
Foto: Raffi Kojian, CC BY-SA 3.0 · bron
Siergras · Cyperaceae
Carex testacea
In andere talen: Orange New Zealand sedge (English)
Carex testacea is een groenblijvende zegge uit Nieuw-Zeeland, waar hij op open, zonnige plekken groeit. Hij vormt losse, ronde pollen van fijn, overhangend blad dat olijfgroen is en in volle zon en in de winter steeds meer oranje en koperkleurig wordt. In juni en juli verschijnen tussen het blad lange, dunne stengels met kleine bruine aren, die vaak overhangen tot op de grond. Tuiniers kiezen hem voor die warme kleur die het hele jaar blijft, en het sterkst is in de winter, als de meeste planten kaal zijn. Hij staat mooi in een pot, op een talud of aan de rand van een zonnige border, maar is minder winterhard dan onze inheemse zeggen.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -12 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,45 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juni–juli
| Snoeimaanden | april en september |
|---|---|
| Hoogte | 0,45 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een Carex testacea?
- Groeivorm
- Losse, ronde, overhangende pol van 30–45 cm hoog en tot 60 cm breed.
- Blad
- Smal en fijn, olijfgroen; in zon en kou oranje tot koperbruin, met oranje bladpunten.
- Bloem
- In juni–juli: dunne, lange stengels met kleine bruine aren, die vaak overhangen.
- Kleur
- Hoe zonniger de plek, hoe feller oranje; in de schaduw blijft hij groener.
- Wortels
- Fijne, vezelige wortels die geen stilstaand water verdragen.
Bloei: juni–juli · Planten: maart–mei · Snoeien: april en september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Warme oranje en koperkleuren het hele jaar, het felst in de winter.
- Een fijne, beweeglijke pol die mooi overhangt over een muurtje, potrand of trap.
- Ideaal in potten en bakken, alleen of als randje bij andere planten.
- Groenblijvend: kleur en structuur in de wintertuin.
- Compact en weinig werk: geen jaarlijkse terugsnoei nodig.
Waar staat een Carex testacea graag?
- Volle zon voor de mooiste oranje kleur; halfschaduw kan, maar dan blijft het blad groener.
- Doorlatende zand- of leemgrond, zuur tot kalkrijk; op zware klei enkel op een verhoogd bed.
- Normaal vochtig in de zomer, maar nooit nat in de winter.
- Een beschutte plek, bijvoorbeeld voor een zuidmuur, helpt in strenge winters.
- Plant op 40–50 cm afstand.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,45 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Matig winterhard (tot -12 °C): bescherm hem in strenge winters
Mooi samen met
- Mexicaans vedergras: Fijne, lichte pluimen die mooi bewegen naast de oranje pol.
- Purperklokje: Paars of donkerrood blad in een pot of border: een warm kleurcontrast.
- Blauw schapengras: Blauwgrijze pollen die het oranje laten oplichten.
- Hemelsleutel: Een vetplant voor dezelfde zonnige, doorlatende plek, met roze bloei in de nazomer.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Carex testacea?
Planten in maart–mei.
- Plant in maart–mei, zodat hij voor de winter goed ingeworteld is; niet in de herfst.
- Verbeter zware grond met grof zand of fijn grind en wat compost, of plant op een verhoogd bed.
- Zet de pol even diep als in de pot, niet dieper: het hart moet droog blijven.
- Houd 40–50 cm tussen de planten.
- Giet goed aan en geef de eerste weken water bij droogte.
- In een pot: meng potgrond met een derde grof zand of fijn grind en zorg voor een afvoergat.
Verzorgen
- Water
- In de volle grond het eerste jaar bij droogte. In een pot in de zomer regelmatig, in de winter heel spaarzaam.
- Bemesten
- Weinig nodig: een beetje compost in april volstaat.
- Opruimen
- Kam in april met gehandschoende vingers het dode blad uit de pol.
- Verjongen
- Na enkele jaren wordt de pol vaak kaal in het midden: scheur hem dan of vervang hem door een zaailing.
- Pot
- Zet potten in de winter tegen een muur, onder een afdak, uit de regen.
Tip: Zet hem in volle zon voor de mooiste oranje kleur en plant hem in het voorjaar op doorlatende grond of in een pot met grind: zo komt hij de natte winter het best door.
Wanneer snoei je een Carex testacea?
Snoeimaanden: april en september.
Wanneer: Niet terugknippen: in april ruim je enkel het dode blad op, en in september kun je rommelige bloeistengels wegknippen.
Hoe:
- Kam of trek het dode blad in april uit de pol, met handschoenen aan.
- Knip lange, uitgebloeide bloeistengels aan de voet weg als ze rommelig worden.
- Knip de pol niet tot op de grond terug: Nieuw-Zeelandse zeggen herstellen daar traag van.
Vermeerderen
- Scheuren
- In april–mei, bij het begin van de groei: graaf de pol op, verdeel hem in stukken met flink wat wortels en plant ze meteen weer. Niet in de herfst scheuren.
- Zaailingen
- Soms verschijnen vanzelf zaailingen rond de plant. Verplant ze in het voorjaar naar hun definitieve plek.
Hoe komt een Carex testacea de winter door?
Winterhard tot −12 °C: beschermen in strenge winters.
- Matig winterhard, tot ongeveer −12 °C: in een gewone Belgische winter overleeft hij op doorlatende grond, maar strenge vorst kan hem doden.
- Natte voeten zijn gevaarlijker dan kou: zorg voor goede drainage en plant niet in een laagte.
- Leg bij strenge vorst wat dennentakken of tuinvlies over de pol en haal dat weg zodra het weer zachter wordt.
- In een pot: zet hem beschut tegen een muur, uit de regen, en wikkel de pot in jute of noppenfolie.
Ziektes en plagen
- Wortelrot: De pol wordt van binnenuit bruin en slap en komt makkelijk los. Oorzaak: natte grond in de winter. Plant opnieuw op een doorlatende plek.
- Kaal hart: Het midden van een oudere pol sterft af. Scheur de plant in het voorjaar en plant de jonge randstukken opnieuw.
- Groen in plaats van oranje: Te weinig zon. Verplaats hem naar een zonnigere plek.
- Lijkt dood: Het bruinoranje blad oogt soms afgestorven, maar dat is bij deze soort normaal. Kijk in het hart: zie je nieuwe scheuten, dan leeft hij.
Het jaar rond
- Januari: Oranje winterkleur. Potten droog houden.
- Maart: Planten. Potten weer in de zon zetten.
- April: Dood blad uitkammen. Planten of scheuren. Wat compost geven.
- Mei: Planten of scheuren. Water geven bij droogte.
- Juni: Bloei: dunne stengels met bruine aren.
- Juli: Bloei. Potten regelmatig water geven.
- Augustus: Water geven bij droogte, vooral in potten.
- September: Rommelige bloeistengels wegknippen.
- November: Potten onder een afdak tegen een muur zetten.
- December: Winterkleur. Bij strenge vorst afdekken.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- ‘Testacea’ komt van het Latijnse testaceus, ‘baksteenkleurig’: een verwijzing naar de oranjebruine kleur.
- Veel Nieuw-Zeelandse zeggen zijn van nature bruin, brons of oranje; dat is daar een gewone bladkleur, geen teken van ziekte.
- Dezelfde plant is in de schaduw olijfgroen en in de volle zon fel oranje: het licht bepaalt de kleur.