
Foto: Vinayaraj, CC BY-SA 4.0 · bron
Siergras · Poaceae
Calamagrostis emodensis
Calamagrostis emodensis is een siergras uit de Himalaya. Het vormt een losse pol van frisgroene, licht overhangende bladeren, waaruit vanaf juli lange bloeistengels groeien. De zachte, zilverroze pluimen buigen sierlijk over en vallen als een fontein over het blad; later in het seizoen kleuren ze crème tot lichtbruin. Anders dan het bekende, stijf rechtopgaande struisriet ‘Karl Foerster’ heeft dit gras een zachte, hangende vorm. Tuiniers waarderen het omdat het ook in lichte halfschaduw goed groeit en weinig werk vraagt.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
1 m
hoog, 0,8 m breed
Bloei
juli–september
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 1 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Hoe herken je een Calamagrostis emodensis?
- Groeivorm
- Losse, overhangende pol van ongeveer 1 m hoog en 80 cm breed, die langzaam breder wordt.
- Blad
- Lang, vrij breed en frisgroen, licht overhangend; in de herfst strokleurig.
- Bloem
- Lange, knikkende pluimen van juli tot september, eerst zilverroze, later crème tot lichtbruin.
- Wortels
- Vezelig; het gras blijft een pol en woekert niet.
Bloei: juli–september · Planten: maart–mei · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Zachte, overhangende pluimen die een border een losse, natuurlijke uitstraling geven.
- Lange bloei, van juli tot september, en de pluimen blijven tot in de herfst mooi.
- Groeit zowel in de zon als in lichte halfschaduw, wat niet alle siergrassen kunnen.
- Een sierlijke afsluiter aan de rand van een border of langs een pad, waar de pluimen over de rand vallen.
- Weinig werk: één snoeibeurt in maart volstaat.
Waar staat een Calamagrostis emodensis graag?
- Zon of lichte halfschaduw; in diepe schaduw bloeit het weinig en valt het om.
- Elke goede tuingrond: zand, leem of klei, neutraal tot kalkrijk, liefst humusrijk.
- Normaal vochtig: het houdt niet van langdurige droogte, maar ook niet van natte voeten.
- Reken op 70–80 cm per plant; aan de rand van een border of pad laat je de pluimen vrij overhangen.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 1 m hoog, 0,8 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Japanse anemoon: Bloeit tegelijk in de nazomer en houdt ook van lichte halfschaduw.
- Ooievaarsbek: Een lage, bloeiende voorgrond onder de overhangende pluimen.
- Duizendknoop: Rode aren van juli tot in oktober naast de zilverroze pluimen.
- Herfstaster: Paarse en blauwe bloemen in september–oktober.
- Vrouwenmantel: Frisgroene bladeren en geelgroene bloemen aan de rand van de border.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Calamagrostis emodensis?
Planten in maart–mei.
- Plant in maart–mei, zodat het gras de hele zomer heeft om aan te slaan.
- Graaf een gat twee keer zo breed als de pot en meng er wat compost door.
- Zet de pol even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
- Houd 70–80 cm afstand tot andere planten.
- Geef meteen goed water en houd de grond het eerste jaar vochtig.
- Een dunne laag compost of bladmulch rond de voet houdt de grond vochtig.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar regelmatig; daarna bij langdurige droogte, anders verdrogen de bladpunten.
- Bemesten
- In april een laagje compost is genoeg. Te veel mest geeft slappe stengels.
- Mulchen
- Een laag bladcompost in het voorjaar houdt de grond koel en vochtig.
- Uitgebloeide pluimen
- Laat ze staan tot ze uit elkaar vallen of tot de snoei in maart.
- Verjongen
- Deel een oude pol met een kaal hart in het voorjaar.
Tip: Plant het aan de voorkant van een verhoogde border of langs een muurtje, zodat de pluimen echt kunnen overhangen: daar komt de fontein het best tot zijn recht.
Wanneer snoei je een Calamagrostis emodensis?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor het nieuwe blad uitloopt.
Hoe:
- Knip alle oude stengels en bladeren terug tot 10–15 cm boven de grond.
- Spaar het jonge, groene blad dat al uit het hart komt.
- Zijn de pluimen in de herfst al platgeslagen door de regen, dan mag je die eerder wegknippen; het blad laat je staan tot maart.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april: steek de pol met een scherpe spade in stukken met elk voldoende wortels en plant ze meteen weer uit. Geef daarna goed water.
- Zaad
- Zaai in het voorjaar in een zaaibak onder glas en houd het zaad vochtig. Plant de jonge planten uit als ze stevig zijn.
Hoe komt een Calamagrostis emodensis de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C: in België overleeft het de meeste winters zonder problemen.
- Laat het oude blad in de winter staan: het beschermt het hart van de pol tegen vorst en nattigheid.
- In een strenge winter op een open plek kun je een laag bladeren rond de voet leggen.
- In een pot is het minder winterhard: zet de pot tegen een muur en wikkel hem in jute.
Ziektes en plagen
- Bruine bladpunten: Een teken van droogte. Geef ruim water in droge periodes en mulch de grond.
- Omvallen: Door te veel schaduw of te rijke grond. Kies een lichtere plek en bemest minder.
- Kale kern: Bij oudere pollen sterft het midden af. Deel de pol in het voorjaar en plant de groeikrachtige randstukken opnieuw.
- Platgeslagen pluimen: Na zware regen hangen de pluimen tot op de grond. Dat hoort bij de hangende vorm: geef het gras een plek aan een rand waar het mag overhangen.
Het jaar rond
- Maart: Oud blad en stengels terugknippen tot 10–15 cm. Planten. Oude pollen delen.
- April: Planten. Een laagje compost geven en mulchen.
- Mei: Planten. Water geven bij droogte.
- Juni: Groei. Water geven bij droogte.
- Juli: Eerste zilverroze pluimen.
- Augustus: Volle bloei. Water geven bij droogte.
- September: Bloei. De pluimen kleuren crème tot lichtbruin.
- November: Blad laten staan als bescherming.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam emodensis verwijst naar Emodus, een oude Latijnse naam voor de Himalaya.
- Calamagrostis komt van de Griekse woorden voor riet (kalamos) en gras (agrostis).
- Anders dan bij veel siergrassen buigen de pluimen naar beneden in plaats van rechtop te staan.