
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Varen · Aspleniaceae
Steenbreekvaren
Asplenium trichomanes
In andere talen: Capillaire des murailles (Français) · Maidenhair spleenwort (English)
De steenbreekvaren is een klein, groenblijvend varentje dat in gematigde streken over bijna de hele wereld voorkomt. In België is het een van de meest voorkomende muurvarens: je vindt hem in de voegen van oude muren, kaaimuren en bruggen, en op rotsen. Uit een compact pollertje groeien smalle bladeren van 5–20 cm met twee rijen kleine, ronde tot langwerpige blaadjes langs een glanzend zwartbruine middennerf. Hij is volledig winterhard, blijft het hele jaar groen en vraagt bijna geen zorg. Ideaal voor een rotstuin, een trog of de voegen van een oude muur in de schaduw.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,15 m
hoog, 0,2 m breed
| Hoogte | 0,15 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een steenbreekvaren?
- Groeivorm
- Compact pollertje van 10–15 cm hoog en tot 20 cm breed, met uitwaaierende, vaak wat afhangende bladeren.
- Blad
- Smal en enkel geveerd, 5–20 cm lang, met tientallen kleine, ronde tot langwerpige blaadjes in twee rijen.
- Middennerf
- Dun, stug en glanzend zwartbruin; oude bladeren verliezen hun blaadjes en laten de kale, zwarte nerf achter.
- Sporen
- Langwerpige sporenhoopjes aan de onderkant van de blaadjes; varens bloeien niet.
- Wortels
- Fijne, dichte wortels die zich vastzetten in voegen en spleten.
Planten: maart–mei en september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Klein en groenblijvend: het hele jaar fris groen in de voegen van een muur of tussen stenen.
- Een inheemse varen die perfect past in een natuurlijke tuin met oude muren of een rotstuin.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C.
- Verdraagt een vrij droge plek zodra hij goed geworteld is.
- Nauwelijks werk: geen snoei en geen bemesting nodig.
- Mooi in kleine trogjes en schalen, waar het fijne blad goed opvalt.
Waar staat een steenbreekvaren graag?
- Halfschaduw tot schaduw, bijvoorbeeld de noord- of oostkant van een muur; wat ochtendzon kan.
- Een voeg, spleet of rotstuin met een kalkhoudend mengsel van zand en compost, of een neutrale tot kalkrijke, goed doorlatende grond.
- Droog tot normaal vochtig, maar altijd goed doorlatend: geen stilstaand water.
- Niet tussen sterke groeiers: hij wordt snel overgroeid.
- Eén plantje per spleet, of 15–20 cm uit elkaar in een rotstuin.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,15 m hoog, 0,2 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Schubvaren: Een ander klein muurvarentje, voor de zonnigere kant van de muur.
- Muurleeuwenbek: Lila bloempjes in dezelfde voegen, van het voorjaar tot de herfst.
- Gele helmbloem: Bloeit maandenlang geel op oude muren en houdt ook van halfschaduw.
- Mossteenbreek: Lage kussentjes met kleine bloemen voor een schaduwrijke rotstuin.
- Blaasvaren: Een teer inheems varentje voor dezelfde schaduwrijke muur.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een steenbreekvaren?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant van maart tot mei of in september–oktober, liefst tijdens een vochtige periode.
- Kies een jong plantje: kleine kluitjes slaan het best aan in een muurspleet.
- Vul de spleet met een kalkhoudend mengsel van grof zand, compost en wat oude mortel of kalksteengruis.
- Schuif het kluitje erin, met het hart net aan de buitenkant, en druk goed aan; een klein steentje houdt het op zijn plaats.
- Geef voorzichtig water met een fijne broes en houd het plantje de eerste weken licht vochtig.
Verzorgen
- Water
- Alleen in het eerste jaar bij droogte. Een goed gewortelde plant in een muur heeft geen extra water nodig.
- Bemesten
- Niet nodig: hij groeit het best op een schrale plek.
- Wieden
- Haal mos, gras en onkruid voorzichtig weg als die het plantje overgroeien.
- Muuronderhoud
- Spaar bij het opvoegen of reinigen van een oude muur de voegen met varens: met hogedrukreinigen en nieuwe cementvoegen verdwijnt hij.
- In een trog
- Een kalkhoudend, goed doorlatend mengsel en een plekje in de halfschaduw.
Tip: Plant hem in een spleet tussen stenen, in een kalkhoudend mengsel van zand en compost, met het hart net aan de buitenkant. Eens hij geworteld is, verschijnen er op een goede plek vaak vanzelf nieuwe plantjes uit sporen.
Wanneer snoei je een steenbreekvaren?
Wanneer: Niet nodig: de steenbreekvaren wordt niet gesnoeid.
Hoe:
- Trek af en toe de kale, zwarte nerven van oude bladeren voorzichtig uit; ze laten makkelijk los.
- Laat groen blad gewoon staan: het blijft de hele winter mooi.
Vermeerderen
- Sporen
- In de zomer of herfst een blad met rijpe, bruine sporenhoopjes op papier laten drogen en de sporen uitzaaien op steriel, kalkhoudend zaaimengsel onder glas. Het duurt een jaar of langer voor je plantjes hebt om uit te planten.
- Delen
- Een oude pol met meerdere harten kun je in het voorjaar voorzichtig delen.
- Vanzelf
- Op een geschikte muur verschijnen vaak vanzelf nieuwe plantjes uit sporen; die kun je laten staan.
Hoe komt een steenbreekvaren de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: geen bescherming nodig.
- Het blad blijft groen in de winter, ook na vorst.
- In een trog: zorg dat het water goed weg kan, want natte voeten zijn in de winter gevaarlijker dan vorst.
Ziektes en plagen
- Wegrotten: Bruin, slap hart in natte, slecht doorlatende grond. Plant opnieuw in een droger, steniger mengsel.
- Overgroeid: Mos, gras of sterke muurplanten verstikken het plantje. Haal ze voorzichtig weg.
- Verbrand blad: Bruin, verdord blad in de volle middagzon. Kies de schaduwkant van de muur.
- Kale nerven: Oude bladeren verliezen hun blaadjes en houden kale zwarte nerven over: dat is normaal en geen ziekte.
Het jaar rond
- Maart: Mos en onkruid rond het plantje weghalen.
- April: Planten in een muurspleet, rotstuin of trog.
- Mei: Planten. Jonge planten licht vochtig houden.
- Juli: Water geven aan jonge planten bij droogte.
- Augustus: Rijpe sporen verzamelen.
- September: Planten tijdens een vochtige periode.
- Oktober: Planten.
- December: Rust. Het blad blijft groen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Als de blaadjes van een oud blad afvallen, blijft de kale, glanzend zwarte middennerf nog lang staan.
- Er bestaan verschillende ondersoorten: de ene groeit vooral op kalkrotsen en in kalkmortel, de andere op zure rotsen.
- Hij komt voor in gematigde streken over bijna de hele wereld, van Europa en Azië tot Noord-Amerika en Australië.