt bruin en zacht, door water in het rozet of te natte, koude grond. Giet voortaan op de grond; een rot hart herstelt niet.
  • Bruine bladranden: Door droge lucht, tocht of te weinig water. Verhoog de luchtvochtigheid en geef regelmatiger water.
  • Schildluis: Bruine, bolle schildjes langs de middennerf, die je kunt wegschrapen, met kleverige honingdauw. Haal ze weg met een zacht borsteltje. Verwar ze niet met de streepvormige sporenhoopjes.
  • Bleek, geel blad: Te veel zon of te weinig voeding. Zet hem uit de zon en geef in de groeiperiode wat voeding.

Het jaar rond

  • Januari: Weinig water, geen voeding. Weg van koude ramen.
  • Maart: Verpotten als de pot vol wortels zit.
  • April: Verpotten. Weer maandelijks bemesten.
  • Mei: Bemesten. Uit de directe zon zetten.
  • Juni: Bemesten. De grond licht vochtig houden.
  • Juli: Bemesten. Bij warm weer extra letten op de luchtvochtigheid.
  • Augustus: Bemesten. Bladeren afstoffen met een vochtige doek.
  • September: Laatste keer bemesten.
  • Oktober: Minder water geven.
  • December: Weinig water. De luchtvochtigheid verhogen tegen de droge lucht van de verwarming.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • In het regenwoud groeit hij hoog in de bomen. Zijn trechtervormige rozet vangt vallende bladeren op, die er verteren tot voeding: vandaar de naam nestvaren.
  • In de natuur kunnen de bladeren meer dan een meter lang worden.
  • De bruine strepen op de onderkant van de bladeren zijn sporenhoopjes: varens vormen geen bloemen of zaden, maar planten zich voort met sporen.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…