
Foto: Sphl, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Berberidaceae
Elfenbloem
Epimedium grandiflorum
In andere talen: Épimède à grandes fleurs (Français) · Large-flowered barrenwort (English)
De grootbloemige elfenbloem komt uit de bossen van Japan, Korea en het noordoosten van China. Het is een lage, horstvormende vaste plant met sierlijk, samengesteld blad van hartvormige blaadjes, die bij het uitlopen vaak bronskleurig zijn. In april en mei verschijnen boven het blad ijle trosjes grote, gespoorde bloemen die op kleine bisschopsmutsen of spinnetjes lijken, in wit, roze, lila of purper. Anders dan bij de wintergroene soorten sterft het blad in de winter af. Bekende rassen zijn ‘Lilafee’ met lila bloemen, het witte ‘White Queen’ en het roze ‘Rose Queen’.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Leem of klei
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,3 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | februari |
|---|---|
| Hoogte | 0,3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een elfenbloem?
- Groeivorm
- Compacte, langzaam groeiende pol van 20–30 cm hoog en ongeveer 30 cm breed.
- Blad
- Twee- tot driemaal drietallig samengesteld, met hartvormige blaadjes en een fijn getande rand; bij het uitlopen vaak bronsrood.
- Bloem
- Grote, gespoorde bloemen van 2–4 cm, in losse trosjes op dunne steeltjes, in april–mei.
- Kleur
- Wit, roze, lila of purper, vaak tweekleurig met lichtere sporen.
- Wortels
- Een korte, houtige wortelstok die langzaam uitbreidt; hij woekert niet.
Bloei: april–mei · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: februari
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Sierlijke, bijzondere bloemen in het voorjaar, in een schaduwhoek waar weinig anders zo fijn bloeit.
- Mooi blad van voorjaar tot herfst: bronsachtig bij het uitlopen, later frisgroen.
- Lang levend en sterk: eenmaal ingegroeid kan hij jaren blijven staan zonder veel werk.
- Vormt na enkele jaren een dichte pol die de grond onder struiken bedekt.
- Slakken laten het blad meestal met rust.
Waar staat een elfenbloem graag?
- Halfschaduw of lichte schaduw, bijvoorbeeld onder struiken of bladverliezende bomen; geen felle middagzon.
- Humusrijke leem- of kleigrond, licht zuur tot neutraal, rijk aan bladaarde.
- Normaal vochtig: de grond mag niet uitdrogen, maar ook niet lang nat blijven.
- Plant op 25–30 cm afstand, in kleine groepjes voor een gesloten tapijt.
- Beschut tegen koude wind en late vorst, die de jonge bladeren en bloemen kunnen beschadigen.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,3 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Varens: Hetzelfde koele, humusrijke plekje; ze lopen uit als de elfenbloem bloeit.
- Nieskruid: Bloeit vroeger in het voorjaar en houdt van dezelfde halfschaduw.
- Longkruid: Blauwe en roze voorjaarsbloemen en gevlekt blad ernaast.
- Hosta: Grote zomerbladeren naast het fijne blad van de elfenbloem.
- Sneeuwklokje: Bloeit eerder, net als je het oude blad hebt weggeknipt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een elfenbloem?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond vochtig en niet bevroren is.
- Maak de grond goed los en meng er flink wat bladcompost of tuincompost door.
- Zet de plant even diep als in de pot, met de wortelstok net onder het oppervlak.
- Houd 25–30 cm afstand; reken op 9–12 planten per m² voor een tapijt.
- Giet goed aan en houd de grond het eerste jaar vochtig.
- Leg een laag bladcompost rond de planten om de grond koel en vochtig te houden.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar regelmatig bij droogte. Ook later water geven in droge zomers: deze soort verdraagt droogte slechter dan andere elfenbloemen.
- Bemesten
- In maart een laagje compost of bladaarde; meer is niet nodig.
- Mulchen
- Laat in de herfst gevallen boombladeren tussen de planten liggen of leg zelf bladcompost: zo boots je de bosbodem na.
- Oud blad
- Knip het oude blad eind februari weg, zodat de bloemen in april goed zichtbaar zijn.
- Geduld
- Hij groeit traag: reken op enkele jaren voor een volle pol.
Tip: Knip eind februari al het oude blad weg: dan staan de bloemen in april vrij boven de grond en zie je ze ten volle.
Wanneer snoei je een elfenbloem?
Snoeimaanden: februari.
Wanneer: Eind februari, voor de bloemstengels verschijnen. Verder hoeft er niet gesnoeid te worden.
Hoe:
- Knip al het oude, verdorde blad vlak boven de grond weg.
- Werk voorzichtig: de nieuwe bloemstengels en bladeren zitten al klaar aan de voet en breken snel.
- Ben je te laat en zie je de bloemknoppen al, knip dan blad per blad en spaar de jonge scheuten.
- Uitgebloeide bloemen hoef je niet weg te knippen.
Let op: Wacht niet tot april: dan knip je makkelijk de jonge bloemstengels mee weg.
Vermeerderen
- Scheuren
- Eind augustus–september of vroeg in het voorjaar: graaf de pol op, snijd de wortelstok in stukken met elk een paar knoppen en plant ze meteen terug. Houd ze goed vochtig.
- Zaaien
- Vers zaad meteen na het rijpen, in juni, in een pot met bladaarde zaaien en buiten laten staan. Het kiemt traag, vaak pas het volgende voorjaar, en de zaailingen lijken niet altijd op de ouder.
Hoe komt een elfenbloem de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Het blad sterft af of blijft bruin aan de plant; laat het tot eind februari staan als natuurlijke bescherming.
- Een late nachtvorst in april kan jonge bladeren en bloemen beschadigen. Dek ze bij strenge vorst af met vliesdoek.
- In een pot: zet hem beschut in de schaduw en houd de potgrond licht vochtig.
Ziektes en plagen
- Taxuskever: Halvemaanvormige vraatranden in het blad en kwijnende planten, doordat de larven aan de wortels vreten. Raap de kevers ’s avonds met een zaklamp en zet in de zomer aaltjes in tegen de larven.
- Bruine bladranden: Droogte of te veel zon. Geef water en mulch, en zorg voor meer schaduw.
- Vorstschade: Zwarte, verschrompelde jonge bladeren na een late nachtvorst. Knip ze weg; er komen nieuwe bladeren.
- Trage groei: Normaal voor deze soort, maar droge, arme of kalkrijke grond remt hem extra. Geef bladcompost en water bij droogte.
Het jaar rond
- Februari: Oud blad wegknippen.
- Maart: Planten. Compost geven.
- April: Bloei. Bij late vorst afdekken. Planten.
- Mei: Bloei. Water geven bij droogte.
- Juni: Zaad oogsten en meteen zaaien. Water geven bij droogte.
- Juli: Water geven bij droogte. Mulch aanvullen.
- Augustus: Water geven bij droogte. Scheuren kan vanaf eind augustus.
- September: Scheuren en planten.
- Oktober: Planten. Gevallen boombladeren laten liggen.
- November: Rust. Het blad verkleurt en sterft af.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Elfenbloemen horen bij de berberisfamilie en zijn dus familie van de zuurbes en de mahonia.
- In het Engels heet hij ook ‘bishop’s hat’, omdat de bloem op een bisschopsmuts lijkt.
- De zaden hebben een vetrijk aanhangsel dat mieren aantrekt: zij slepen de zaden mee en verspreiden zo de plant.