Erwtenstruik (Caragana arborescens)

Foto: Blaine Hansel, CC BY 2.0 · bron

Heester · Fabaceae

Erwtenstruik

Caragana arborescens

In andere talen: Caragana de Sibérie (Français) · Siberian peashrub (English)

De erwtenstruik komt uit Siberië, Mongolië en het noordoosten van China, waar hij op droge, zanderige steppegrond groeit. Het is een rechtopgaande, bladverliezende struik of kleine boom van 3–4 m, met fijn geveerd, frisgroen blad. In mei hangen er gele vlinderbloemen onder de takken, die bij bijen in de smaak vallen; daarna volgen smalle peultjes die op warme dagen met een knapje openspringen. Omdat hij in wortelknolletjes zelf stikstof uit de lucht bindt, groeit hij ook op arme grond. Bekende vormen zijn de treurvormen ‘Pendula’ en de fijnbladige ‘Walker’, die vaak als boompje op een stam geënt worden.

Let op: Hij kan zich uitzaaien: rond de struik komen soms zaailingen op. Trek ze jong uit en plant hem niet vlak naast een natuurgebied; in delen van Noord-Amerika is hij verwilderd en geldt hij als invasief. Let ook op de kleine stekels bij het snoeien.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -40 °C

  • Grootte

    4 m

    hoog, 3 m breed

  • Bloei

    mei

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuni
Hoogte4 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeimei

Herkennen

Hoe herken je een erwtenstruik?

Groeivorm
Rechtopgaande struik of kleine boom van 3–4 m hoog en ongeveer 3 m breed, met grijsgroene takken.
Blad
Geveerd, met 4–6 paar ovale deelblaadjes van 1–2,5 cm; frisgroen, in de herfst geel. Bladverliezend.
Bloem
Gele vlinderbloemen van ongeveer 2 cm, alleen of in kleine bundeltjes onder de bladeren, in mei.
Vrucht
Smalle, bruine peultjes van 3–5 cm die in de zomer openspringen.
Stekels
De steunblaadjes aan de voet van het blad worden vaak kleine, harde stekels.
Wortels
Diep, met knolletjes waarin bacteriën stikstof uit de lucht binden.

Bloei: mei · Planten: maart–april en oktober–november · Snoeien: juni

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Extreem winterhard en droogtebestendig: ideaal voor arme, droge zandgrond.
  • Bindt zelf stikstof, dus mest is overbodig.
  • Gele vlinderbloemen in mei, geliefd bij bijen en hommels.
  • Een stevig windscherm of een vrij uitgroeiende haag op een open plek.
  • Fijn geveerd blad geeft een luchtig, licht karakter.
  • De treurvormen zijn mooie kleine boompjes voor een kleine tuin.

Waar staat een erwtenstruik graag?

  • Volle zon; in de schaduw groeit hij ijl en bloeit hij weinig.
  • Elke goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk. Arme zandgrond is geen probleem.
  • Droog tot normaal vochtig; natte, stilstaande grond verdraagt hij slecht.
  • Bestand tegen harde wind: geschikt als windscherm op een open plek.
  • Als losse struik 2,5–3 m ruimte; in een haag of windscherm 50–70 cm tussen de planten.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Droog of normaal
Grootte
4 m hoog, 3 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -40 °C)

Mooi samen met

  • Sering: Bloeit in dezelfde periode en is net zo winterhard.
  • Lavendel: Een geurende, paarse onderbeplanting op droge grond.
  • Kattenkruid: Blauwe wolken aan de voet in de zomer.
  • Blauwe haver: Een siergras voor dezelfde droge, zonnige plek.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een erwtenstruik?

Planten in maart–april en oktober–november.

  1. Plant in maart–april of in oktober–november, als de grond niet bevroren is.
  2. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit; extra mest of compost is niet nodig.
  3. Zet de plant even diep als in de pot; bij een geënt boompje blijft de entplaats boven de grond.
  4. Druk de grond goed aan en geef een flinke gieter water.
  5. Geef een stamboompje de eerste jaren een steunpaal.
  6. Mulch rond de voet om onkruid tegen te gaan en vocht vast te houden.

Verzorgen

Water
Alleen het eerste jaar bij droogte. Daarna redt hij zich zelf.
Bemesten
Niet nodig: hij maakt zelf stikstof aan.
Haag
Een haag knip je één keer per jaar, meteen na de bloei.
Stamboompje
Knip bij een geënte treurvorm scheuten weg die uit de stam of onder de entplaats groeien, zodra je ze ziet.
Zaailingen
Rond de struik kunnen zaailingen opkomen; trek ze uit zolang ze klein zijn.

Tip: Plant hem op de droogste, armste plek van de tuin, waar andere struiken het opgeven: dankzij zijn eigen stikstof groeit hij daar zonder mest.

Wanneer snoei je een erwtenstruik?

Snoeimaanden: juni.

Wanneer: Na de bloei, in juni. Hij heeft weinig snoei nodig.

Hoe:

  • Knip te lange takken terug tot net boven een zijtak om de struik in vorm te houden.
  • Haal dode, beschadigde en kruisende takken weg.
  • Knip een haag of windscherm in vorm, met de voet iets breder dan de top.
  • Verjong een kale, oude struik door enkele oude takken laag terug te snoeien; hij loopt goed opnieuw uit.

Let op: Snoei een treurvorm alleen licht en knip de hangende takken niet allemaal even kort, anders verlies je de natuurlijke vorm.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Week het zaad een nacht in lauw water en zaai het in het voorjaar in een bak of buiten op een zaaibed. Het kiemt vlot.
Zachte stekken
In juni–juli stekken van 10 cm van jonge scheuten, in vochtige stekgrond onder plastic. Na enkele weken wortels.

Hoe komt een erwtenstruik de winter door?

Winterhard tot −40 °C.

  • Extreem winterhard, tot ongeveer −40 °C: in België is nooit bescherming nodig.
  • Ook in een pot kan hij buiten blijven; zorg wel voor een goede waterafvoer.
  • Natte grond in de winter is het enige echte risico.

Ziektes en plagen

  • Bladluis: Op jonge scheuten in het voorjaar. Meestal ruimen lieveheersbeestjes ze op; anders afspuiten met water.
  • Natte voeten: Gele bladeren en afstervende takken op zware, natte grond. Verplant naar een drogere, goed doorlatende plek.
  • Zaailingen: Onder en rond de struik komen soms veel zaailingen op. Trek ze jong uit.
  • Wilde scheuten: Bij geënte treurvormen groeien soms rechtopgaande scheuten uit de stam. Knip ze meteen aan de basis weg.

Het jaar rond

  • Maart: Planten.
  • April: Planten. Jonge planten water geven bij droogte.
  • Mei: Bloei. Bijen en hommels.
  • Juni: Snoeien na de bloei. Zachte stekken nemen.
  • Juli: Peultjes rijpen. Zaailingen uittrekken.
  • Augustus: Peultjes springen open. Zaad oogsten.
  • Oktober: Planten. Gele herfstkleur.
  • November: Planten.

Gebruiken

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • In de prairies van Canada en de Verenigde Staten werd hij op grote schaal aangeplant als windscherm rond akkers en boerderijen.
  • Op warme zomerdagen springen de rijpe peulen met een hoorbaar knapje open en slingeren ze de zaden weg.
  • Net als erwten en bonen leeft hij samen met bacteriën in wortelknolletjes, die stikstof uit de lucht binden.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…