
Foto: André Karwath aka Aka, CC BY-SA 2.5 · bron
Naaldboom · Cipresfamilie (Cupressaceae)
Westerse levensboom
Thuja occidentalis
De Westerse levensboom (Thuja occidentalis) is de klassieke thuja van onze hagen. Hij komt uit het oosten van Canada en de Verenigde Staten en wordt vrijstaand 10–20 m hoog, maar in tuinen blijft hij meestal 3–10 m, en als haag nog veel lager. Je herkent hem aan de doffe, geelgroene schubbladeren zonder witte tekening eronder, die gekneusd fruitig ruiken en in de winter bruinig verkleuren. Hij groeit vlot, verdraagt de schaar en geeft het hele jaar privacy. Blad en twijgen zijn giftig bij opeten, ook voor paarden en vee.
Let op: Blad, twijgen en kegeltjes bevatten thujon en zijn giftig bij opeten. Leer kinderen er niet op te kauwen, en gooi snoeiafval nooit in een weide of bij paarden, koeien, schapen, geiten, konijnen of cavia’s. Het sap kan de huid irriteren: draag handschoenen bij het knippen.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
10–20 m (in tuinen meestal 3–10 m)
hoog
| Snoeimaanden | mei–juni en augustus–september |
|---|---|
| Hoogte | 10–20 m (in tuinen meestal 3–10 m) |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
Herkennen
Hoe herken je een westerse levensboom?
- Groeivorm
- Wintergroene conifeer van 10–20 m (in tuinen meestal 3–10 m) met een smalle, kegelvormige kroon van zo’n 4 m breed; als haag meestal 1,5–3 m.
- Blad
- Schubbladeren in platte twijgwaaiers; boven dof groen, onder lichter geelgroen zonder witte vlekjes. Gekneusd ruiken ze sterk en fruitig, wat naar appel. In de winter vaak bruinig.
- Schors
- Roodbruin tot grijs, in smalle, vezelige repen.
- Kegels
- Rechtopstaande, eivormige kegeltjes van ongeveer 1 cm met 8–10 dunne schubben; eerst geelgroen, rijp bruin.
- Verschil met de reuzenlevensboom
- De reuzenlevensboom heeft glanzend donkergroen blad met witte vlekjes eronder dat naar ananas ruikt, en wordt een grote boom.
- Verschil met de Californische cipres
- De Californische cipres heeft een witte X-tekening onder de twijgjes, bolronde kegeltjes en een overhangende top.
Snoeien: mei–juni en augustus–september
Herkennen per kenmerk: Schubjes in plaats van naalden
Lijkt op, maar is het niet
- Reuzenlevensboom Thuja plicata: glanzend donkergroen blad met witte vlekjes eronder dat naar ananas ruikt; wordt een grote boom. Verschil met reuzenlevensboom
- Californische cipres Chamaecyparis lawsoniana: witte X-tekening onder de twijgjes, bolronde kegeltjes en een overhangende top. Verschil met Californische cipres
- Levensboom Thuja: de fiche van het hele geslacht, met wat alle levensbomen gemeen hebben.
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een dichte, groenblijvende haag of windscherm die weinig plaats inneemt.
- Vormen voor elke tuin: smalle zuilen zoals ‘Smaragd’, bollen zoals ‘Danica’ en goudgele vormen zoals ‘Rheingold’.
- Groeit op bijna elke grond, in zon of halfschaduw.
- Merels en mussen nestelen en schuilen graag in een dichte haag.
Waar staat een westerse levensboom graag?
- Zon tot halfschaduw; in diepe schaduw wordt hij ijl en kaal.
- Bijna elke grond, ook kalkrijk, die niet uitdroogt en niet drassig is; in natte grond rotten de wortels.
- Ondiepe wortels: op droge zandgrond heeft een haag het in droge zomers moeilijk.
- Als haag of smalle zuil past hij in elke tuin; vrij uitgegroeid wordt hij zo’n 4 m breed.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 12 m hoog, 4 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Amerikaans krentenboompje: Witte bloesem in april, bessen voor de vogels en een vurige herfstkleur tegen de donkere haag.
- Pluimhortensia: Grote, lichte bloempluimen in de zomer, mooi voor een groene haag in zon of halfschaduw.
- Kleine maagdenpalm: Groenblijvende bodembedekker met blauwe bloempjes voor de schaduwrijke strook vóór de haag.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een westerse levensboom?
- Plant met kluit of uit pot in september–oktober of in maart–april.
- Voor een haag: 2–3 planten per meter, naargelang de maat en het ras.
- Graaf een ruime sleuf, meng compost door de grond en zet de planten even diep als ze stonden.
- Geef meteen ruim water en het eerste jaar elke week bij droogte; een laag mulch houdt de grond vochtig.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee jaar regelmatig bij droogte; ook later in lange droge zomers, want de wortels zitten ondiep.
- Bemesten
- In maart–april wat compost of organische mest langs de haag.
- Binnenkant
- In de herfst kleuren de oudste schubbladeren binnenin bruin en vallen ze af: dat is normaal.
- Winterkleur
- Een bruinige winterkleur is normaal en trekt in het voorjaar weg; ‘Smaragd’ blijft in de winter het mooist groen.
Tip: Wil je een smalle haag met weinig knipwerk, plant dan ‘Smaragd’: die blijft van nature smal en dicht en houdt in de winter zijn groene kleur het best. ‘Brabant’ groeit sneller, maar wordt breder en vraagt meer knipwerk.
Wanneer snoei je een westerse levensboom?
Snoeimaanden: mei–juni en augustus–september.
Wanneer: Een haag knip je in mei–juni en eind augustus, niet later dan half september zodat de nieuwe groei nog afhardt. Kijk eerst of er geen vogels broeden.
Hoe:
- Knip alleen in het groene deel: kale, bruine plekken groeien niet meer dicht.
- Houd de haag bovenaan iets smaller dan onderaan, zodat de onderkant licht krijgt en groen blijft.
- Smalle zuilen zoals ‘Smaragd’ hoeven nauwelijks geknipt te worden: knip alleen uitstekende twijgen bij.
Let op: Kijk eerst of er geen vogels broeden, en knip niet bij felle zon of droogte.
Vermeerderen
- Stekken
- Trek in augustus–september een zijtakje van 10–15 cm met een hieltje van de tak en laat het wortelen in stekgrond onder glas of in een koude bak.
Hoe komt een westerse levensboom de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- De schubbladeren kleuren in de winter vaak bruinig en worden in het voorjaar weer groen.
- Schud natte sneeuw van hagen en zuilen: anders buigen de takken uit elkaar. Een losse band rond een zuil helpt.
Ziektes en plagen
- Droogte: Bruine plekken en kale stukken na een droge zomer, vooral op zand. Geef jonge hagen water en mulch de grond; dode stukken groeien niet meer dicht.
- Wortelrot: Op natte grond verkleuren planten bruin en sterven ze af (Phytophthora). Vervang ze pas als de afwatering verbeterd is.
- Thujamineermot: Bruine twijgtopjes met kleine gaatjes in het voorjaar: rupsjes die in de schubbladeren vreten. Knip de bruine topjes weg; een gezonde haag groeit erover.
- Hondenplas en strooizout: Bruine plekken aan de voet van een haag langs de straat. Spoel met veel water, en plant een nieuwe haag liever wat verder van de stoep.
Het jaar rond
- Maart: Planten (maart–april); compost langs de haag.
- Mei: Eerste knipbeurt (mei–juni); kijk eerst of er geen vogels broeden. Let op bruine topjes van de mineermot.
- Juni: Knippen kan nog; water bij droogte.
- Juli: Water geven in lange droge periodes.
- Augustus: Tweede knipbeurt eind augustus; stekken nemen.
- September: Uiterlijk half september de laatste knipbeurt; plantseizoen begint.
- December: Natte sneeuw van hagen en zuilen schudden.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Een van de meest gebruikte haagconiferen, ook in smalle zuilvormen zoals ‘Smaragd’ en bolvormen.
- Voor de natuur
- Dichte hagen zijn nest- en schuilplaats voor merels en mussen.
Let op: Blad en twijgen bevatten thujon en zijn giftig bij opeten, ook voor paarden en vee.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Volgens de overlevering genazen de mannen van Jacques Cartier in de winter van 1535–1536 in Canada van scheurbuik met een thee van deze boom: vandaar ‘arbor vitae’, levensboom.
- Hij was een van de eerste Noord-Amerikaanse bomen die in Europa werden aangeplant, al in de 16e eeuw.
- Op de kliffen van de Niagara Escarpment in Canada groeien kleine, knoestige exemplaren die meer dan duizend jaar oud zijn.