
Foto: Daderot, CC0 · bron
Siergras · Cyperaceae
Carex flagellifera
Carex flagellifera is een groenblijvend siergras uit de zeggenfamilie, afkomstig uit Nieuw-Zeeland. Het vormt een losse, overhangende pol van 40–60 cm hoog en tot 80 cm breed met lange, smalle, bronsbruine tot koperkleurige bladeren die sierlijk naar beneden buigen, als een fontein. In de zomer verschijnen onopvallende bruine aren. De plant is het hele jaar mooi en geeft kleur en beweging in een border, een pot of langs een muurtje. In het Engels heet hij ook wel Glen Murray tussock. In België is hij niet helemaal winterhard: in strenge winters heeft hij bescherming nodig.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -12 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,5 m
hoog, 0,8 m breed
Bloei
juni–juli
| Snoeimaanden | maart–april |
|---|---|
| Hoogte | 0,5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een Carex flagellifera?
- Groeivorm
- Losse, overhangende pol van 40–60 cm hoog en tot 80 cm breed, groenblijvend.
- Blad
- Zeer lang, smal en zacht, 2–3 mm breed, in een boog naar beneden hangend; bronsbruin tot koper, in de schaduw wat groener.
- Bloem
- Onopvallende bruine aren op dunne stengels, in juni–juli.
- Stengel
- Zoals veel zeggen heeft hij driekantige bloemstengels, dun en buigzaam.
- Wortels
- Dichte, vezelige pol die langzaam breder wordt.
Bloei: juni–juli · Planten: maart–mei · Snoeien: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bronskleurig blad in het hele jaar, ook in de winter, als de tuin kaal is.
- Hangt sierlijk over de rand van een pot, een muurtje of een hoge border.
- Geeft beweging en een warme kleur naast groen en grijs bladwerk.
- Onderhoudsarm: geen snoei nodig, alleen af en toe uitkammen.
- Prima in potten en bakken, ook voor een kleine tuin of terras.
Waar staat een Carex flagellifera graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon kleurt het blad het mooist bronzen, in schaduw wordt het groener.
- Goed doorlatende, vochthoudende grond: zand of leem, zuur tot kalkrijk.
- Gelijkmatig vochtige grond is ideaal; hij verdraagt geen langdurige droogte en geen natte winters.
- Beschut tegen strenge vorst, bijvoorbeeld bij een muur. Reken op 50–60 cm tussen de planten.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,5 m hoog, 0,8 m breed
- Winterhard
- Matig winterhard (tot -12 °C): bescherm hem in strenge winters
Mooi samen met
- Purperklokje: Donkerrood of paars blad naast het bronsbruine gras.
- Vetkruid: Dikke bladeren en late bloei in roze of rood.
- Blauwzwenkgras: Blauwgrijs gras als contrast in kleur en vorm.
- Heide: Groenblijvend en bloeiend in de herfst en winter, in dezelfde pot of rand.
- Viooltjes: Vrolijke wintergasten in een pot rond de pol.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Carex flagellifera?
Planten in maart–mei.
- Plant in maart–mei, als de grootste vorst voorbij is.
- Graaf een plantgat dubbel zo breed als de kluit en meng er wat compost en grof zand door voor een goede afwatering.
- Zet de plant even diep als in de pot, met de wortelkluit gelijk met het grondoppervlak.
- Plant op 50–60 cm afstand, of één plant per pot van 30 cm doorsnede of meer, met potgrond en een afwateringslaag.
- Geef meteen een flinke gieter water en houd de grond het eerste seizoen vochtig.
- Een dun laagje compost of fijne schors rond de pol houdt de grond vochtig; laat de kruin zelf vrij.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond licht vochtig; in een pot water geven zodra de bovenste centimeters droog zijn. Niet laten verdrogen.
- Bemesten
- In het voorjaar compost of organische mest; in een pot tijdens de groei elke 4 weken verdunde plantenvoeding.
- Uitkammen
- Kam in maart–april met gehandschoende vingers de dode, bruine slierten uit de pol.
- Delen
- Is het hart van de pol dood of kaal, dan deel je hem na 3–4 jaar in het voorjaar.
- Mulchen
- Een dun laagje compost in het voorjaar; leg geen dikke laag over de kruin.
Tip: Kam dode bladeren uit met je vingers in het voorjaar, maar knip de pol niet kort. Zet hem in een pot op een beschutte plek en bescherm hem bij strenge vorst.
Wanneer snoei je een Carex flagellifera?
Snoeimaanden: maart–april.
Wanneer: In maart–april: uitkammen in plaats van snoeien.
Hoe:
- Kam de dode, bruine slierten met gehandschoende vingers of een harkje uit de pol.
- Knip beschadigde of kale bladpunten er zo nodig licht af.
- Knip uitgebloeide aren weg als ze je storen; het hoeft niet.
- Verdeel een kaal geworden pol in het voorjaar.
Let op: Knip de pol niet kort: het blad groeit traag aan en de plant kan er lang kaal uitzien.
Vermeerderen
- Delen
- In april–mei de pol uitgraven en met een scherp mes of spade in stukken met wortels delen; meteen opnieuw planten en water geven.
- Zaaien
- Kan in het voorjaar, maar kiemt traag en de zaailingen kunnen anders van kleur zijn dan de moederplant.
Hoe komt een Carex flagellifera de winter door?
Winterhard tot −12 °C: beschermen in strenge winters.
- Beperkt winterhard, tot ongeveer −12 °C: in strengere winters kan het blad bruin worden of de pol terugvriezen.
- In de tuin: kies een beschutte plek tegen een muur en leg een laag bladeren of dennentakken rond de voet bij vorst.
- In een pot: zet hem tegen een muur, wikkel de pot in jute of noppenfolie en zorg dat water kan weglopen.
Ziektes en plagen
- Bruine, dorre bladeren: Oude bladeren sterven af. Kam ze uit; knip de pol niet kort.
- Winterschade: Bruin blad of bruine toppen na strenge vorst. Wacht tot het voorjaar, kam uit en geef water; vaak loopt de plant weer uit.
- Uitdroging in een pot: Bruine toppen en dorre pol. Geef regelmatig water en gebruik een grotere pot.
- Rot door natte grond: Pol wordt zacht en gaat dood in natte winters. Zorg voor een doorlatende grond en een pot met afwateringsgat.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Dode bladeren uitkammen.
- April: Planten of delen. Uitkammen. Compost geven.
- Mei: Planten. Potten voeden en water geven.
- Juni: Bloei van onopvallende bruine aren.
- Juli: Water geven in potten en bij droogte.
- Augustus: Extra water in potten.
- Oktober: Potten tegen een muur zetten.
- November: Pot inpakken en de voet beschermen bij vorst.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De soortnaam flagellifera betekent letterlijk ‘zweepdragend’, naar de lange, buigzame bladeren.
- De plant komt van oorsprong alleen in Nieuw-Zeeland voor.
- De kleur van het blad hangt sterk af van het licht: in de zon bronskleurig, in de schaduw meer groen.