
Foto: Kristian Peters -- Fabelfroh 09:16, 13 July 2006 (UTC), CC BY-SA 3.0 · bron
Siergras · Cyperaceae
Zeegroene zegge
Carex flacca
In andere talen: Laîche glauque (Français) · Glaucous sedge (English)
De zeegroene zegge is een inheemse, groenblijvende zegge die in heel Europa voorkomt, ook in België. Ze voelt zich thuis op de meest uiteenlopende plekken: van droge kalkgraslanden en duinen tot natte hooilanden. Ze heeft smalle, blauwgrijze bladeren van zo’n 20–30 cm en breidt zich met uitlopers uit tot een lage, dichte mat. In mei–juni verschijnen op dunne stengels donkerbruine tot bijna zwarte aartjes. Dat maakt haar een sterke bodembedekker voor plekken waar andere planten het lastig hebben: ze verdraagt droogte, natte grond en zelfs af en toe betreden.
Let op: Ze breidt zich met uitlopers uit tot een mat; naast kleine, zwakke planten kan dat te veel worden. Plant haar waar ze mag uitgroeien, of houd haar in toom met een wortelscherm of door de randen jaarlijks af te steken.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot nat
niet kieskeurig
Grond
Zand, leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,3 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,3 m |
| Inheems in België | Ja |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een zeegroene zegge?
- Groeivorm
- Lage, kruipende plant van 20–30 cm hoog die met uitlopers een dichte mat vormt.
- Blad
- Smal, vlak en blauwgrijs, vooral aan de onderkant; groenblijvend.
- Bloem
- In mei–juni dunne stengels met bovenaan 1–3 donkerbruine mannelijke aren en daaronder enkele vrouwelijke aren, vaak licht knikkend.
- Wortels
- Kruipende wortelstokken waarmee de plant zich uitbreidt en de grond goed vasthoudt, ook op een talud.
Bloei: mei–juni · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Het hele jaar door blauwgrijs blad: een koele kleur die ook in de winter blijft.
- Een echte bodembedekker die met uitlopers een lage, dichte mat vormt en onkruid onderdrukt.
- Zeer veelzijdig: groeit op droge en op natte grond, in zon en halfschaduw.
- Verdraagt af en toe betreden: geschikt voor de rand van een pad of als alternatief voor gras op een weinig belopen plek.
- Inheems en weinig veeleisend, ideaal voor een natuurlijke tuin.
Waar staat een zeegroene zegge graag?
- Zon of halfschaduw; in diepe schaduw wordt de mat open.
- Elke grond: zand, leem of klei, neutraal tot kalkrijk.
- Droog, normaal of nat: ze verdraagt zowel droogte als natte grond.
- Plant als bodembedekker op 25–30 cm, dat is zo’n 11–16 planten per m².
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog tot nat
- Grootte
- 0,3 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Krokus: Krokussen groeien door de lage mat en bloeien in het voorjaar.
- Wilde marjolein: Roze zomerbloei op dezelfde kalkrijke grond, geliefd bij bijen.
- Kattenkruid: Blauwe bloemen boven het blauwgrijze blad.
- Bloedooievaarsbek: Magenta bloemen in de zomer; samen vormen ze een lage, sterke beplanting.
- Grote kattenstaart: Voor een natte plek: paarse aren in de zomer boven de mat.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een zeegroene zegge?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober.
- Verwijder eerst alle wortelonkruid: kweekgras of zevenblad haal je later moeilijk uit een dichte mat.
- Zet de pollen even diep als in de pot en druk de grond aan.
- Houd 25–30 cm afstand; na enkele seizoenen groeien de planten tot een gesloten mat.
- Geef meteen water en houd de grond de eerste weken vochtig.
- Een dunne mulch van houtsnippers of bladcompost tussen de jonge planten houdt onkruid tegen tot de mat gesloten is.
Verzorgen
- Water
- Alleen na het planten en het eerste jaar bij langdurige droogte; daarna is het niet meer nodig.
- Bemesten
- Niet nodig; op schrale grond blijft ze lager en compacter.
- Wieden
- Wied het eerste jaar trouw tussen de jonge planten, tot de mat dicht is.
- Opfrissen
- Kam in maart het dode blad uit, of knip of maai de mat dan eenmalig hoog af om ze te verjongen.
- In toom houden
- Steek in het voorjaar de randen af als ze buiten haar plek groeit.
Tip: Gebruik haar als groenblijvende bodembedekker op een lastige plek, zoals een talud, een natte hoek of de rand van een pad: ze verdraagt droogte en natte grond en mag af en toe betreden worden.
Wanneer snoei je een zeegroene zegge?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Nauwelijks nodig, want ze is groenblijvend. In maart kun je de mat opfrissen.
Hoe:
- Kam bruine, dode bladeren uit met gehandschoende vingers of een hark.
- Ziet de mat er na de winter rommelig uit, knip of maai ze dan eenmalig af op 5–10 cm; nieuw blad groeit snel bij.
- Steek uitlopers die te ver gaan aan de rand af met een scherpe spade.
Let op: Knip of maai niet in de herfst: het oude blad beschermt de plant in de winter.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april of in september: steek stukken mat met wortels en uitlopers af en plant ze meteen elders uit. Ze slaan vlot aan.
- Zaad
- Zaai in de herfst of vroeg in het voorjaar in een zaaibak buiten; de kieming is traag en onregelmatig.
Hoe komt een zeegroene zegge de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −30 °C: geen bescherming nodig.
- Groenblijvend: het blauwgrijze blad blijft de hele winter, al kunnen de toppen na strenge vorst bruin kleuren.
- In een pot kan ze buiten blijven; zet de pot wel tegen een muur.
Ziektes en plagen
- Woekeren: Ze breidt zich met uitlopers uit tot buiten haar plek. Steek de randen in het voorjaar af of plaats een wortelscherm.
- Onkruid in de jonge mat: Tot de mat gesloten is, schiet onkruid ertussen op. Wied het eerste jaar regelmatig en mulch tussen de planten.
- Bruine bladpunten: Na strenge vorst of droogte. Kam of knip in maart het bruine blad weg; nieuw blad groeit snel bij.
- Kale plekken: Door veel betreden of diepe schaduw. Vul ze in het voorjaar op met afgestoken stukken uit de rand.
Het jaar rond
- Maart: Dode bladeren uitkammen of de mat hoog afknippen. Planten. Delen.
- April: Planten. Randen afsteken waar nodig. Wieden.
- Mei: Bloei met donkere aartjes. Wieden tussen jonge planten.
- Juni: Bloei. Jonge planten water geven bij droogte.
- Juli: De mat sluit verder. Onkruid uittrekken.
- September: Planten. Delen. Kale plekken opvullen.
- Oktober: Planten.
- December: Blauwgrijs blad in de wintertuin.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Een oudere wetenschappelijke naam is Carex glauca, wat ‘blauwgrijze zegge’ betekent.
- Ze groeit in het wild op heel verschillende plekken, van droge kalkhellingen en duinen tot natte hooilanden en moerassen.
- Zeggen zijn geen echte grassen: ze horen bij de cypergrassenfamilie, net als papyrus.