
Foto: Acabashi, CC BY-SA 4.0 · bron
Varen · Aspleniaceae
Tongvaren
Asplenium scolopendrium
In andere talen: Scolopendre (Français) · Hart’s-tongue fern (English)
De tongvaren is een inheemse, groenblijvende varen van vochtige, schaduwrijke hellingen, ravijnen en oude muren, vooral op kalkrijke grond. Anders dan de meeste varens heeft hij ongedeelde, tongvormige bladeren van 20–50 cm lang, glanzend heldergroen en met een hartvormige voet. Aan de onderkant liggen de sporenhoopjes in schuine, evenwijdige strepen, als de poten van een duizendpoot. Tuiniers waarderen hem omdat hij het hele jaar groen blijft en zich thuis voelt tussen stenen, aan een muurvoet of in een schaduwrijke rotstuin. Bekende vormen zijn ‘Crispum’, met golvende randen, en ‘Cristatum’, met gekamde bladtoppen.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,5 m
hoog, 0,6 m breed
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,5 m |
| Inheems in België | Ja |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een tongvaren?
- Groeivorm
- Losse rozet van bladeren, 30–50 cm hoog en tot 60 cm breed.
- Blad
- Ongedeeld, riem- tot tongvormig, 20–50 cm lang, glanzend heldergroen, met een hartvormige voet. Groenblijvend.
- Sporen
- Aan de onderkant liggen de sporenhoopjes in schuine, evenwijdige strepen aan weerszijden van de middennerf.
- Jonge krullen
- In april–mei rollen de nieuwe bladeren zich open uit lichtgroene krullen met bruine schubjes.
- Wortels
- Korte wortelstok met dichte, vezelige wortels die ook in smalle spleten tussen stenen passen.
Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Groenblijvend: het glanzende blad fleurt ook in de winter de schaduw op.
- Een heel aparte bladvorm, die mooi contrasteert met fijn verdeelde varens.
- Groeit graag tussen stenen, aan een muurvoet of in een schaduwrijke rotstuin.
- Houdt van kalk, waar veel andere varens het moeilijk mee hebben.
- Compact, dus geschikt voor kleine tuinen en potten.
Waar staat een tongvaren graag?
- Halfschaduw of schaduw; in de zon verbranden de bladeren.
- Neutrale tot kalkrijke grond: zand, leem of klei, humusrijk en goed doorlatend. Hij groeit graag tussen stenen of tegen een muur met kalkmortel.
- Normaal vochtige grond, niet uitgedroogd en niet drassig; een vochtige lucht doet hem goed.
- Beschut tegen koude wind en felle winterzon.
- Reken op 40–50 cm tussen de planten.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,5 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Nieskruid: Bloeit in de winter en houdt ook van kalk en schaduw.
- Sneeuwklokje: Witte klokjes in februari tussen het groene blad.
- Elfenbloem: Fijne voorjaarsbloemetjes en een sterke bodembedekker voor de schaduw.
- Lievevrouwebedstro: Een lage, frisgroene mat met witte bloempjes rond de voet.
- Mannetjesvaren: Fijn verdeeld blad als contrast met de gave tongen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een tongvaren?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant van maart tot mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de pot en meng er wat bladcompost door; op zure grond ook wat kalksteengruis.
- Zet de plant even diep als in de pot: het hart moet boven de grond blijven, anders rot het.
- Tussen stenen vul je de spleet met een mengsel van tuingrond, compost en grof zand.
- Geef meteen ruim water en hou de grond de eerste maanden licht vochtig.
- Een dunne laag bladcompost rond de plant houdt de grond koel.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte. Daarna alleen in lange droge periodes.
- Bemesten
- Niet nodig; wat bladcompost in het voorjaar volstaat.
- Oud blad
- Knip in maart bruine en beschadigde bladeren weg.
- In een pot
- Gebruik goed doorlatende potgrond, gemengd met grof zand, en zet de pot in de schaduw.
- Delen
- Om de paar jaar, als de pol te groot of te dicht wordt, in het voorjaar.
Tip: Plant hem tussen stenen of aan de voet van een schaduwrijke muur: daar vindt hij de kalk en de koele, vochtige plek die hij zoekt. Knip in maart alleen het beschadigde oude blad weg.
Wanneer snoei je een tongvaren?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor de nieuwe krullen uitlopen. Het blad blijft groen, dus je knipt alleen wat lelijk is.
Hoe:
- Knip bruine, verdorde en door de winter beschadigde bladeren aan de voet af.
- Laat gave, groene bladeren staan: ze sieren de plant tot de nieuwe bladeren groot zijn.
- Pas op voor de jonge krullen in het hart: knip er niet in.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april: graaf een oudere pol met meerdere harten op en verdeel hem in stukken met elk een hart en wortels. Plant ze meteen.
- Sporen
- In de nazomer of de herfst rijpe sporen verzamelen en op vochtige, kiemvrije zaaigrond onder glas zaaien. Op vochtige muren zaait hij zich ook vanzelf uit.
Hoe komt een tongvaren de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Het blad blijft de hele winter groen; bij strenge vorst kunnen de bladeren plat gaan liggen en bruine vlekken krijgen.
- Een beschutte plek tegen een muur beschermt tegen koude wind en felle winterzon.
- In een pot: zet de pot beschut en hou de grond licht vochtig, maar niet nat.
Ziektes en plagen
- Bruine strepen onder het blad: Dat zijn de sporenhoopjes, geen ziekte of plaag. Je hoeft er niets aan te doen.
- Verbrand blad: Bruine, droge vlekken door te veel zon of droogte. Geef water en kies een schaduwrijkere plek.
- Vorstschade: Na strenge vorst of koude wind krijgt het blad bruine randen. Knip het in maart weg; nieuw blad volgt.
- Rot: In drassige grond of als het hart te diep zit, rot de plant. Plant op een goed doorlatende plek en niet te diep.
Het jaar rond
- Januari: Het groene blad siert de wintertuin.
- Maart: Beschadigd blad wegknippen. Planten of delen.
- April: De nieuwe krullen ontrollen. Bladcompost geven.
- Mei: Planten. Water geven bij droogte.
- Juni: Groei. Jonge planten water geven.
- Juli: Water geven bij droogte.
- Augustus: De sporen rijpen. Sporen verzamelen.
- September: Planten of delen.
- Oktober: Planten.
- December: Het glanzende blad blijft groen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam scolopendrium komt van het Griekse woord voor duizendpoot: de strepen sporenhoopjes aan de onderkant lijken op de poten van een duizendpoot.
- In steden groeit hij vaak spontaan op oude kademuren, in waterputten en op muren met kalkmortel.
- In de 19e eeuw verzamelden Britse varenliefhebbers talloze afwijkende vormen van de tongvaren, met gekrulde, gekamde of gevorkte bladeren.