
Foto: C T Johansson, CC BY 3.0 · bron
Vaste plant · Asteraceae
Gele korenbloem
Centaurea macrocephala
In andere talen: Centaurée à grosse tête (Français) · Giant knapweed (English)
De gele korenbloem komt uit de Kaukasus en het noordoosten van Turkije, waar hij groeit in hooggelegen bergweiden. Het is een forse, langlevende vaste plant met stevige stengels van 1–1,2 m en grote, ruwe, langwerpige bladeren. Van juni tot augustus draagt elke stengel één groot, goudgeel bloemhoofd van 5–8 cm, dat opengaat uit een bolle knop van glanzende, bruine, papierachtige schubben. De stengel is net onder het bloemhoofd duidelijk verdikt. Hij is familie van de blauwe korenbloem en de knoopkruiden, en is geliefd als snij- en droogbloem en bij bijen en vlinders.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
1,2 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | maart en augustus–september |
|---|---|
| Hoogte | 1,2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een gele korenbloem?
- Groeivorm
- Brede, rechtopgaande pol van 1–1,2 m hoog en ongeveer 60 cm breed, met stevige, weinig vertakte stengels.
- Blad
- Groot, langwerpig tot lancetvormig, ruw aanvoelend; onderaan tot 30 cm lang, naar boven kleiner.
- Bloem
- Eén bloemhoofd van 5–8 cm per stengel, goudgeel en distelachtig, van juni tot augustus.
- Knop
- Bol, 3–5 cm groot, bedekt met glanzende, bruine, papierachtige schubben; ook mooi gedroogd.
- Wortels
- Diepe, stevige wortels: eenmaal gevestigd verdraagt hij droogte goed, maar verplant hij liever niet.
Bloei: juni–augustus · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart en augustus–september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Opvallende, grote gele bloemhoofden die in elke border de aandacht trekken.
- Een uitstekende snijbloem, en de knoppen en bloemen zijn ook mooi gedroogd.
- Bijen, hommels en vlinders komen massaal op de nectar en het stuifmeel af.
- Langlevend, winterhard en tevreden met gewone tot droge tuingrond.
- Ook de bruine, schubbige knoppen zijn decoratief, nog voor de bloem opengaat.
Waar staat een gele korenbloem graag?
- Volle zon; in de schaduw bloeit hij minder en gaan de stengels hangen.
- Zand-, leem- of kleigrond, zuur tot kalkrijk, als ze goed draineert.
- Droog tot normaal vochtig; natte grond in de winter vindt hij niet fijn.
- Reken op 60 cm ruimte per plant: de pol wordt breed en het blad aan de voet is groot.
- Midden of achter in de border, op een plek die niet te winderig is.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 1,2 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Kogeldistel: Blauwe bollen naast de gele hoofden, voor dezelfde zonnige plek.
- Vrouwenmantel: Een zachte, groene rand aan de voet van de forse stengels.
- Kattenkruid: Een lage, blauwe wolk vooraan in de border.
- Salie: Paarse aren die mooi contrasteren met het goudgeel.
- Siergrassen: Luchtige pluimen die het grote blad wat verzachten.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een gele korenbloem?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober.
- Graaf een diep plantgat en maak ook de bodem van het gat los voor de diepe wortels.
- Op zware klei meng je er wat grof zand of grind door voor een betere afwatering.
- Zet de plant even diep als in de pot en hou 60 cm afstand.
- Geef meteen flink water en daarna geregeld tot de plant goed is aangeslagen.
- Mulch niet te dik tegen de voet, zodat het hart in de winter niet te nat blijft.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte. Daarna zelden nodig, behalve in lange, hete droogteperiodes.
- Bemesten
- Niet nodig; te rijke grond geeft slappe stengels. Hooguit wat compost in maart op schrale zandgrond.
- Steun
- Op een winderige plek of in rijke grond helpt een plantensteun in mei.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip ze weg tot het volgende blad of de volgende knop voor een langere bloei.
- Snijden
- Snij voor de vaas als de bloem net opengaat; om te drogen kun je ook de bolle knoppen snijden en ondersteboven laten drogen.
Tip: Geef hem een zonnige plek met minstens 60 cm ruimte en geen mest: dan blijven de stengels stevig. Knip na de bloei alles terug voor een frisse bladpol in de nazomer.
Wanneer snoei je een gele korenbloem?
Snoeimaanden: maart en augustus–september.
Wanneer: Na de bloei, in augustus–september, knip je de hele plant terug tot net boven de grond.
Hoe:
- Knip tijdens de bloei uitgebloeide bloemhoofden af tot boven het volgende blad.
- Na de laatste bloemen knip je alle stengels en het lelijke blad tot net boven de grond af: er komt vaak nog nieuw, fris blad.
- Wil je zaden voor de vogels, laat dan een paar bloemhoofden staan en knip ze in maart weg.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april of in september een oudere pol opgraven en met een scherpe spade in stukken delen, elk met wortels en knoppen. Grote, oude pollen zijn stevig: werk met een spade of twee spitvorken.
- Zaaien
- Zaai in het voorjaar in potjes in de koude bak en plant de jonge planten in de herfst of het jaar erna uit. Zaailingen bloeien meestal pas na twee jaar.
Hoe komt een gele korenbloem de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België geen bescherming nodig.
- Hij sterft bovengronds af en loopt in het voorjaar weer uit.
- Natte, zware grond is in de winter gevaarlijker dan vorst: zorg voor goede afwatering.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Wit poeder op het blad in de nazomer, vooral bij droogte. Na de bloei de plant terugknippen; het nieuwe blad is meestal gezond.
- Slakken: Vreten aan de jonge scheuten in het voorjaar. ’s Avonds rapen.
- Bladluis: Op de stengeltoppen en knoppen. Afspuiten met water of laten opruimen door lieveheersbeestjes.
- Omvallende stengels: In rijke grond of in de schaduw. Geen mest geven, een zonnige plek kiezen en op tijd steun zetten.
Het jaar rond
- Maart: Oude resten opruimen. Planten of delen.
- April: Planten. Letten op slakken.
- Mei: Plantensteun zetten op een winderige plek.
- Juni: Begin van de bloei. Bloemen snijden voor de vaas.
- Juli: Volle bloei. Uitgebloeide bloemen knippen. Knoppen snijden om te drogen.
- Augustus: Einde van de bloei. Na de laatste bloemen terugknippen.
- September: Terugknippen. Planten of delen.
- Oktober: Planten.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Macrocephala betekent ‘met een groot hoofd’, naar de grote bloemhoofden.
- De gedroogde knoppen met hun bruine schubben houden lang hun vorm en kleur in een droogboeket.
- Hij is familie van de blauwe korenbloem uit de akkers, maar is veel forser en langlevend.