
Foto: Emőke Dénes, CC BY-SA 4.0 · bron
Eenjarige plant · Asteraceae
Zomeraster
Callistephus chinensis
In andere talen: Reine-marguerite (Français) · China aster (English)
De zomeraster komt uit China en Korea en is een klassieke eenjarige voor de pluktuin. Hij vormt rechtopgaande, vertakte planten tot 60 cm met stevige stelen en bloeit van juli tot in oktober. De bloemen bestaan in veel vormen: enkel als een margriet, halfgevuld, dichtgevuld als een pompon of met lange, gekrulde lintbloemen die aan chrysanten doen denken. De kleurkeuze is ruim: wit, crème, roze, rood, paars en blauwviolet. Hij is geliefd omdat hij laat in het seizoen kleur geeft en lang goed blijft in de vaas.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
tot 0 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,6 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juli–oktober
| Hoogte | 0,6 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een zomeraster?
- Groeivorm
- Rechtopgaande, vertakte eenjarige van 30–60 cm hoog en ongeveer 30 cm breed, afhankelijk van het ras.
- Blad
- Eirond tot ruitvormig, grof getand, licht behaard en middengroen.
- Bloem
- Bloemhoofdjes van 5–10 cm breed, enkel, halfgevuld of dichtgevuld, aan lange stelen.
- Kleur
- Wit, crème, roze, rood, paars en blauwviolet; enkele bloemen hebben een geel hart.
- Wortels
- Een fijn, vrij ondiep wortelstelsel dat gevoelig is voor bodemschimmels.
Bloei: juli–oktober · Zaaien: maart–mei · Planten: mei–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit van juli tot in oktober, als veel andere eenjarigen al op hun retour zijn.
- Een uitstekende snijbloem met lange stelen, die lang mooi blijft in de vaas.
- Enkelbloemige vormen lokken bijen en vlinders; gevulde vormen veel minder.
- Een rijke keuze aan bloemvormen en kleuren, ook in blauwviolet.
- Lage rassen zijn mooi in een pot of als randje langs het pad.
Waar staat een zomeraster graag?
- Volle zon; in de schaduw bloeit hij minder en vallen de stengels om.
- Goed doorlatende, humusrijke grond: zand, leem of klei, neutraal tot kalkrijk.
- Normaal vochtig: niet laten uitdrogen, maar ook niet drassig.
- Kies elk jaar een andere plek, liefst waar de laatste jaren geen zomerasters stonden, vanwege verwelkingsziekte.
- Plant op 25–30 cm van elkaar.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Vorstgevoelig: pas buiten na de laatste nachtvorst (half mei)
Mooi samen met
- Zinnia: Dezelfde zaaitijd en dezelfde zonnige plek; mooi samen in de pluktuin.
- Leeuwenbek: Rechte bloemaren naast de ronde asterbloemen.
- Dahlia: Bloeit in dezelfde late zomer en herfst.
- Patagonisch ijzerhard: Luchtige paarse bloemschermpjes erboven, ook een vlindermagneet.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een zomeraster?
Planten in mei–juni.
- Zaai in maart–april binnen in een bakje op kamertemperatuur en verspeen de zaailingen in potjes.
- Laat de jonge planten in mei een week buiten wennen, overdag buiten en ’s nachts binnen.
- Plant uit na half mei, als er geen nachtvorst meer komt, op 25–30 cm van elkaar.
- Plant even diep als in het potje en druk de grond goed aan.
- Geef meteen water en hou de grond de eerste weken vochtig.
- Ter plaatse zaaien kan ook, in mei; de bloei begint dan wat later.
Verzorgen
- Water
- Geef bij droogte water aan de voet, liefst ’s ochtends: nat blad bevordert schimmels.
- Bemesten
- Wat compost bij het planten volstaat. Te veel stikstof geeft zacht, ziektegevoelig gewas.
- Steun
- Steun hoge rassen met een netje of stokjes, zeker in een winderige tuin.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip ze regelmatig weg om de bloei te verlengen.
- Wisselteelt
- Zet zomerasters elk jaar op een andere plek en pas na enkele jaren terug op dezelfde plek.
Tip: Zet zomerasters nooit twee jaar na elkaar op dezelfde plek: de verwelkingsziekte blijft in de grond. Water ’s ochtends aan de voet, zodat het blad droog blijft.
Wanneer snoei je een zomeraster?
Wanneer: De zomeraster snoei je niet. Knip van juli tot oktober bloemen voor de vaas en verwijder uitgebloeide bloemen.
Hoe:
- Snijd voor de vaas als de bloemen bijna helemaal open zijn, met een lange steel.
- Knip uitgebloeide bloemen weg tot net boven een zijscheut.
- Ruim de planten in de herfst op na de eerste vorst; zieke planten horen niet op de composthoop.
Vermeerderen
- Zaad
- Alleen uit zaad. Zaai in maart–april binnen of in mei ter plaatse. Je kunt in de herfst zaad oogsten van enkelbloemige planten, maar zaad van gevulde rassen komt niet altijd zuiver terug.
Hoe komt een zomeraster de winter door?
Winterhard tot 0 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: de plant sterft bij de eerste vorst af.
- Trek de planten na de eerste vorst uit en gooi zieke planten bij het restafval, niet op de composthoop.
- Bewaar eigen zaad droog en koel tot het voorjaar.
Ziektes en plagen
- Verwelkingsziekte: Planten verwelken plots en de stengelvoet wordt bruin of zwart. Het is een bodemschimmel die jaren in de grond blijft: verwijder zieke planten en kies elk jaar een andere plek.
- Vergroening: Groene, misvormde bloemen en geel blad, door een ziekte die cicaden overbrengen. Verwijder aangetaste planten meteen.
- Bladluis: Op jonge scheuten en onder het blad. Afspuiten met water; lieveheersbeestjes helpen.
- Slakken: Vreten jonge planten na het uitplanten. Controleer ’s avonds en bescherm de jonge planten.
Het jaar rond
- Maart: Binnen zaaien op kamertemperatuur.
- April: Binnen zaaien. Zaailingen verspenen in potjes.
- Mei: Afharden. Na half mei uitplanten, of ter plaatse zaaien.
- Juni: Laatste planten uitplanten. Steun plaatsen bij hoge rassen. Water bij droogte.
- Juli: Eerste bloei. Bloemen snijden voor de vaas.
- Augustus: Bloei. Uitgebloeide bloemen wegknippen, water aan de voet geven.
- September: Volle bloei. Zaad oogsten van enkelbloemige planten.
- Oktober: Laatste bloemen. Na de eerste vorst de planten opruimen.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Callistephus komt uit het Grieks en betekent ‘mooiste kroon’.
- Hij is geen echte aster: hij heeft een eigen geslacht en is daarin de enige soort.
- Hij kwam in de achttiende eeuw vanuit China naar Europa, waar kwekers er al snel talloze vormen van selecteerden.