
Foto: Zbigniew Niepokój, CC BY-SA 4.0 · bron
Klimplant · Nyctaginaceae
Bougainvillea
Bougainvillea glabra
In andere talen: Bougainvillier (Français) · Paper flower (English)
De bougainvillea komt uit Brazilië. Het is een krachtige, doornige klimstruik met glanzend groen, bijna onbehaard blad: daar verwijst de naam glabra naar. Wat je als bloemen ziet, zijn eigenlijk dunne, papierachtige schutbladen in paars tot magenta, telkens drie rond drie kleine, roomwitte buisbloempjes. Rond de Middellandse Zee overgroeit hij hele gevels, maar bij ons verdraagt hij geen vorst: je kweekt hem als kuipplant die de zomer op een zonnig terras doorbrengt en licht en koel overwintert. Er zijn veel rassen en hybriden, in wit, roze, rood, oranje en geel.
Let op: De takken hebben scherpe doornen: draag handschoenen als je snoeit of aanbindt en zet hem niet vlak naast een doorgang of een plek waar kinderen spelen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
tot 3 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
3 m
hoog, 1,5 m breed
Bloei
juni–oktober
| Snoeimaanden | maart en oktober |
|---|---|
| Hoogte | 3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een bougainvillea?
- Groeivorm
- Krachtige klimstruik met lange, buigzame ranken. Hij windt niet en hecht zich niet vast, maar haakt zich met zijn doornen in andere planten: aanbinden is nodig. In een pot meestal 1,5–3 m.
- Blad
- Elliptisch tot eirond, 5–10 cm, glanzend middengroen en vrijwel onbehaard. In een koele winter verliest hij een deel van zijn blad.
- Bloem
- Per groepje drie kleine, roomwitte buisbloempjes, elk tegen een felgekleurd, papierachtig schutblad.
- Kleur
- Bij de soort paars tot magenta. Rassen en hybriden zijn er ook in wit, roze, rood, oranje en geel, soms met bont blad.
- Doornen
- Scherpe, licht gebogen doornen in de bladoksels.
- Wortels
- Fijn en breekbaar: hij houdt niet van wortelstoring bij het verpotten en bloeit het best in een niet te grote pot.
Bloei: juni–oktober · Planten: mei–juni · Snoeien: maart en oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Maandenlang kleur: van juni tot oktober bloeit hij in golven, telkens als er nieuwe scheuten komen.
- De papierachtige schutbladen blijven wekenlang mooi, veel langer dan gewone bloemblaadjes.
- Brengt een zuiderse sfeer op een zonnig terras, een balkon of in een serre.
- Verdraagt hitte en korte droogte: ideaal voor een warme plek tegen een muur, waar andere potplanten verbranden.
- Makkelijk in vorm te houden: tegen een rek, rond een boog of als stammetje.
Waar staat een bougainvillea graag?
- Zo veel mogelijk zon: de zonnigste, warmste plek van het terras, liefst tegen een zuidmuur.
- Lichte, goed doorlatende grond: potgrond gemengd met wat zand of fijn grind, licht zuur tot neutraal.
- Liever wat droog dan te nat: er mag nooit water in de schotel blijven staan.
- Beschut tegen harde wind en slagregen, die de schutbladen beschadigen.
- In de zomer buiten; van oktober tot half mei binnen op een lichte, koele plek.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 3 m hoog, 1,5 m breed
- Winterhard
- Vorstgevoelig: binnen overwinteren (boven 3 °C)
Mooi samen met
- Loodkruid: Hemelsblauwe bloemen naast het magenta, met dezelfde zomer buiten en winter binnen.
- Oleander: Een andere zuiderse kuipplant voor dezelfde zonnige plek en dezelfde koele overwintering.
- Olijfboom: Zilvergrijs blad als rustige achtergrond voor de felle kleuren.
- Afrikaanse lelie: Blauwe bolletjes op lange stelen, ook in een pot op een zonnig terras.
- Lavendel: Geurend en zilvergrijs, voor de voorkant van een zonnige terrasgroep.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een bougainvillea?
Planten in mei–juni.
- Verpot of plant in mei–juni, als de nachten warm genoeg zijn en de plant volop groeit.
- Kies een pot met drainagegaten, maar niet te groot: hooguit een paar centimeter breder dan de kluit. In een te ruime pot maakt hij veel blad en weinig kleur.
- Leg een laag grind of kleikorrels onderin en gebruik goed doorlatende potgrond, bijvoorbeeld voor mediterrane planten, of gewone potgrond met een derde zand.
- Haal de plant voorzichtig uit de oude pot en laat de kluit heel, want de wortels breken makkelijk.
- Zet hem even diep als voordien, druk de grond licht aan en geef één keer grondig water.
- Plaats meteen een rek, een boog of stevige stokken en bind de ranken losjes vast.
Verzorgen
- Water
- In de zomer pas gieten als de bovenste centimeters droog zijn, dan wel grondig. In de winter heel spaarzaam: net genoeg dat de kluit niet helemaal uitdroogt.
- Bemesten
- Van april tot september om de twee weken vloeibare mest voor bloeiende planten. Te veel stikstof geeft veel blad en weinig kleur.
- Aanbinden
- Bind de nieuwe ranken regelmatig aan het rek: hij klimt niet vanzelf.
- Uitgebloeide trossen
- Knip uitgebloeide trossen weg tot net boven het volgende blad: zo komt er sneller een nieuwe bloeigolf.
- Verpotten
- Om de twee à drie jaar in het voorjaar, in een pot die maar iets groter is. Werk voorzichtig rond de kluit.
Tip: Houd de pot eerder krap dan ruim en laat de potgrond tussen twee gietbeurten opdrogen: zo maakt hij minder blad en veel meer kleurige schutbladen.
Wanneer snoei je een bougainvillea?
Snoeimaanden: maart en oktober.
Wanneer: De hoofdsnoei doe je in maart, voor de nieuwe groei begint. In oktober mag je voor het binnenzetten de te lange ranken inkorten.
Hoe:
- Hij bloeit op nieuwe scheuten: knip in maart de zijtakken van vorig jaar terug tot 2–3 knoppen boven het oude hout.
- Haal dode, zwakke en kruisende takken weg, net als takken die tijdens de winter zijn verdroogd.
- Houd een geraamte van een paar stevige hoofdtakken aan; alleen de zijtakken knip je jaarlijks terug.
- Kort in oktober te lange ranken in, zodat de plant binnen past.
Let op: Draag stevige handschoenen: de takken hebben scherpe doornen.
Vermeerderen
- Stekken
- In juni–augustus halfhoutige stekken van 10–15 cm nemen, de onderste bladeren weghalen en in een mengsel van potgrond en zand steken. Ze wortelen het best onder plastic, met bodemwarmte van 20–25 °C. Het lukt niet altijd: neem er meteen een paar.
- Afleggen
- Buig in de zomer een lange rank naar een tweede pot, maak een klein sneetje in de bast, pin dat stuk vast onder de grond en houd het vochtig. Na enkele maanden knip je de nieuwe plant los.
Hoe komt een bougainvillea de winter door?
Winterhard tot 3 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: hij verdraagt geen vorst en loopt al schade op onder ongeveer 3 °C.
- Haal hem binnen zodra het ’s nachts kouder wordt dan zo’n 8 °C, meestal eind september of in oktober.
- Overwinter licht bij 8–12 °C, bijvoorbeeld in een koele serre, een onverwarmde veranda of een lichte, koele kamer. Geef heel weinig water en geen mest.
- Bladval in de winter is normaal. Zet hem vanaf maart warmer en geef meer water; na half mei mag hij weer naar buiten.
Ziektes en plagen
- Geen bloei: Te weinig zon, te veel water of mest, of een te grote pot. Zet hem zonniger, laat de grond tussen twee gietbeurten opdrogen en geef mest voor bloeiende planten.
- Vallende schutbladen: Na een verhuizing, bij plotse koude of bij een onregelmatig gietritme. Geef hem een vaste plek en giet regelmatig.
- Wolluis en schildluis: Witte pluisjes of bruine schildjes op de takken, vooral tijdens het overwinteren. Veeg ze weg met een doekje en water met wat zachte zeep.
- Spint: Fijne, lichte stipjes op het blad en soms spinsel, in warme, droge lucht binnen. Zet hem koeler en spoel het blad af en toe af met lauw water.
- Wortelrot: Geel blad en een natte, muffe kluit: de grond blijft te nat, vooral in de winter. Geef minder water en zorg voor een goede drainage.
Het jaar rond
- Januari: Overwinteren: licht, bij 8–12 °C. Heel weinig water.
- Februari: Overwinteren. Controleren op wolluis en schildluis.
- Maart: Snoeien. Iets warmer zetten en meer water geven. Verpotten als het nodig is.
- April: De nieuwe groei begint. Om de twee weken bemesten.
- Mei: Na half mei naar buiten, op de zonnigste plek. Verpotten of planten.
- Juni: Begin van de bloei. Ranken aanbinden, water en mest geven.
- Juli: Bloei. De grond tussen twee gietbeurten laten opdrogen.
- Augustus: Bloei. Uitgebloeide trossen wegknippen. Halfhoutige stekken nemen.
- September: Bloei. Na september geen mest meer.
- Oktober: Laatste bloei. Binnenzetten voor de koude nachten en te lange ranken inkorten.
- November: Overwinteren, licht en koel. Bladval is normaal.
- December: Overwinteren. Weinig water, maar de kluit niet helemaal laten uitdrogen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Wat je als bloem ziet, zijn schutbladen: de echte bloempjes zijn klein, wit en buisvormig en zitten in het midden.
- Hij is genoemd naar de Franse zeevaarder Louis-Antoine de Bougainville. Tijdens diens reis rond de wereld (1766–1769) werd de plant in Brazilië verzameld door de botanicus Philibert Commerson en zijn assistente Jeanne Baret, die als man verkleed meereisde.
- Hij hoort bij dezelfde plantenfamilie als de nachtschone (Mirabilis), waarvan de bloemen pas in de late namiddag opengaan.