
Foto: Col Ford and Natasha de Vere from living in Wales, CC BY 2.0 · bron
Boom · Cupressaceae
Wierookceder
Calocedrus decurrens
In andere talen: Cèdre à encens (Français) · Incense cedar (English)
De wierookceder komt uit het westen van Noord-Amerika, van Oregon tot in Californië en Mexico. Ondanks zijn naam is het geen echte ceder, maar een lid van de cipresfamilie. Hij vormt een smalle, zuilvormige, groenblijvende boom met platte takjes met schubvormig, glanzend donkergroen blad. Hout en twijgen geuren aromatisch, vooral als je ze kneust of bij warm weer. In een tuin blijft hij veel smaller dan in het wild, zodat hij ook in een kleinere tuin als opvallende naaldboom past.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
20 m
hoog, 4 m breed
| Hoogte | 20 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een wierookceder?
- Groeivorm
- Smalle, rechte zuil of kegel, tot ongeveer 20 m hoog en 4 m breed; takken lopen tot aan de grond.
- Blad
- Kleine, schubvormige blaadjes in platte, waaiervormige takjes; glanzend donkergroen en aromatisch.
- Schors
- Roodbruin en vezelig, met diepe groeven; ze komt in lange stroken los.
- Kegels
- Kleine, roodbruine kegels van ongeveer 2 cm die openspringen als een eendensnavel.
- Geur
- Twijgen en hout geuren aromatisch, vooral als je ze kneust.
Planten: april–mei en september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Smalle zuilvorm van ongeveer 4 m breed: een slanke blikvanger op weinig ruimte.
- Het hele jaar donkergroen, en daarom ook in de winter een stevige structuur in de tuin.
- Aromatische geur van blad en hout.
- Verdraagt droogte en de meeste grondsoorten, ook kalkhoudende.
- Geschikt als solitair, als scherm in een rij of als natuurlijke afscheiding.
Waar staat een wierookceder graag?
- Zon tot halfschaduw; hij groeit het best in volle zon.
- Goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Droog tot gewoon vochtig; hij verdraagt droogte, maar geen natte voeten.
- Plant op minstens 2–3 m van gebouwen of andere bomen; in een rij op 2–3 m.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 20 m hoog, 4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Hulst: Een ander groenblijvend structuurelement met glanzend blad.
- Japanse esdoorn: Een lichte, kleurrijke contrastplant naast de donkere zuil.
- Kruipende jeneverbes: Een lage, sierlijke bodembedekker in dezelfde droge, zonnige grond.
- Lavendel: Houdt van dezelfde zonnige, goed doorlatende plek en geurt mee.
- Siergrassen: Een lichte, wuivende voorgrond tegen het donkere naaldgroen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een wierookceder?
Planten in april–mei en september–oktober.
- Plant in april–mei of in september–oktober, in vochtige maar niet natte grond.
- Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de kluit en even diep.
- Zet de boom even diep als hij in de pot stond; de kluit mag niet dieper komen dan de omringende grond.
- Vul het gat aan met de eigen grond en trap of druk goed aan; bij een hoge boom een paal plaatsen.
- Geef meteen veel water en leg een mulchlaag van 5–8 cm houtsnippers of schors rond de voet.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee zomers wekelijks flink bij droogte. Een gevestigde boom redt zich meestal zelf.
- Bemesten
- Meestal niet nodig. Eventueel in het voorjaar een scheutje organische mest voor naaldbomen.
- Mulchen
- Een laag schors of houtsnippers houdt de grond vochtig en onkruidvrij.
- Steun
- Een jonge, hoge boom de eerste 2 jaar met een paal steunen, zodat hij niet scheef gaat staan.
- Beschutting
- Vooral jonge exemplaren op een open plek tegen koude, droge oostenwind beschermen.
Tip: Gebruik hem als slanke accentboom in een kleine tuin of als smal scherm in een rij: hij heeft nauwelijks snoei nodig en blijft mooi gesloten van onder tot boven.
Wanneer snoei je een wierookceder?
Wanneer: Hij heeft nauwelijks snoei nodig; haal dode takken weg wanneer je ze ziet.
Hoe:
- Knip dode, beschadigde of afgebroken takken weg bij de stam.
- Verwijder concurrerende toppen om één doorlopende leider te behouden.
- Snoei niet in het kale, bladloze hout: daaruit loopt hij niet meer uit.
- Wil je hem smaller houden, neem dan alleen de groene uiteinden licht weg in het voorjaar.
Let op: Snoei nooit tot in het oude, bladloze hout: dat groeit niet meer aan.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai de zaden in het najaar buiten of na koude stratificatie in het voorjaar in een bakje met zandige grond. Kiemt traag.
- Stekken
- Rassen zoals de gele variëteit worden meestal geënt of door kwekers gestekt; voor thuis is aankoop het makkelijkst.
Hoe komt een wierookceder de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in België meestal geen probleem.
- Jonge bomen kunnen in strenge winters wat last krijgen van uitdrogende wind; zet ze beschut of dek af met jute.
- In een pot: wikkel de pot in jute en zorg dat het water niet blijft staan.
Ziektes en plagen
- Bruine twijgen: Na een koude, droge winter kan het blad bruin kleuren (winterschade). Wacht tot het voorjaar en knip dan weg wat dood blijft.
- Wortelrot: De boom kwijnt en het blad vergeelt op natte, zware grond. Plant op goed doorlatende grond en vermijd te veel water.
- Bruine binnentakjes: Oudere twijgen aan de binnenkant worden in de herfst bruin en vallen af. Dat is normaal.
- Droogtestress: Jonge bomen krijgen bruine toppen bij langdurige droogte. Geef ruim water en leg een mulchlaag.
Het jaar rond
- Januari: Rust. Na sneeuw takken voorzichtig schudden.
- Maart: Voorbereiden: grond losmaken voor het planten.
- April: Planten. Mulch aanbrengen.
- Mei: Planten. Water geven bij droogte.
- Juni: Jonge bomen water geven bij droogte.
- Juli: Water geven bij langdurige droogte.
- September: Planten. Dode takken verwijderen.
- Oktober: Planten. Mulchlaag aanvullen.
- November: Jonge bomen beschermen tegen koude wind.
- December: Rust.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De wierookceder is geen echte ceder (Cedrus), maar hoort bij de cipresfamilie.
- Veel houten potloden worden van het geurige, fijnkorrelige hout gemaakt.
- In het wild kan de boom veel hoger worden dan in een tuin, soms 40 m of meer.