Buxus (Buxus microphylla)

Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron

Heester · Buxaceae

Buxus

Buxus microphylla

In andere talen: Buis (Français) · Japanese box (English)

De Japanse buxus is een kleinbladige, groenblijvende struik uit Oost-Azië, vooral bekend uit Japan, waar hij al heel lang gekweekt wordt. Hij groeit langzaam tot een compacte struik van ongeveer 1 m, met kleine, glanzende, ovale blaadjes die vaak iets ronder en lichter groen zijn dan die van de gewone buxus. In april verschijnen onopvallende, geelgroene bloempjes die bijen vroeg in het jaar nectar en stuifmeel geven. Hij laat zich makkelijk scheren tot lage haagjes, bollen en andere vormen. Bekende rassen zijn ‘Faulkner’, met donkergroen blad, en ‘Green Beauty’, die ook in de winter mooi groen blijft.

Let op: Alle delen van buxus zijn giftig. Vooral jonge kinderen, katten, honden en grazende dieren zoals paarden, schapen en geiten lopen risico als ze blad of takjes eten. Gooi snoeiafval niet in een weide of dierenren en was je handen na het snoeien.

  • Licht

    Zon tot schaduw

    niet kieskeurig

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -20 °C

  • Grootte

    1 m

    hoog, 1 m breed

  • Bloei

    april

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuni en augustus
Hoogte1 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeiapril

Herkennen

Hoe herken je een buxus?

Groeivorm
Compacte, dichte struik die langzaam groeit tot ongeveer 1 m hoog en breed.
Blad
Klein, ovaal tot omgekeerd eirond en glanzend groen; in koude winters kan het brons- of oranjeachtig verkleuren.
Bloem
Kleine, geelgroene bloempjes zonder kroonblaadjes in de bladoksels, in april.
Vrucht
Kleine doosvruchtjes met drie hoorntjes, die openspringen en zwarte zaadjes wegschieten.
Wortels
Ondiep en fijn vertakt: schoffel niet diep rond de plant.

Bloei: april · Planten: april–mei en september–oktober · Snoeien: juni en augustus

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Groenblijvend: het hele jaar door een strak, groen accent.
  • Ideaal voor lage haagjes, randen langs borders en vormsnoei in bollen of blokken.
  • Groeit traag, dus weinig werk: één of twee scheerbeurten per jaar volstaan.
  • Verdraagt zon, halfschaduw en schaduw en bijna elke goed doorlatende grond.
  • Vroege bloei in april, een welkome bron van nectar en stuifmeel voor bijen.
  • Doet het goed in potten en bakken op een terras.

Waar staat een buxus graag?

  • Zon, halfschaduw of schaduw; in felle zon kan het blad na een snoeibeurt verbranden.
  • Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
  • Droog tot normaal vochtig; natte voeten geven wortelrot.
  • Een luchtige plek helpt tegen buxusziekte: niet in een vochtige, windstille hoek.
  • Voor een laag haagje: 5–8 planten per meter, afhankelijk van de maat van de planten.
Licht
Zon, halfschaduw en schaduw
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Droog of normaal
Grootte
1 m hoog, 1 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -20 °C)

Mooi samen met

  • Rozen: Buxushaagjes als strakke omlijsting van een rozenperk.
  • Lavendel: Grijs blad en blauwe bloemen binnen een groen kader.
  • Hosta: Groot blad in de schaduw naast de kleine buxusblaadjes.
  • Siergrassen: Losse, bewegende pluimen naast strakke bollen.
  • Vrouwenmantel: Zachtgroen blad en gele bloempjes die over de rand van het haagje hangen.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een buxus?

Planten in april–mei en september–oktober.

  1. Plant in april–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
  2. Graaf voor een haagje een sleuf van ongeveer 30 cm breed en diep en meng er compost door.
  3. Zet de planten even diep als in de pot: voor een haagje 5–8 per meter.
  4. Druk de grond aan en geef ruim water; houd de grond de eerste maanden vochtig.
  5. Mulch met compost, maar leg de mulch niet tegen de stammetjes.
  6. In een pot: kies een pot met afvoergat en goede potgrond, eventueel gemengd met wat zand.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar regelmatig water geven bij droogte. Potten ook in de winter, op vorstvrije dagen.
Bemesten
In maart–april organische mest of compost; geel blad kan wijzen op voedselgebrek.
Mulchen
Een dunne laag compost in het voorjaar houdt de ondiepe wortels koel.
Controle
Kijk van april tot oktober om de paar weken binnen in de plant naar rupsen en spinsel van de buxusmot.
Gereedschap
Ontsmet de schaar voor en na het snoeien, zodat je geen buxusziekte verspreidt.

Tip: Snoei op een bewolkte, droge dag en ontsmet je schaar: zo voorkom je verbrand blad en verspreid je geen buxusziekte. Kijk van april tot oktober om de paar weken binnen in de plant of er rupsen van de buxusmot zitten.

Wanneer snoei je een buxus?

Snoeimaanden: juni en augustus.

Wanneer: Scheer in juni, na de eerste groeischeut, en eventueel nog eens eind augustus. Kies een bewolkte, droge dag.

Hoe:

  • Scheer met een scherpe schaar; span voor een haagje een touw en gebruik voor een bol eventueel een sjabloon.
  • Knip de nieuwe groei terug tot net boven de vorige snoeilijn.
  • Snoei niet bij felle zon of hitte: het blad aan de binnenkant verbrandt dan gemakkelijk.
  • Snoei niet bij nat weer en ruim het snoeiafval op: dat beperkt buxusziekte.
  • Snoei niet meer na half september: late scheuten verharden niet meer voor de winter.

Let op: Alle delen zijn giftig: draag handschoenen bij het snoeien en laat het snoeiafval niet liggen waar kinderen of dieren erbij kunnen.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Stekken
In augustus–september stekken van 10 cm van dit jaar nemen, onderste blaadjes weg, in een mengsel van stekgrond en zand in een koude bak. Ze wortelen in enkele maanden.
Afleggen
Een lage tak in het voorjaar in de grond vastpinnen; na een jaar loskoppelen en verplanten.

Hoe komt een buxus de winter door?

Winterhard tot −20 °C.

  • Winterhard tot ongeveer −20 °C: in de volle grond overleeft hij de Belgische winter zonder problemen.
  • In koude winters kan het blad brons- of oranjeachtig verkleuren; in het voorjaar wordt het weer groen.
  • In een pot: zet hem beschut, wikkel de pot in bij strenge vorst en geef op vorstvrije dagen wat water.
  • Schud zware sneeuw van haagjes en bollen, zodat de takken niet uit elkaar wijken.

Ziektes en plagen

  • Buxusmot: Groene rupsen met zwarte strepen en stippen die blad en schors wegvreten, vaak met spinsel. Haal ze weg of spuit ze met een harde straal water uit de plant; een biologisch middel op basis van Bacillus thuringiensis helpt ook. Feromoonvallen tonen wanneer de motten vliegen.
  • Buxusziekte: Bruine vlekken op het blad, bladval en zwarte streepjes op de takjes, vooral bij warm, vochtig weer. Knip aangetaste delen weg, gooi ze bij het restafval en houd het blad zo droog mogelijk.
  • Buxusbladvlo: Komvormig gekrulde topblaadjes in het voorjaar. Weinig schadelijk: de scheerbeurt in juni haalt ze weg.
  • Verbrand blad: Bruine bladeren na snoei in de volle zon of door koude, droge wind. Snoei op een bewolkte dag en bescherm potplanten tegen gure wind.
  • Geel blad: Door voedselgebrek of te natte grond. Bemesten en voor een goede afwatering zorgen.

Het jaar rond

  • Maart: Bemesten. Haagjes en potplanten nakijken na de winter.
  • April: Bloei. Planten. Controleren op buxusmot.
  • Mei: Planten. Rupsen van de buxusmot zoeken.
  • Juni: Eerste scheerbeurt op een bewolkte dag.
  • Juli: Controleren op buxusmot. Water geven bij droogte.
  • Augustus: Eventueel tweede scheerbeurt eind augustus. Stekken nemen.
  • September: Planten. Stekken nemen. Controleren op buxusmot.
  • Oktober: Planten. Snoeiafval en afgevallen blad opruimen.
  • December: Potten beschermen bij strenge vorst. Sneeuw afschudden.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Alle delen van buxus zijn giftig, vooral het blad: de alkaloïden erin geven braken, buikpijn en diarree, en bij grotere hoeveelheden ook stuiptrekkingen. Het grootste gevaar is het snoeiafval: wie een haag of bol scheert, laat een hoop takjes en blad achter. Paarden, schapen, geiten en ander vee kunnen ernstig ziek worden en zelfs sterven als ze snoeiafval vinden of krijgen; ook honden, vooral jonge honden die op takjes kauwen, en katten kunnen er ziek van worden. Ruim het snoeiafval meteen op, gooi het nooit in een weide, ren of hok, en geef het niet aan konijnen of cavia’s; heeft een dier ervan gegeten, bel dan je dierenarts. Ook de gewijde palmtakjes van Palmzondag zijn buxus: hang ze buiten het bereik van kleine kinderen en huisdieren. Was je handen na het snoeien. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Buxushout is zeer hard en fijn van nerf; het werd vroeger gebruikt voor houtgravures, schaakstukken en fluiten.
  • De buxusmot komt uit Oost-Azië en werd rond 2007 voor het eerst in Europa gevonden; intussen komt hij in heel België voor.
  • Buxus heeft aparte mannelijke en vrouwelijke bloempjes aan dezelfde plant, allebei zonder kroonblaadjes.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…