Buxus (Buxus sempervirens)

Foto: Wikimedia Commons, Public domain · bron

Struik · Buxusfamilie (Buxaceae)

Buxus

Buxus sempervirens · ook: Palm, Buksboom

Buxus is een traag groeiende, groenblijvende struik met klein, glanzend blad: al eeuwenlang dé plant voor lage haagjes, bollen en figuren. Vrij uitgroeiend wordt hij 1–5 m hoog. In maart–april bloeit hij met onopvallende, geurende bloempjes. In het zuiden van België groeit hij nog wild op kalkhellingen. Sinds de komst van de buxusmot en de buxusziekte is hij wel kwetsbaar geworden: wie hem plant, moet hem goed in het oog houden. Alle delen zijn giftig.

Let op: Alle delen zijn giftig, vooral het blad: inslikken geeft braken en diarree bij kinderen en huisdieren, en voor paarden, koeien en andere grazers is buxus gevaarlijk. Geef nooit knipsel aan dieren. Buxusmot en buxusziekte slaan hard toe; overweeg alternatieven zoals Japanse hulst (Ilex crenata) of taxus.

  • Licht

    Zon tot schaduw

    niet kieskeurig

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Elke tuingrond

    neutraal tot kalkrijk

  • Winterhard

    In heel België

    geen bescherming nodig

  • Grootte

    1–5 m

    hoog

  • Bloei

    maart–april

Feiten op een rij
Snoeimaandenmei–juni en augustus–september
Hoogte1–5 m
Inheems in BelgiëJa
Goed voor bijen, vlinders en vogelsWeinig
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeimaart–april

Herkennen

Hoe herken je een buxus?

Groeivorm
Dichte, groenblijvende struik van 1–5 m; in tuinen meestal laag gehouden als haag, bol of figuur.
Blad
Tegenoverstaand, 1–2,5 cm, ovaal, gaaf en leerachtig; onderzijde lichter.
Schors
Jonge twijgen groen en vierkantig; het hout is zeer hard en geel.
Bloem
Onopvallende, geurende geelgroene bloempjes in maart–april.
Vrucht
Kleine doosvruchtjes met drie hoorntjes.
Verschil met de haagliguster
De haagliguster heeft grotere bladeren, witte pluimen en zwarte bessen.

Bloei: maart–april · Snoeien: mei–juni en augustus–september

Herkennen per kenmerk: Groenblijvend blad

Lijkt op, maar is het niet

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Groenblijvend en fijn van blad: de klassieke lage haag, bol of figuur.
  • Verdraagt zon, halfschaduw en zelfs schaduw.
  • Laat zich heel strak knippen en houdt jarenlang zijn vorm.
  • De geurende bloempjes in maart–april zijn vroeg voedsel voor bijen.

Waar staat een buxus graag?

  • Zon, halfschaduw of schaduw; in felle zon verbrandt het blad makkelijker, zeker vlak na het knippen.
  • Liefst kalkhoudende, goed doorlatende grond die niet uitdroogt; geen natte voeten.
  • Een luchtige plek, niet in een broeierige hoek: daar droogt het blad snel op en krijgt de buxusziekte minder kans.
  • Geschikt voor lage hagen en randen, bollen in de border en potten op het terras.
Licht
Zon tot schaduw
Grond
Elke tuingrond
Vocht
Normaal
Grootte
5 m hoog, 1,5 m breed
Winterhard
In heel België, geen bescherming nodig

Mooi samen met

  • Echte lavendel: Een buxusrand rond lavendel: de klassieke formele tuin, groen en grijs met paarse bloei.
  • Taxus: Hogere hagen of kegels van taxus achter een lage buxusrand geven structuur, ook in de winter.
  • Rozemarijn: In een kruidentuin vormt buxus de vakken; rozemarijn, salie en tijm vullen ze.
  • Rozen: Een buxusrand rond een rozenperk houdt het perk ook in de winter strak.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een buxus?

  1. Plant in maart–april of september–oktober, met kluit of uit pot.
  2. Voor een laag haagje: 6–10 planten per meter, afhankelijk van de maat (hoe kleiner de planten, hoe dichter).
  3. Graaf een sleuf, meng er wat compost door en zet de planten even diep als ze stonden.
  4. Knip na het planten de toppen licht bij: zo vertakken ze beter en sluit de haag sneller.
  5. Koop alleen gezonde planten zonder bruine vlekken of kale plekken, uit een betrouwbare kwekerij.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar regelmatig, daarna bij langdurige droogte. Giet aan de voet, niet over het blad.
Bemesten
In maart–april wat compost of organische mest.
Jonge haag opbouwen
Laat de haag elk jaar maar enkele centimeters hoger worden en houd de top iets smaller dan de voet: zo blijft ze tot onderaan dicht.
Controle
Kijk van april tot oktober om de paar weken diep in de struik naar rupsen, spinsels en vraatsporen van de buxusmot.
Hygiëne
Ruim knipsel en afgevallen blad op en ontsmet je schaar, zeker als je van de ene haag naar de andere gaat.

Tip: Kijk niet alleen aan de buitenkant: de rupsen van de buxusmot beginnen binnenin de struik. Duw de takken open en zoek naar spinsels en groene korreltjes. Wie er vroeg bij is, redt de haag.

Wanneer snoei je een buxus?

Snoeimaanden: mei–juni en augustus–september.

Wanneer: In mei–juni en in augustus–begin september.

Hoe:

  • Knip bij bewolkt, droog weer: in felle zon verbrandt het pas geknipte blad, en nat blad helpt de buxusziekte.
  • Ontsmet je schaar vooraf en tussendoor, tegen buxusziekte, en ruim het knipsel meteen op.
  • Span een koord om een haag recht te knippen; voor bollen helpt een mal, maar een geoefend oog werkt ook.
  • Knip na begin september niet meer: dan heeft de nieuwe groei nog tijd om af te harden vóór de winter.

Let op: Kijk bij het knippen naar de rupsen van de buxusmot (groen met zwarte strepen) en hun spinsels.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Stekken
Snijd in augustus–september stekjes van 10–15 cm van gezonde, halfverhoute twijgen, haal de onderste blaadjes weg en steek ze in een mengsel van zand en potgrond. Ze wortelen traag, maar zeker.

Hoe komt een buxus de winter door?

Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.

  • Volledig winterhard.
  • Bij vorst, wind en winterzon kan het blad bruin of brons verkleuren; in het voorjaar wordt het meestal weer groen.
  • In een pot: zet hem beschut en geef bij droog winterweer af en toe water, want groenblijvers verdampen ook in de winter.
  • De rupsen van de buxusmot overwinteren in een spinsel tussen de bladeren en worden in het voorjaar weer actief.

Ziektes en plagen

  • Buxusmot: Groene rupsen met zwarte strepen die de struik van binnenuit kaalvreten, met spinsels en groene korreltjes uitwerpselen. Er zijn meerdere generaties per jaar (april–oktober). Pluk of zuig de rupsen weg, of spuit jonge rupsen met een biologisch middel op basis van Bacillus thuringiensis. Mezen en mussen eten de rupsen steeds vaker.
  • Buxusziekte: Bruine vlekken, plotse bladval en zwarte streepjes op de twijgen, of roze-oranje sporen op het blad. Knip aangetaste delen ruim weg, ruim afgevallen blad op en gooi alles bij het restafval, niet op de composthoop. Houd het blad droog.
  • Buxusbladvlo: Komvormig gekrulde blaadjes aan de scheuttoppen in het voorjaar; vooral een schoonheidsfout die met de eerste knipbeurt verdwijnt.
  • Telkens weer aangetast: Een haag die elk jaar opnieuw wegkwijnt, vervang je beter. De Japanse hulst lijkt het meest op buxus, maar wil zure grond; taxus is inheems en verdraagt even strak knippen, maar is ook giftig.

Het jaar rond

  • Maart: Planten kan weer; wat compost geven.
  • April: Rupsen van de buxusmot worden actief: struiken controleren.
  • Mei: Eerste knipbeurt, eind mei, bij bewolkt weer.
  • Juni: Knippen als het in mei niet lukte; let op een nieuwe generatie buxusmot.
  • Juli: Controleren op buxusmot en buxusziekte; water bij droogte.
  • Augustus: Tweede knipbeurt, vanaf eind augustus.
  • September: Laatste knipbeurt uiterlijk begin september; stekken en planten.
  • Oktober: Planten; knipsel en afgevallen blad opruimen.

Gebruiken

Wat kan je ermee?

Tuin en landschap
De klassieke lage haag, bol of figuur.
Hout
Zeer hard, fijn hout voor snijwerk, schaakstukken en instrumenten.

Let op: Giftig. Buxusmot en buxusziekte slaan hard toe; overweeg alternatieven zoals Ilex crenata of taxus.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • In Vlaanderen heet buxus ‘palm’: de gewijde takjes op Palmzondag zijn buxus. Buxusmot en buxusziekte maken hem kwetsbaar.
  • In Vlaanderen heet buxus ‘palm’: de gewijde takjes op Palmzondag zijn buxus.
  • Het zeer harde, fijne hout werd gebruikt voor snijwerk, schaakstukken, muziekinstrumenten en houtgravures.
  • De buxusmot komt uit Oost-Azië en verspreidt zich sinds het begin van deze eeuw door Europa.
  • Ons woord ‘bus’ (zoals in brievenbus) en het Engelse ‘box’ gaan terug op het Griekse pyxis: een doosje van buxushout.
  • Houtgravures, zoals de illustraties in oude boeken, werden gesneden in het kopshout van buxus: het is hard en fijn genoeg voor de fijnste lijntjes.

Alle soorten · Determinatietabel · Snoeikalender

Laden…